Op 6 januari 2024 vond een steekincident plaats waarbij het slachtoffer werd gestoken met een mes. Verdachte werd ervan beschuldigd het slachtoffer te hebben gestoken met het opzet het leven te beroven of in ieder geval zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Tijdens de behandeling op 17 en 18 november 2025 heeft de verdediging betoogd dat verdachte onschuldig is en dat de broer van verdachte mogelijk de dader is, ondersteund door verklaringen van het slachtoffer, diens zoon en een buurvrouw.
De rechtbank constateerde tijdens beraadslaging dat het onderzoek onvoldoende was, met name vanwege uiteenlopende getuigenverklaringen en het ontbreken van biologisch sporenonderzoek op het mes. Ook was onduidelijkheid over stemmen op geluidsopnamen van een ringdeurbel die mogelijk relevant zijn voor de zaak.
Daarom besloot de rechtbank het onderzoek te heropenen en voor onbepaalde tijd te schorsen. Er wordt nader (biologisch) sporenonderzoek op het mes bevolen en een vergelijkend stemonderzoek op de geluidsfragmenten. De zaak wordt verwezen naar de rechter-commissaris voor het uitzetten van dit onderzoek. De zitting wordt hervat op een later te bepalen datum.
De rechtbank acht dit noodzakelijk om een verantwoorde beslissing te kunnen nemen over de tenlastelegging en de bewijswaardering. Tot die tijd blijft het onderzoek geschorst en wordt verdachte opgeroepen voor de hervatting van de terechtzitting.