ECLI:NL:RBNNE:2024:3439
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag tegemoetkoming rijnvarenden wegens niet-gevestigde werkgever in rijnoeverstaat
Eiser diende een aanvraag in voor een tegemoetkoming op grond van de Regeling tijdelijke tegemoetkoming rijnvarenden voor de jaren 2013 en 2014. De minister wees de aanvraag af omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarde dat de werkgever gevestigd moest zijn in een rijnoeverstaat, terwijl de werkgever in Cyprus was gevestigd.
Eiser voerde aan dat de afwijzing in strijd was met het evenredigheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel, en dat de regeling onterecht niet exceptief werd getoetst. Tevens stelde hij dat de doelgroepbeperking in strijd was met EU Verordening 883/2004. De minister betoogde dat de regeling een algemeen verbindend voorschrift is, geen beleidsregel, en dat de minister geen discretionaire bevoegdheid heeft om hiervan af te wijken.
De rechtbank oordeelde dat de regeling een algemeen verbindend voorschrift is en dat het beroep op het evenredigheidsbeginsel niet slaagt. De exceptieve toetsing faalt omdat de regeling geen ernstige gebreken vertoont. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat er geen toezeggingen zijn gedaan die een tegemoetkoming aan derde landen zoals Cyprus rechtvaardigen. Ook is de regeling niet in strijd met de EU-verordening omdat deze niet onder de werkingssfeer valt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de aanvraag. Eiser krijgt geen tegemoetkoming, geen griffierechtteruggave en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag tegemoetkoming wordt ongegrond verklaard.