ECLI:NL:RBNNE:2025:4964
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- M.O. Thijsen
- G.H. Boekaar
- O.J. Bosker
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit cocaïnehandel vastgesteld op contant geldbedrag
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 5 december 2025 uitspraak gedaan in een zaak tegen een veroordeelde geboren in 1999, wonende te Groningen, betreffende ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit handel in cocaïne.
De officier van justitie vorderde dat het wederrechtelijk verkregen voordeel zou worden vastgesteld en dat veroordeelde zou worden verplicht tot betaling van €294.880,92. Tijdens de terechtzitting op 21 november 2025 stelde de officier van justitie dat het voordeel gelijk is aan het contante geldbedrag van €62.580,00 dat bij veroordeelde was aangetroffen en in beslag genomen. Veroordeelde deed afstand van dit bedrag, waardoor de betalingsverplichting op nihil werd gesteld. De verdediging sloot zich hierbij aan.
De rechtbank baseerde haar oordeel op verklaringen van veroordeelde, proces-verbaal van bevindingen en verhoor, en constateerde dat het voordeel uit de cocaïnehandel voortvloeit uit het contante geld dat in de woning van de ouders van veroordeelde werd gevonden. Hoewel er aanwijzingen waren voor handel buiten de ten laste gelegde periode, was er onvoldoende zekerheid over omvang en periode. Daarom werd het voordeel vastgesteld op het aangetroffen contante bedrag.
De rechtbank legde op grond van artikel 36e Wetboek van Strafrecht de betalingsverplichting op nihil omdat het bedrag in beslag was genomen en veroordeelde afstand had gedaan. Tevens werd de duur van gijzeling op nul dagen gesteld.
Uitkomst: Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt vastgesteld op €62.580,00 en de betalingsverplichting wordt op nihil gesteld.