Eisers hebben beroep ingesteld tegen een nieuw besluit van het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden waarin de terugvordering van onverschuldigd betaalde bijstandsuitkering werd vastgesteld op €17.220,23. Dit besluit volgde op een eerdere uitspraak waarin de rechtbank het oorspronkelijke besluit vernietigde en het college opdroeg een nieuwe beslissing te nemen.
De rechtbank oordeelt dat het college terecht de bijstandsuitkering introk wegens schending van de inlichtingenplicht door eisers die hun online gokactiviteiten niet hadden gemeld. De hoogte van de terugvordering was inmiddels voldoende inzichtelijk gemaakt. Eisers voerden aan dat het terugvorderingsbedrag onevenredig hoog was en dat het onderzoek onredelijk lang had geduurd, wat zij betoogden onder de zes maanden-jurisprudentie en het evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank verwerpt het beroep op de zes maanden-jurisprudentie omdat de terugvordering op grond van de Participatiewet verplicht is. Wel oordeelt de rechtbank dat het college geen belangenafweging heeft gemaakt en de persoonlijke omstandigheden van eisers niet heeft meegewogen, waardoor het besluit in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Gezien de financiële situatie en gezondheidsproblemen van eisers matigt de rechtbank het terugvorderingsbedrag tot €8.610.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat het college het griffierecht en proceskosten aan eisers vergoedt.