ECLI:NL:RBNNE:2024:1967
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking subsidie wegens vooraf aangegane verplichting niet strijdig met Europees recht en evenredigheidsbeginsel
Eiseres, Elzinga Groep B.V., had een subsidieaanvraag ingediend voor loonkosten, die door verweerder, het Dagelijks Bestuur van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland, was toegekend. Later werd de subsidie ingetrokken omdat voorafgaand aan de aanvraag al een verplichting was aangegaan, namelijk een overeenkomst van opdracht gedateerd 29 oktober 2019, terwijl de subsidieaanvraag op 31 oktober 2019 werd ingediend.
Eiseres betoogde dat de relevante overeenkomst pas op 7 november 2019 was gesloten en dat de werkzaamheden pas vanaf 1 december 2019 waren gestart, waardoor de subsidieaanvraag aan de voorwaarden zou voldoen. De rechtbank oordeelde echter dat de eerdere overeenkomst juridisch afdwingbare verplichtingen bevatte en dat het niet ongebruikelijk is dat een overeenkomst wordt gesloten voordat werkzaamheden starten. Dit vormde een geldige grond voor intrekking op basis van de subsidieregeling KEI 2019.
Verder oordeelde de rechtbank dat de intrekking niet in strijd was met het Europees recht, aangezien de toepasselijke de-minimisverordening (EU) 1407/2013 geen bepalingen bevat over de verhouding tussen aanvraagdatum en aanvang werkzaamheden. Ook het evenredigheidsbeginsel werd toegepast: de intrekking was geschikt, noodzakelijk en evenwichtig omdat de subsidie haar stimulerende werking zou verliezen als de verplichting al voor de aanvraag was aangegaan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de intrekking en wees het verzoek om terugbetaling van het griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: De intrekking van de subsidieverlening wordt gehandhaafd omdat voorafgaand aan de aanvraag een juridisch bindende verplichting was aangegaan.