Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
“6.11
3.Het geschil
4.De beoordeling
.De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
5.De beslissing
16 september 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
Eiser huurde sinds 20 december 2017 een woning van gedaagde. Begin 2024 werd een lek in de waterleiding onder de woning ontdekt en hersteld. Door het lek liep gedurende langere tijd ongemerkt water weg, wat leidde tot een hoge waterrekening van €3.665,62 over 2023. Eiser vorderde schadevergoeding op grond van artikel 6:74 BW Pro en artikel 6:174 BW Pro.
Gedaagde stelde dat zij niet toerekenbaar tekortgeschoten was en dat eiser zijn meldingsplicht had verzaakt, waardoor de schade mede aan eiser toe te rekenen zou zijn. De kantonrechter oordeelde dat artikel 7:208 BW Pro, dat de verhuurdersaansprakelijkheid regelt, artikel 6:74 BW Pro niet uitsluit, zodat eiser beroep kon doen op beide artikelen.
De rechtbank stelde vast dat het lek een gebrek vormde waarvoor gedaagde tekortgeschoten was, maar dat zij niet verplicht was tot planmatig onderhoud van de waterleiding. Gedaagde kon het gebrek niet worden toegerekend omdat onvoldoende was gesteld dat zij meer had moeten doen. De aansprakelijkheid op grond van artikel 6:174 BW Pro werd wel aangenomen omdat de waterleiding niet voldeed aan de veiligheidseisen en gevaar opleverde.
De stelling van gedaagde dat eiser het lek eerder had moeten melden werd verworpen wegens onvoldoende bewijs. De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van de schadevergoeding van €3.445,51, wettelijke rente vanaf 2 maart 2024, buitengerechtelijke incassokosten van €568,16 en proceskosten van €764,00. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: De verhuurder wordt veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding van €3.445,51, rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten wegens het lek in de waterleiding.