Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 december 2025 in de zaken tussen
[verzoekers 1 en 2], uit [plaats], verzoekers in LEE 25/4364
[vergunninghouder]uit Leeuwarden (de vergunninghouder)
Samenvatting
Procesverloop
op 1 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [verzoeker 1], de gemachtigde van verzoekers [verzoekers 1 en 2], verzoekster [verzoekster], de gemachtigde van verzoekster [verzoekster], de gemachtigden van het college, de gemachtigde van de vergunninghouder en [persoon] namens de vergunninghouder.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Verzoekers [verzoekers 1 en 2] zijn eigenaar van en wonen op het perceel [adres 1]. Verzoekster [verzoekster] huurt het perceel [adres 2].
op 29 december 2023. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, het Besluit omgevingsrecht (Bor), de Wet geluidhinder (Wgh) en de Wet natuurbescherming, zoals die golden vóór 1 januari 2024, van toepassing blijven.
Is er sprake van een evident privaatrechtelijke belemmering?
Verzoekster [verzoekster] betoogt dat het college zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat met dit bouwplan is voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De voorzieningenrechter overweegt dat die norm uit de Ow hier niet van toepassing is gelet op het hiervoor in overweging 9. genoemde overgangsrecht. De voorzieningenrechter begrijpt uit hetgeen verzoekster aanvoert echter dat ook zij wil aanvoeren dat sprake is van strijd met een goede ruimtelijke ordening. Volgens verzoekster [verzoekster] heeft het college haar belangen gemoeid met privacy, gebruik van het gehuurde perceel en het voorkomen van aanzienlijke overlast ten onrechte niet heeft betrokken in de belangenafweging. De nieuwe gevelopeningen geven rechtstreeks zicht op haar perceel en tuin. Er is sprake van een onaanvaardbare aantasting van haar privacy en het woon- en leefklimaat, aldus verzoekster [verzoekster].
Conclusie en gevolgen
Beslissing
op 16 december 2025.
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen.
1. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, wordt de omgevingsvergunning geweigerd indien:
1. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en:
,
[…]
.geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte, en
.geen uitbreiding van het bouwvolume.
Voor verlening van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking:
[…]
[…]
C.
de inhoud van een bouwwerk:
de bouwhoogte van een bouwwerk: