Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 november 2025 in de zaak tussen
[verzoekers] [woonplaats] e.a., uit [woonplaats], verzoekers
Samenvatting
Procesverloop
[naam], [naam] en [naam]. Namens het college heeft de gemachtigde deelgenomen met J. Zuijderdorp. Verder hebben deelgenomen: E. van Dijken en
N.O. Veenstra namens vergunninghouder en I. Bousema van zorgverlener WerkPro.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is het college bevoegd om artikel 4, elfde lid, van bijlage II van het Bor toe te passen. Het betoog slaagt niet.
1. De locatie moet gemeentelijk grondeigendom zijn.
3. De locatie moet dichtbij basisvoorzieningen liggen.
4. Wat zijn de planologische mogelijkheden?
Anders dat verzoekers stellen, lijkt de locatiekeuze wel te zijn getoetst aan de Leidraad (of een eerdere versie daarvan). In het procesdossier zit het document ‘Procesgang locatiekeuze woonvorm [adres] [woonplaats]’. In dat document is de voorkeurslocatie aan [adres], getoetst aan de zes criteria uit de Leidraad: bruikbaar, beheersbaar, beschikbaar, betere spreiding, bereikbaar en betaalbaar.
Verzoekers betogen daarnaast dat er onvoldoende beheersmaatregelen zijn getroffen om risico’s als overlast, veiligheid en criminaliteit te voorkomen, terwijl deze wel zijn aanbevolen in het Omgevingsonderzoek. Verzoekers stellen dat het Sociaal Beheerplan, waarin beheersmaatregelen zijn opgenomen waarop de vergunning is gebaseerd, niet als handhaafbare voorwaarde aan de vergunning is verbonden. Daarmee ontbreekt juridische zekerheid dat de risico’s daadwerkelijk worden beheerd.
normvan 100 meter. De 100 meter waar verzoekers naar verwijzen, komt uit een advies van SEV naar aanleiding van een evaluatie van de eerste vijf projecten met Skaeve Huse in Nederland. [7] Het advies is in eerste instantie gericht aan de minister van (destijds) Wonen, Wijken en Integratie. In het advies wordt 100 meter niet als harde norm voor bestuursorganen geformuleerd. In deel I van het SEV-advies wordt onder 5 als tip voor een succesvol Skaeve Huse-project aan de minister gegeven: “Ligging op minimaal 75 à 100 meter van woonbebouwing of andere gevoelige functies.” Verder is in 4.1 van het SEV-advies aangegeven: “Een afstand van minstens honderd meter en een visuele afscherming zijn aan te bevelen. Een nadere empirische onderbouwing van deze praktijknorm om visuele, geluids- en geuroverlast te voorkomen is aan te bevelen. Dit zou helpen om bezwaarprocedures te bekorten.”
Verder wordt voorgesteld maatregelen te treffen waarmee de geluidsoverlast wordt gereduceerd maar bij voorkeur worden maatregelen genomen om incidenten op het terrein te voorkomen. Ook wordt voorgesteld om interactie met de omwonenden zoveel mogelijk te voorkomen en toekomstige bewoners te voorzien van voldoende middelen (zoals een fiets) om het risico op diefstal en inbraak te beheersen.