ECLI:NL:RBNNE:2025:4974
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening IOAZ-uitkering wegens niet voldoen urencriterium
Verzoekster, die sinds 2018 een eenmanszaak had en sinds augustus 2022 arbeidsongeschikt is, vroeg op 30 juni 2025 een IOAZ-uitkering aan nadat zij haar onderneming per 29 februari 2024 had beëindigd. Het college wees de aanvraag af omdat verzoekster niet voldeed aan het urencriterium van 1225 uur per jaar in de drie jaar voorafgaand aan de aanvraag en de aanvraag niet was ingediend voordat het bedrijf was gestopt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het college de aanvraag terecht heeft afgewezen en dat het besluit niet evident onrechtmatig is. Hoewel verzoekster een spoedeisend belang heeft vanwege haar gezondheidssituatie, weegt dit niet op tegen het ontbreken van het urencriterium. Verzoekster kan in de bezwaarprocedure aanvullende informatie over haar werkzaamheden en revalidatie-uren aanleveren.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en legt geen proceskostenveroordeling op. De uitspraak bindt niet in een eventueel bodemgeding en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de IOAZ-uitkering wordt afgewezen wegens niet voldoen aan het urencriterium.