Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 3 september 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
Instituut Mijnbouwschade Groningen, het Instituut
Inleiding
Feiten en totstandkoming van het besluit
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
maximumbedrag € 5.000,- blijft. Dit laat zich als volgt in een tabel vertalen.
.
De eerste vraag die aan de rechtbank voorligt is of er sprake is van feitelijk en juridisch gelijke gevallen. Als dat niet het geval is kan toch sprake zijn van strijd met het gelijkheidsbeginsel, wanneer sprake is van een overduidelijke onevenredigheid tussen het verschil in behandeling en de tussen de gevallen bestaande verschillen.” [4]
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 29 mei 2024;
- wijst de aanvraag van eiseres tot vergoeding van immateriële schade toe tot het bedrag van € 5.000,-;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- veroordeelt het Instituut tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan eiseres;
- bepaalt dat het Instituut het griffierecht van € 187,- aan eiseres moet vergoeden.