Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2025:5837

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
4 februari 2026
Zaaknummer
11602226 BU VERZ 25-565
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor parkeren op laadplek met storing

Aan Friesland Lease B.V. is een boete opgelegd wegens het parkeren op een parkeerplaats die uitsluitend bestemd is voor andere voertuigen, namelijk een laadplek voor elektrische auto's, op 3 april 2024 in Groningen. De betrokkene voerde aan dat de laadpaal meerdere keren langdurig een storing had, waardoor opladen niet mogelijk was, en dat de parkeerdruk hoog was. Tevens stelde hij dat de laadplek daardoor feitelijk een normale parkeerplaats was geworden.

De kantonrechter stelde vast dat de verkeersovertreding niet werd betwist, maar dat de aangevoerde omstandigheden onvoldoende waren om de boete te matigen of te vernietigen. De enkele verklaring over de storing was onvoldoende bewijs en een storing verandert de bestemming van de laadplek niet. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat er geen alternatieve parkeerplaatsen beschikbaar waren.

De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de boete van €129,00. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, onder voorwaarden.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor parkeren op een laadplek met storing wordt ongegrond verklaard en de boete blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 265800056
zaaknummer: 11602226 BU VERZ 25-565
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 10 december 2025
in de zaak van

Friesland Lease B.V. (de betrokkene),

gevestigd in Drachten,
(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een voertuig parkeren op een parkeerplaats die uitsluitend bestemd is voor andere voertuigen’, verricht op 3 april 2024, om 09:38 uur, op de Aquamarijnstraat in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 10 december 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. M. Kalsbeek.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten

2. Gemachtigde voert aan dat zijn voertuig een elektrische auto is en dus tot de aangegeven groep voertuigen behoort. Daarnaast is de parkeerdruk in deze straten te hoog. In de periode van de vermeende overtreding heeft de laadpaal meerdere keren voor langere tijd een storing gehad. Hierdoor kon gemachtigde zijn auto niet opladen. Hij heeft zijn auto hier geparkeerd om te gaan laden, maar bij een storing koppelt de stekker niet. Gemachtigde zou dan voor de bühne een kabel in zijn auto stoppen, met als risico dat zijn laadkabel gestolen kan worden. Omdat de laadpaal al weken een storing heeft is het, wat gemachtigde betreft, een normale parkeerplak geworden. Daarnaast voert gemachtigde, onder verwijzing naar bijlagen, aan dat andere auto’s ook geregeld gebruik maken van deze plekken.
3. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.
Overwegingen
4. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan om deze te verklaren. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
5. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. De enkele verklaring van betrokkene, dat er een storing zou zijn geweest, is hiervoor onvoldoende. Voor zover er wel een storing zou zijn betekent dit niet dat de laadplek vanaf dat moment verandert in een normale parkeerplek. [1] Betrokkene heeft verder niet aannemelijk gemaakt dat hij niet anders heeft kunnen handelen. Bijvoorbeeld door op een locatie verder weg te parkeren, waar dat wel was toegestaan.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.F. Bruinenberg, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. W.B. Jongsma, griffier.
griffier kantonrechter

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Hof Arnhem-Leeuwarden 12 oktober 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:8578.