ECLI:NL:RBNNE:2026:1122
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Intrekking marktstandplaatsvergunningen wegens ernstig gevaar op misbruik en strafbare feiten
De zaak betreft het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Assen om twee marktstandplaatsvergunningen van eisers in te trekken op grond van de Wet Bibob. Het college baseerde zich op een advies van het Landelijk Bureau Bibob (LBB) dat ernstig gevaar constateerde dat de vergunningen zouden worden gebruikt voor het benutten van op strafbare wijze verkregen voordelen en het plegen van strafbare feiten.
Eisers voerden aan dat de intrekking onevenredig is en dat het college had moeten volstaan met het verbinden van voorschriften aan de vergunningen. Zij betwistten de hoogte van de belastingschulden en wezen op getroffen verbetermaatregelen sinds de strafbare feiten. De rechtbank oordeelde dat het college de evenredigheidstoets correct heeft toegepast en dat de intrekking passend is gezien de ernst, duur en herhaling van de fiscale overtredingen.
De rechtbank verwierp het betoog dat het college had moeten volstaan met voorschriften, gelet op de omvang en aard van de strafbare feiten en het grote financiële voordeel. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Eisers krijgen geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af, waardoor de intrekking van de marktstandplaatsvergunningen in stand blijft.