ECLI:NL:RBNNE:2024:1341
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde huurappartement sociale woning niet te hoog
Eiseres, huurder van een sociale huurwoning in Groningen, betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning per 1 januari 2021 van €200.000 en stelde dat deze te hoog was vastgesteld. Zij voerde aan dat de heffingsambtenaar onjuiste factoren hanteerde, onvoldoende rekening hield met onderhoudstoestand en aardbevingsschade, en dat de motivering van de bezwaaruitspraak onvoldoende was.
De rechtbank oordeelde dat eiseres als huurder van een niet-geliberaliseerde woonruimte wel degelijk procesbelang had bij het beroep, omdat een lagere WOZ-waarde mogelijk invloed kan hebben op de huurprijs. De rechtbank beoordeelde vervolgens inhoudelijk de waarde en concludeerde dat de heffingsambtenaar zijn bewijslast had voldaan met een waardematrix en vergelijkingsobjecten die voldoende vergelijkbaar waren.
De rechtbank verwierp de stellingen over aardbevingsschade wegens gebrek aan onderbouwing en vond de toegepaste KOUDV-factoren en oppervlaktematen passend. Ook de motivering van de heffingsambtenaar voldeed aan de wettelijke eisen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, de WOZ-waarde bleef gehandhaafd en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van de huurder tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €200.000 wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.