Betrokkene kreeg een sanctie opgelegd wegens stilstaan op een fietspad in Meppel op 5 februari 2022. Aanvankelijk werd de gedraging betwist, maar na aanwijzing van aanvullend proces-verbaal en foto’s stelde betrokkene zich op het standpunt dat sprake was van laden en lossen binnen een korte periode. Betrokkene voerde ook aan dat de redelijke termijn van berechting was overschreden.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat er geen toezeggingen door de gemeente zijn gedaan die matiging rechtvaardigen. De tijdsduur van vijftien minuten was te lang om te spreken van onmiddellijk laden en lossen. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van berechting is overschreden, waardoor matiging van het sanctiebedrag met 25% werd toegepast.
De sanctie werd verminderd van €109,00 naar €84,00 inclusief administratiekosten. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding toegekend van €875,00, waarbij de kantonrechter de wegingsfactor 0,5 hanteerde conform de lijn van het hof Arnhem-Leeuwarden. De kantonrechter verklaarde zich onbevoegd over de wijze van uitbetaling, conform de wettelijke regeling per 1 januari 2024.