Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de kantonrechter van 6 november 2025
[betrokkene] B.V. (hierna: betrokkene),
Inleiding
Beoordeling door de kantonrechter
.Hij zal het verzoek om immateriële schadevergoeding in de vorm van een geldsom afwijzen en proceskosten toekennen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dit alles doet.
Ik zag dat de bestuurder van het genoemde voertuig tijdens het rijden een smartphone met de rechterhand vasthield. Ik zag namelijk dat dat(sic)
betrokkene een telefoon in zijn rechterhand vasthield en kennelijk bediende met de duim door daar mee het scherm aan te raken. Ik heb deze waarnemingen gedaan door het genoemde voertuig mij langzaam in te laten halen, waarbij ik enkele seconden duidelijk en onbelemmerd in het genoemde voertuig kon kijken.” In een tweede aanvullend proces-verbaal van 14 april 2024 gaat de verbalisant de beroepsgronden van betrokkene langs door de constateringen die hij heeft vermeld in het zaakoverzicht en het eerste aanvullend proces-verbaal te bevestigen. Daarbij is van belang dat ook dit tweede proces-verbaal, anders dan de verklaring het zaakoverzicht, op ambtsbelofte is opgemaakt.
“Hebt u duidelijk waar kunnen nemen dat het apparaat niet met een bandje om de hand vast zat”anders had moeten antwoorden dan dat hij nu eenmaal geen scanner heeft gezien. Bovendien slaagt betrokkenes stelling dat de bestuurder een handscanner om zijn pols gebonden had, maar deze niet heeft vastgehouden of bediend, niet. De verbalisant verklaart immers uitdrukkelijk dat hij zag dat de bestuurder tijdens het rijden een smartphone met de rechterhand vasthield en dat de bestuurder deze met de duim bediende. Ook hier valt niet in te zien wat daaraan kan worden toegevoegd, anders dan een bevestiging van die waarneming, nogmaals: onder ambtsbelofte, in een aanvullend proces-verbaal.