ECLI:NL:RBNNE:2025:3304
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij omgevingsvergunning
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Groningen omtrent een omgevingsvergunning voor het vergroten en verduurzamen van een woning. Zij verzocht tevens om een voorlopige voorziening en een bouwstop, welke beide werden afgewezen. De voorzieningenrechter oordeelt dat het beroep tijdig is ingesteld, ondanks discussie over de ontvangst van het besluit.
De kern van het geschil betreft het spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter stelt vast dat de bouwwerkzaamheden zo goed als afgerond zijn; het constructieve gedeelte is voltooid en alleen de gevelbekleding moet nog worden aangebracht. Hierdoor ontbreekt het spoedeisend belang.
Verzoekster voert aan dat zij psychisch lijdt door de verbouwing van het karakteristieke pand tegenover haar woning, waardoor haar eigen woning onleefbaar is. De voorzieningenrechter erkent de emoties maar acht deze onvoldoende objectief bepaalbaar om een spoedeisend belang aan te nemen.
Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen en komt de voorzieningenrechter niet toe aan een inhoudelijke behandeling van het beroep. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.