Eiser heeft op 11 oktober 2022 een aanvraag ingediend voor een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) voor de functie van koerier. De minister voor Rechtsbescherming heeft deze aanvraag op 12 december 2022 afgewezen vanwege justitiële antecedenten binnen de terugkijktermijn van twee jaar en het risico dat deze vormen voor de samenleving.
Eiser voerde aan dat veel zaken nog openstaan en dat de voorlopige hechtenis eerder was geschorst dan de minister stelde. Ook stelde hij dat hij afstand had genomen van zijn oude milieu en dat het recidiverisico laag-gemiddeld was volgens een reclasseringsrapport. De minister handhaafde het besluit en stelde dat de ernst van de feiten, recidive en de hoeveelheid antecedenten het belang van de samenleving zwaarder laten wegen.
De rechtbank oordeelt dat het nieuwe uittreksel Justitiële Documentatie Onderzoek niet in de beoordeling mag worden betrokken omdat dit te laat is ingediend. De rechtbank bevestigt dat de minister terecht uitgaat van de juistheid van de justitiële gegevens en dat het beleid rekening houdt met vertragingen in de rechtspraak.
De belangenafweging van de minister is voldoende gemotiveerd en het belang van de samenleving weegt zwaarder dan het belang van eiser. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.