ECLI:NL:RBNNE:2025:5021

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
24 oktober 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
11525753 BU VERZ 25-166
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuursrechtelijke procedure inzake verkeersboete opgelegd aan betrokkene in Groningen

Op 24 oktober 2025 heeft de kantonrechter van de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke procedure betreffende een verkeersboete die aan de betrokkene was opgelegd. De boete was opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) voor het zonder ontheffing parkeren van een voertuig langer dan 6 meter/hoger dan 2,4 meter op een verboden plaats. De overtreding vond plaats op 13 januari 2024 om 15:18 uur op de Kaliumstraat in Groningen. De opgelegde boete bedroeg € 119,00, inclusief administratiekosten.

De betrokkene had tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Hierop heeft de betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. Tijdens de zitting was de vertegenwoordiger van de officier van justitie, mr. Z. Fluitsma, aanwezig. De gemachtigde van de betrokkene, mr. N.G.A. Voorbach, voerde aan dat het overtreden voorschrift niet was vermeld in de inleidende beschikking en verzocht om vergoeding van de proceskosten.

De kantonrechter heeft vastgesteld dat het overtreden voorschrift, artikel 5:8, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Groningen, wel degelijk was genoemd. Hierdoor was het voor de betrokkene duidelijk waartegen hij zich moest verweren, vooral omdat hij werd bijgestaan door een professioneel rechtsbijstandverlener. De kantonrechter concludeerde dat de betrokkene niet in zijn belangen was geschaad en dat er geen aanleiding was om de boete te matigen of te vernietigen. De proceskosten kwamen niet voor vergoeding in aanmerking. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 264016065
zaaknummer: 11525753 BU VERZ 25-166
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 24 oktober 2025
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

gevestigd in [vestigingsplaats] ,
(gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl.).

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘zonder ontheffing parkeren van een voertuig langer dan 6 meter/hoger dan 2,4 meter op een plaats waar dit verboden is’, verricht op 13 januari 2024, om 15:18 uur, op de Kaliumstraat in Groningen, met een bedrijfsauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 119,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 24 oktober 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. Z. Fluitsma.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten

2. Gemachtigde voert, onder verwijzing naar eerdere rechtspraak, aan dat het overtreden voorschrift niet is vermeld in de inleidende beschikking. Gemachtigde verzoekt om vergoeding van de proceskosten.
3. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Zij verwijst naar een uitspraak van 3 juli 2023 (ECLI:NL:GHARL:2023:5555).
Overwegingen
4. Met de gemachtigde constateert de kantonrechter dat het overtreden voorschrift niet is vermeld in de sanctiebeschikking. De kantonrechter ziet zich voor de vraag gesteld of de betrokkene daardoor in zijn belangen is geschaad.
5. Deze vraag moet ontkennend worden beantwoord. De kantonrechter stelt vast dat het overtreden voorschrift artikel 5:8, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Groningen betreft. Nu dit artikel is genoemd, is duidelijk welk voorschrift is geschonden en kan de gemachtigde betrokkene des te beter verdedigen. [1] Bovendien vermeldt de inleidende beschikking de feitcode en een omschrijving van de gedraging, inclusief tijd, plaats en datum. Op grond van deze gegevens moet betrokkene begrijpen waartegen hij zich moet verweren, temeer nu hij wordt bijgestaan door een professioneel rechtsbijstandverlener.
6. De kantonrechter ziet verder geen aanleiding om te twijfelen aan de gegevens in het dossier. De gedraging kan daarom worden vastgesteld. Verder ziet de kantonrechter geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. De proceskosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Bastin, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. W.B. Jongsma, griffier.
griffier kantonrechter

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Hof Arnhem-Leeuwarden 7 oktober 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:9441.