ECLI:NL:RVS:2020:1167
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.B.M.J. Beek-Gillessen
- J.Th. Drop
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing last onder dwangsom wegens bodemverontreiniging door gebruik thermisch gereinigde grond
Het college van burgemeester en wethouders van Bunschoten legde het waterschap Vallei en Veluwe een last onder dwangsom op wegens het gebruik van thermisch gereinigde grond (TGG) bij het verbreden en verstevigen van de Westdijk, wat tot bodem- en grondwaterverontreiniging leidde. Het waterschap maakte bezwaar tegen dit besluit en tegen de verlenging van de begunstigingstermijnen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college onzorgvuldig had gehandeld door het advies van een extern adviesbureau niet aan het waterschap voor te leggen, waardoor het besluit van 19 december 2018 vernietigd werd. Desondanks bleven de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat het college terecht handhavend optrad op grond van artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming.
Verder werd geoordeeld dat het college bevoegd en redelijk handhavend kon optreden, dat de last niet te verstrekkend was en dat de dwangsom proportioneel was gezien de omvangrijke saneringskosten. Het beroep tegen de verlenging van de begunstigingstermijnen werd ongegrond verklaard. De besluiten werden met terugwerkende kracht geschorst tot respectievelijk 1 maart 2021 en 1 november 2021. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Besluit van 19 december 2018 vernietigd wegens schending hoor en wederhoor, maar rechtsgevolgen blijven in stand; beroep tegen termijnverlenging ongegrond.