Verzoeksters dienden een handhavingsverzoek in tegen 18 lelietelers die zonder omgevingsvergunning gewasbeschermingsmiddelen gebruiken. Het college stelde dit verzoek aanvankelijk buiten behandeling wegens onvoldoende concreetheid. Na bezwaar herroept het college dit besluit, maar neemt geen inhoudelijk besluit op het handhavingsverzoek, wat tot het beroep leidde.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het college in strijd met artikel 7:11, tweede lid, Awb heeft gehandeld door het primaire besluit te herroepen zonder een inhoudelijk besluit te nemen. De gesplitste besluitvorming is onrechtmatig en het beroep is gegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat een inhoudelijke beslissing niet kan worden afgedwongen via een voorlopige voorziening.
De rechtbank legt het college op om uiterlijk 1 juli 2026 een nieuw besluit op bezwaar te nemen en bekend te maken, met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding, maximaal €15.000. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan verzoeksters. Het beroep tegen het primaire besluit en tegen het niet tijdig beslissen zijn niet-ontvankelijk verklaard.