Uitspraak
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 16 april 2026 in de zaak tussen
[Y] , uit [Z] , eiseres
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
de vennootschapdaarin een even groot belang blijft houden, leidt evenwel niet tot de start van een nieuwe indirectebezitstermijn (voor die uitbreiding). Deze rechtsoverweging ziet op het geval waarin de vennootschap waarvan de aandelen worden geschonken, op haar beurt zelf weer een belang heeft in een andere vennootschap en dát belang groter wordt. Dan wordt dus het
indirectebelang in de onderneming uitgebreid en dat strookt niet met het antimisbruikkarakter van de BOR. Dat speelt hier echter niet. Uit het arrest volgt niet dat ook een nieuwe directe- of indirectebezitstermijn gaat lopen als de schenker (zoals in dit geval moeder) een
directbelang heeft in de vennootschap (zoals in dit geval de BV) en dat directe belang in díe vennootschap procentueel bezien groter wordt, zonder dat de gerechtigdheid in absolute zin is gewijzigd en zonder dat de BV haar gerechtigdheid tot de onderneming heeft uitgebreid. Anders gezegd: dezelfde 600 Certificaten vertegenwoordigden ten tijde van de schenking weliswaar een procentueel groter belang in de BV, maar de (materiële) onderneming van de BV was niet gewijzigd.