ECLI:NL:HR:2020:867
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Toepassing bedrijfsopvolgingsregeling bij schenking aandelen en bezitstermijn
Belanghebbende kreeg in 2014 een schenking van certificaten van aandelen in een holding die een onderneming dreef. De holding had in 2013 activa en passiva gekocht van een andere vennootschap die een zelfstandige onderneming dreef. De Rechtbank Noord-Holland oordeelde dat de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) niet van toepassing was op het deel van de schenking dat betrekking had op deze aangekochte onderneming, omdat niet was voldaan aan de vijfjaar bezitstermijn.
De Hoge Raad stelde vast dat voor toepassing van de BOR beslissend is of op het moment van verkrijging een onderneming of een gedeelte daarvan wordt verkregen. Het is daarbij niet relevant dat een deel van de onderneming binnen de vijf jaar voorafgaand aan de schenking is gekocht en toen een zelfstandige onderneming was. De Rechtbank had ten onrechte een nieuwe bezitstermijn laten lopen voor het aangekochte deel.
De Hoge Raad vernietigde daarom het oordeel van de Rechtbank en bepaalde dat de aanslag schenkbelasting moet worden verminderd overeenkomstig de aangifte van belanghebbende. Tevens werden de proceskosten verdeeld en vergoedingen toegekend aan belanghebbende.
Uitkomst: De aanslag schenkbelasting wordt verminderd overeenkomstig de aangifte van belanghebbende.