ECLI:NL:RBNNE:2025:5835

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
4 februari 2026
Zaaknummer
11602597 BU VERZ 25-571
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor onjuiste verlichting zonder herstelmogelijkheid

Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het voeren van andere verlichting dan toegestaan tijdens daglicht op 25 maart 2024 in Groningen. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 26 november 2025 werd het beroep behandeld. De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat de gedraging ontkend werd en dat de verbalisant geen mogelijkheid tot herstel had geboden, wat volgens haar zorgvuldige besluitvorming ontbrak. Ook werd aangevoerd dat het bewijs niet rond was in de bezwaarfase.

De kantonrechter achtte de verklaring van de verbalisant en de foto’s in het dossier voldoende bewijs. De enkele ontkenning van betrokkene was onvoldoende om twijfel te zaaien. Er waren geen feiten die aanleiding gaven tot matiging of vernietiging van de boete. Tevens is vastgesteld dat de verbalisant niet verplicht is om voorafgaand aan het opleggen van een boete een herstelmogelijkheid te bieden.

De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees de vergoeding van proceskosten af. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor het voeren van onjuiste verlichting wordt ongegrond verklaard en de boete blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 265487827
zaaknummer: 11602597 BU VERZ 25-571
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 26 november 2025
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] ,
(gemachtigde: G. Debije, Meesterboete.nl).

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘bij dag naast het dimlicht of het mistlicht andere verlichting voeren dan toegestaan’, verricht op 25 maart 2024, om 16:24 uur, op de Paterswoldseweg in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 189,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 26 november 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. R.A. van der Velde.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten

2. Gemachtigde voert aan dat betrokkene de gedraging ontkent. Daarnaast is onvoldoende gebleken dat de verbalisant een mogelijkheid tot herstel van de overtreding heeft geboden. Dit is achterwege gelaten bij de besluitvorming van de administratieve sanctie, waardoor geen sprake is van zorgvuldige besluitvorming. Daarnaast voert gemachtigde, onder verwijzing naar eerdere rechtspraak, aan dat het bewijs rond moet zijn in de fase van bezwaar. [1] Dat is in deze zaak niet het geval. Gemachtigde verzoekt om vergoeding van de proceskosten en voert aan dat de wet herwaardering proceskosten onjuist wordt toegepast.
3. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.
Overwegingen
4. De kantonrechter ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de foto’s in het dossier en de verklaring van de verbalisant. De verklaring van de verbalisant is in beginsel voldoende voor het vaststellen van de gedraging. Dat is anders als de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden geeft, die laten twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring. De enkele ontkenning door betrokkene is hiervoor onvoldoende. De gedraging kan daarom worden vastgesteld.
5. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
6. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. Als iemand niet de juiste verlichting voert tijdens het rijden, kan een boete worden opgelegd. De verbalisant is niet gehouden om alvorens tot opleggen van een boete over te gaan een mogelijkheid tot herstel van de overtreding te bieden. De proceskosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.F. Bruinenberg, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. W.B. Jongsma, griffier.
griffier kantonrechter

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.College van Beroep voor het bedrijfsleven 29 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:41.