Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 oktober 2024 in de zaak tussen
[eiser], uit Blijham, eiser
derde-partijneemt aan de zaak deel:
[derde belanghebbende]uit Blijham (hierna: derde-partij)
Rechtbank Noord-Nederland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn verzoek om handhaving gericht tegen de begroeiing op het perceel van een derde-partij, omdat deze mogelijk de verkeersveiligheid op de N969 zou belemmeren. De rechtbank heeft in een eerdere tussenuitspraak geoordeeld dat het zicht van het verkeer op de N969 leidend is voor de beoordeling van de verkeersveiligheid, niet het zicht vanaf het perceel van eiser.
Gedeputeerde Staten hebben vervolgens aanvullend onderzoek gedaan naar het zicht vanaf de N969, waarbij is vastgesteld dat het zicht op uitkomend verkeer vanaf het perceel van eiser voldoende is en dat de bosschages en het kombord het zicht niet zodanig belemmeren dat er sprake is van een verkeersonveilige situatie. Eiser heeft deze uitkomsten niet betwist, terwijl derde-partij zich kon vinden in de conclusies.
De rechtbank constateert dat het eerdere onderzoeks- en motiveringsgebrek is hersteld en verklaart het beroep gegrond. Het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. Tevens wordt Gedeputeerde Staten veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; Gedeputeerde Staten wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.