ECLI:NL:RBNNE:2025:2817

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
20 mei 2025
Publicatiedatum
14 juli 2025
Zaaknummer
11505214 / CV EXPL 25-331
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling van factuur voortvloeiende uit overeenkomst van opdracht en informatieverplichtingen consumentenrecht

In deze civiele zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Noord-Nederland op 20 mei 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen Olga Jacoba Christina Toxopeus, werkzaam bij Lloyd Advocaten, en een gedaagde partij. De zaak betreft een overeenkomst van opdracht die is gesloten in het kader van juridische werkzaamheden voor de gedaagde, die betrokken was bij een geschil over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. Toxopeus heeft werkzaamheden verricht voor de gedaagde, waarvoor een toevoeging was aangevraagd bij de Raad voor Rechtsbijstand. Echter, deze toevoeging werd later ingetrokken, waardoor de gedaagde zelf verantwoordelijk werd voor de betaling van de factuur van Toxopeus, die een bedrag van € 5.808,74 bedroeg.

De gedaagde heeft de factuur niet voldaan en Toxopeus heeft daarop een procedure gestart. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de overeenkomst tussen partijen een overeenkomst van opdracht is in de zin van artikel 7:400 BW. De rechter heeft ambtshalve getoetst of de gedaagde, als consument, voldoende geïnformeerd was over de kosten en de voorwaarden van de overeenkomst. De kantonrechter oordeelde dat het kostenbeding in de overeenkomst niet transparant was, wat in strijd was met de informatieverplichtingen uit het consumentenrecht. Dit leidde tot een vermindering van de betalingsverplichting van de gedaagde met 20%.

Uiteindelijk heeft de kantonrechter de gedaagde veroordeeld tot betaling van € 4.646,99 aan Toxopeus, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 20 december 2022. Daarnaast is de gedaagde veroordeeld in de proceskosten van € 1.476,21. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders gevorderde is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Groningen
Zaaknummer: 11505214 / CV EXPL 25-331
Vonnis van 20 mei 2025
in de zaak van
Olga Jacoba Christina Toxopeus,in haar hoedanigheid van gezamenlijk bevoegde maten van de maatschap Meijer en Toxopeus Advocaten, h.o.d.n.
Lloyd Advocaten,
gevestigd te Veendam,
eiseres,
hierna te noemen: Toxopeus,
gemachtigde: mr. G. Meijer,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederende in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 11 februari 2025 waarin een mondelinge behandeling is bepaald.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft op 22 april 2025 plaatsgevonden, waar mr. O.J.C. Toxopeus verschenen. Daarnaast is G. [gedaagde] verschenen, bijgestaan door haar dochter, [dochter]. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat ter zitting is besproken.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Toxopeus en mr. G. Meijer (Meijer) zijn gezamenlijk bevoegde maten van de maatschap Meijer en Toxopeus Advocaten (h.o.d.n. Lloyd Advocaten).
2.2.
[gedaagde] en haar ex-partner ([ex-partner]) hadden een geschil over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. Om die reden heeft [ex-partner] [gedaagde] in een juridische procedure betrokken. Toxopeus heeft op grond van de overeenkomst van opdracht in het kader van die juridische procedure diverse werkzaamheden verricht voor [gedaagde]. Deze overeenkomst van opdracht is binnen de verkoopruimte tot stand gekomen. Voor deze werkzaamheden is bij de Raad voor Rechtsbijstand een toevoeging aangevraagd en verleend.
2.3.
Op 14 augustus 2019 heeft de secretaresse van mr. Meijer aan [gedaagde] een opdrachtbevestiging verstuurd, waarin onder meer het volgende staat opgenomen:
“(…) Overigens dien ik u erop te wijzen dat, indien en voor zover na de afwikkeling van de procedure uw financiële positie zodanig is gewijzigd dat u de voor gefinancierde rechtshulp toegestane vermogensgrenzen overschrijdt, de toevoeging met terugwerkende kracht zal worden ingetrokken en mr. Meijer de zaak achteraf alsnog op betalende basis met u zal moeten afwikkelen. In dat geval zal hij een uurtarief hanteren van € 165,— exclusief btw. Indien u hieromtrent nog vragen heeft, kunt u dit na zijn vakantie met mr. Meijer bespreken. (…)”
2.4.
De werkzaamheden zijn feitelijk uitgevoerd door Toxopeus.
2.5.
Deze rechtbank heeft op 9 maart 2022 een vonnis gewezen waarin is geoordeeld dat [ex-partner] een bedrag van € 56.219,50 zal betalen aan [gedaagde] en dat de proceskosten zullen worden gecompenseerd.
2.6.
De Raad voor Rechtsbijstand heeft op 7 april 2022 aan [gedaagde] laten weten dat zij voornemens is de toevoeging met terugwerkende kracht in te trekken, nu [gedaagde] recht heeft op een bedrag dat gelijk is aan of hoger is dan 50% van het drempelbedrag.
2.7.
Op 2 mei 2022 heeft de Raad voor Rechtsbijstand een brief aan [gedaagde] verzonden, waarin zij haar mededeelt dat de toevoeging wordt ingetrokken en dat daarom de advocaatkosten in rekening kunnen worden gebracht.
2.8.
Toxopeus heeft op 12 december 2022 een factuur van € 5.808,74 verzonden aan [gedaagde] voor haar verrichte werkzaamheden.
2.9.
[gedaagde] heeft, ondanks aanmaningen, nagelaten de factuur van Toxopeus te voldoen.
2.10.
Vervolgens is Toxopeus onderhavige procedure begonnen.

3.De vordering en het verweer

3.1.
Toxopeus vordert bij dagvaarding [gedaagde] bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 5.808,74, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag te berekenen vanaf 20 december 2022 tot aan de dag der algehele voldoening. Daarnaast vordert Toxopeus [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de proceskosten.
3.2.
Toxopeus legt - kort samengevat - aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de betalingsverplichting die voortvloeit uit de overeenkomst van opdracht.
3.3.
[gedaagde] betwist de vordering en voert daartoe aan dat zij van mening was dat de factuur van Toxopeus zou worden vergoed door de Raad voor Rechtsbijstand. Daarnaast voert zij het verweer dat de factuur moet worden verhaald op [ex-partner] .
4. De beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt voorop dat de overeenkomst tussen partijen een overeenkomst van opdracht is als bedoeld in artikel 7:400 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Het geschil spitst zich toe op de vraag of [gedaagde] gehouden is de factuur van Toxopeus te voldoen, voortvloeiende uit de tussen partijen gesloten overeenkomst van opdracht.
Informatieverplichtingen inzake het consumentenrecht
4.2.
De kantonrechter stelt vervolgens vast dat [gedaagde] een consument is en dat daarom bij de beoordeling ambtshalve aan het dwingende consumentenrecht moet worden getoetst.
4.3.
De vordering van Toxopeus ziet op een overeenkomst die in de verkoopruimte is gesloten tussen een handelaar en een consument. De handelaar moet bij het sluiten van dat soort overeenkomsten voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten als bedoeld in artikel 6:230l BW.
Geen transparant beding
4.4.
Een richtlijnconforme uitleg van artikel 6:230l BW houdt in dat de Nederlandse rechter de verplichting heeft om ambtshalve te onderzoeken of een beding in een overeenkomst oneerlijk is, beoordeeld aan de hand van de criteria uit Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de Richtlijn), voor zover deze verplichting door de Richtlijn wordt opgelegd. Indien de rechter oordeelt dat een beding oneerlijk is volgens de Richtlijn, dient zij het beding te vernietigen.
4.5.
Kernbedingen worden in beginsel op grond van de Richtlijn niet getoetst op oneerlijkheid, tenzij zij niet duidelijk en begrijpelijk (dus niet transparant) zijn geformuleerd. Dit is geregeld in artikel 4 lid 2 van de Richtlijn.
4.6.
De bepaling waarin Toxopeus voor de opdracht een uurtarief van € 165,00 exclusief btw hanteert, is een kernbeding. Het betreft een essentieel onderdeel van de overeenkomst, aangezien het bepaalt welke tegenprestatie [gedaagde] moet voldoen voor de uitvoering van de opdracht door Toxopeus indien de toevoeging met terugwerkende kracht zal worden ingetrokken. Het beding is expliciet opgenomen in de opdrachtbevestiging. Er is niet gesteld of gebleken dat hierover afzonderlijk is onderhandeld. Om die reden dient het kostenbeding te worden getoetst aan het transparantievereiste van de Richtlijn.
4.7.
Het Hof van Justitie oordeelde in haar arrest van 12 januari 2023 (ECLI:EU:C:2023:14) dat een advocaat de consument moet informeren, zodat de consument de totale kosten van de diensten kan inschatten. Het Hof oordeelde dat daarom niet was voldaan aan het transparantievereiste van artikel 6:231 sub a BW en artikel 4 lid 2 van de Richtlijn. In het arrest van 26 november 2024 (ECLI:NL:GHAMS:2024:3269) oordeelde het gerechtshof Amsterdam dat de mate van informatieverstrekking die van een advocaat mag worden verwacht, afhangt van de aard van de opdracht. Hoe concreter de opdracht, hoe nauwkeuriger de kostenraming kan zijn.
4.8.
In deze zaak betekent dit het volgende. Door alleen een uurtarief exclusief btw te vermelden, kon [gedaagde] niet inschatten wat zij in totaal voor de diensten van Toxopeus zou moeten betalen indien de toevoeging zou worden ingetrokken. Ter zitting heeft Toxopeus aangevoerd dat zij – gelet op artikel 6:230l sub c BW – nog geen schatting van de kosten kon maken. De kantonrechter is van oordeel dat van Toxopeus toch verwacht mag worden dat zij informatie aan [gedaagde] had gegeven met aanwijzingen om de (mogelijke) kosten enigszins te kunnen schatten, bijvoorbeeld per proceshandeling. Het kostenbeding van Toxopeus is dan ook niet transparant, aangezien het – gelet op het voorgaande – niet voldoet aan het transparantievereiste van artikel 6:231 sub a BW en artikel 4 lid 2 van de Richtlijn.
Geen oneerlijk beding
4.9.
Nu is vastgesteld dat het kostenbeding niet transparant is, moet vervolgens worden beoordeeld of het kostenbeding ook oneerlijk is. Op grond van artikel 3 lid 1 van de Richtlijn is het kostenbeding oneerlijk als het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst volgende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van [gedaagde] aanzienlijk verstoort. Dat het kostenbeding niet transparant is, betekent niet meteen dat het beding oneerlijk is, maar dat moet wel worden meegewogen.
4.10.
De kantonrechter is – gelet op alle omstandigheden van dit geval – van oordeel dat het kostenbeding van Toxopeus niet oneerlijk is in de zin van de Richtlijn. Er is aan de overige vereisten van artikel 6:230l sub a en b BW voldaan, nu in de opdrachtbevestiging van 14 augustus 2019 de voornaamste kenmerken van de te verlenen diensten, het adres en de contactgegevens staan vermeld. Ten aanzien van de prijs overweegt de kantonrechter dat indien Toxopeus een meer specifieke kostenraming zou hebben gegeven en in zoverre zou zijn voldaan aan het transparantievereiste, Toxopeus er redelijkerwijze van uit mocht gaan dat [gedaagde] ook met het kostenbeding zou hebben ingestemd. Daarbij weegt mee dat in deze zaak sprake is van een relatief laag uurtarief van € 165,00 exclusief btw, hetgeen in elk geval als marktconform kan worden aangemerkt. Bovendien heeft Toxopeus ter zitting aangevoerd dat het de overtuiging van het kantoor waar zij werkt is om de prijzen zo laag mogelijk te houden.
4.11.
Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat het kostenbeding niet in strijd met de goede trouw het evenwicht aanzienlijk verstoort ten nadele van [gedaagde]. Toxopeus heeft [gedaagde] voldoende duidelijk en begrijpelijk geïnformeerd en er is dan ook geen sprake van een oneerlijk beding.
Schending (pre)contractuele informatieverplichting
4.12.
Omdat niet is voldaan aan het transparantievereiste is sprake van een schending van artikel 6:230l lid 1 onder c BW. De kantonrechter bespreekt hieronder eerst de verweren van [gedaagde] en zal in 4.15 uiteenzetten welke gevolgen de schending van artikel 6:230l lid 1 onder c BW met zich mee brengt.
Toevoeging Raad voor Rechtsbijstand ingetrokken
4.13.
Met betrekking tot het verweer van [gedaagde] dat zij dacht dat de factuur van Toxopeus zou worden vergoed door de Raad voor Rechtsbijstand, overweegt de kantonrechter als volgt. De kantonrechter overweegt dat in de opdrachtbevestiging een nadrukkelijke mededeling staat dat, conform artikel 34g Wet op de Rechtsbijstand, wanneer de toevoeging wordt ingetrokken, de consument op basis van het uurtarief zelf dient te betalen. Nu [gedaagde] de ontvangst van de opdrachtbevestiging niet heeft betwist, wist of behoorde [gedaagde] te weten dat zij – indien de toevoeging zou worden ingetrokken – de factuur van haar advocaat zelf diende te betalen. Dit verweer van [gedaagde] wordt dan ook verworpen.
Betaling door [ex-partner]
4.14.
Met betrekking tot het verweer van [gedaagde] dat [ex-partner] de vordering van Toxopeus dient te betalen, overweegt de kantonrechter als volgt. Het is [gedaagde] die een overeenkomst van opdracht heeft gesloten met Toxopeus zodat zij daarvoor loon is verschuldigd. Uit het vonnis van 9 maart 2022 blijkt dat de proceskosten van [gedaagde] en [ex-partner] zullen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dat betekent dat [gedaagde] de door haar gemaakte kosten niet op [ex-partner] kan verhalen. De omstandigheid dat [gedaagde] van mening is dat [ex-partner] verantwoordelijk zou zijn voor het ontstaan van het verdelingsgeschil, doet niet af aan de verschuldigdheid van [gedaagde] van de factuur die is ontstaan uit de overeenkomst tussen [gedaagde] en Toxopeus. Ook dit verweer van [gedaagde] wordt verworpen.
Conclusie
4.15.
Gelet op voorgaande overwegingen, is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde] gehouden is de factuur van Toxopeus te voldoen. De kantonrechter heeft wel vastgesteld dat artikel 6:230l lid 1 onder c BW is geschonden. De kantonrechter zal die schending conform de Richtlijn Sanctiemodel essentiële informatieverplichtingen sanctioneren door de betalingsverplichting van [gedaagde] met 20% te verminderen. Dit leidt ertoe dat van de gevorderde hoofdsom een bedrag van € 4.646,99 zal worden toegewezen.
Wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten
4.16.
Nu [gedaagde] met de betaling in gebreke is gebleven, is zij in verzuim geraakt. Dit heeft tot gevolg dat [gedaagde] op grond van artikel 6:119 BW wettelijke rente aan Toxopeus verschuldigd is. De wettelijke rente zal daarom vanaf 20 december 2022 worden toegewezen.
4.17.
De vordering ter zake van de buitengerechtelijke incassokosten komt niet voor toewijzing in aanmerking, nu niet gebleken is dat in de aanmaning aan [gedaagde] een betalingstermijn van 14 dagen is gegeven, ingaande de dag na ontvangst daarvan, zoals is voorgeschreven in artikel 6:96 lid 6 BW. In dit verband wordt verwezen naar de uitspraak van de Hoge Raad van 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal daarom worden afgewezen.
4.18.
[gedaagde] zal, als de in het ongelijk te stellen partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure (inclusief de nakosten). De proceskosten aan de zijde van Toxopeus worden berekend op:
- explootkosten € 120,21
- griffierecht € 543,00
- salaris gemachtigde € 678,00 (2 punten x tarief € 339,00)
- nakosten
€ 135,00(0,5 punt x tarief met maximum van € 135,00) (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
totaal € 1.476,21

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Toxopeus een bedrag van € 4.646,99 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 20 december 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.476,21, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Boerlage-van den Bosch en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2025.
typ/conc: 43940/AvK
coll: