ECLI:NL:RBNNE:2026:1086

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
3 april 2026
Publicatiedatum
3 april 2026
Zaaknummer
242627
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek genderneutrale registratie wegens schending artikel 8 EVRM

De rechtbank Noord-Nederland behandelde het verzoek van betrokkene tot genderneutrale registratie. Betrokkene leefde in de gerechtvaardigde verwachting dat een dergelijke registratie mogelijk zou zijn, mede gebaseerd op eerdere rechtspraak van de Hoge Raad en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM).

De rechtbank overwoog dat het ontbreken van een wettelijke regeling voor genderneutrale registratie op zichzelf geen rechtstekort oplevert, maar dat in concrete gevallen wel sprake kan zijn van een ontoelaatbare ongelijkheid. In deze zaak leidde het niet waarmaken van de gerechtvaardigde verwachting tot een structurele ongelijkheid en meer dan persoonlijk ongemak.

De rechtbank concludeerde dat de belangen van betrokkene zwaarder wegen dan de tegenwerpingen, mede gelet op eerdere jurisprudentie en adviezen. Daarom werd het verzoek toegewezen en werd de ambtenaar van de burgerlijke stand gelast de geboorteakte aan te passen met de geslachtsaanduiding "X".

De beschikking werd openbaar uitgesproken op 3 april 2026 door rechter B.R. Tromp, bijgestaan door griffier J. Stulp. Betrokkene kan tegen deze beschikking in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar dit moet via een advocaat binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: Verzoek tot genderneutrale registratie wordt toegewezen en geslachtsaanduiding in geboorteakte gewijzigd naar "X".

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Groningen
Zaaknummer: C/18/242627 / FA RK 25-753
Beschikking van 3 april 2026 van de rechtbank over genderneutrale registratie
in de zaak van
[naam betrokkene],
die woont in [woonplaats] ,
en die hierna "betrokkene" wordt genoemd,
advocaat: mr. K.S.M. Smienk, die kantoor houdt in De Meern.
De rechtbank merkt als belanghebbende aan:
De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Aa en Hunze.

1.Het (verdere) procesverloop

1.1.
Op 16 februari 2026 heeft de rechtbank een tussenbeschikking gegeven. Bij die beschikking is betrokkene in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het rechtstekort dat eventueel ontstaat als het verzoek door de rechtbank wordt afgewezen, en of de rechtbank de behandeling moet aanhouden, en zo ja voor welke duur, in afwachting van de uitkomst van de parlementaire aandacht voor de mogelijkheid van een genderneutrale registratie.
1.2.
Op 6 maart 2026 heeft de rechtbank een brief met bijlage van de advocaat van betrokkene ontvangen.
1.3.
Ten slotte is bepaald dat deze beschikking wordt gegeven.

2.De (verdere) beoordeling

2.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of het ontbreken van de mogelijkheid tot genderneutrale registratie voor betrokkene een in het licht van de in artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) beschermde rechten, een rechtstekort oplevert.
2.2.
De rechtbank overweegt allereerst dat het ontbreken van een mogelijkheid tot genderneutrale registratie op zichzelf geen rechtstekort oplevert. [1] Ook neemt de rechtbank in overweging dat uit de rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat dit niet uitsluit dat in een concreet geval er zodanige feiten en omstandigheden kunnen zijn waardoor er toch sprake is van een rechtstekort wanneer genderneutrale registratie niet mogelijk wordt gemaakt. [2]
2.3.
De rechtbank komt in deze zaak tot het oordeel dat het verzoek van betrokkene moet worden toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij tot dit oordeel komt.
2.4.
Betrokkene heeft in de gerechtvaardigde verwachting geleefd dat een genderneutrale registratie wettelijk mogelijk zou worden gemaakt en dat vooruitlopend op die verwachting de rechtbank een verzoek tot genderneutrale registratie kan toewijzen.
2.5.
Deze verwachting is ontstaan door rechtspraak van de Hoge Raad die de mogelijkheid van een genderneutrale registratie zonder wettelijke grondslag suggereert. Die suggestie heeft de Hoge Raad gedaan in de beantwoording van prejudiciële vragen op 4 maart 2022. [3] De Hoge Raad overweegt in rechtsoverweging 4.9, voor zover hier van belang:
(…) Zolang er geen wettelijke regeling is, is het aan de rechter om in elke concrete zaak aan de hand van de aard en inhoud van het verzoek en de verdere omstandigheden van het geval te beslissen, met inbegrip van de mogelijkheid om de beslissing op het verzoek aan te houden.
2.6.
De rechtbank concludeert dat de Hoge Raad niet tot andere inzichten is gekomen nadat uit de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) [4] bleek dat het ontbreken van een genderneutrale registratie op zichzelf genomen geen rechtstekort oplevert. [5] De rechtbank zal daarom het verzoek van betrokkene beoordelen aan de hand van de aard en inhoud van het verzoek en de verdere omstandigheden van het geval.
2.7.
In deze specifieke zaak heeft betrokkene de hiervoor bedoelde gerechtvaardigde verwachting onderbouwd met een verwijzing naar concrete feiten en omstandigheden en daarnaast inzicht gegeven in de gevolgen die het voor betrokkene heeft als het verzoek wordt afgewezen, dan wel wordt aangehouden in afwachting van wetgeving.
2.8.
Het zijn feiten en omstandigheden die in hun onderlinge verband en samenhang beschouwd, duidelijk maken dat het niet waarmaken van de gerechtvaardigde verwachting dat genderneutrale registratie mogelijk zou zijn, voor betrokkene leidt tot meer dan slechts persoonlijk ongemak. Het veroorzaakt voor betrokkene een structurele en in het licht van de in artikel 8 EVRM Pro beschermde rechten, ontoelaatbare ongelijkheid ten opzichte van anderen die met succes een soortgelijk verzoek hebben ingediend.
2.9.
Tegenover het belang van betrokkene bij toewijzing van het verzoek staan verschillende zwaarwegende belangen, zoals uiteengezet in de hiervoor aangehaalde uitspraak van het EHRM en bijvoorbeeld het advies van de Raad van State. [6] De Hoge Raad heeft echter hierin geen belemmering gezien om een verzoek tot genderneutrale registratie toe te wijzen. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er in deze specifieke zaak geen belangen zijn die zich tegen toewijzing van het verzoek van betrokkene verzetten.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Aa en Hunze om aan de geboorteakte met aktenummer [aktenummer] in 1994 ingeschreven in het register van de gemeente Aa en Hunze, een latere vermelding toe te voegen van de wijziging van het geslacht van betrokkene in die zin dat het geslacht "X" zal zijn;
3.2.
draagt de griffier op om (niet eerder dan drie maanden na de datum van deze beschikking en alleen indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld) een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Aa en Hunze.
Deze beschikking is gegeven door mr. B.R. Tromp, rechter, bijgestaan door mr. J. Stulp, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2026.
Als u het niet eens bent met de beslissingen die de rechter heeft genomen, kunt u in hoger beroep. Maar let op! Hoger beroep kunt u niet zelf instellen. U moet daarvoor naar een advocaat. Een advocaat kan voor u hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Belangrijk is dat u snel naar een advocaat gaat. Hoger beroep moet bijna altijd binnen drie maanden na de dag van de uitspraak worden ingesteld.

Voetnoten

1.EHRM 31 januari 2023, 76888/17, ECLI:CE:ECHR:2023:0131JUD007688817 (
2.Hoge Raad 19 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1959.
3.Hoge Raad 4 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:336.
4.Ibid. 1.
5.Ibid. 2.
6.Raad van State, Advies W16.22.0029/II, 2023, beschikbaar via: