ECLI:NL:RBNNE:2026:1999
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij afwijzing aanvraag Participatiewet wegens onvoldoende bewijs hoofdverblijf
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de Participatiewet, welke door het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden is afgewezen omdat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij feitelijk haar hoofdverblijf heeft op het opgegeven inschrijfadres.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld, waarbij verzoekster stelde dat zij wel degelijk op het inschrijfadres woont, maar weinig contact heeft met medebewoners en voornamelijk op haar kamer verblijft. Het college baseerde het besluit mede op een verklaring van de verhuurder dat verzoekster niet op het adres woont en slechts sporadisch post ophaalt.
Tijdens een huisbezoek werden omstandigheden geconstateerd die niet stroken met een hoofdverblijf, zoals bedorven voedsel en niet gebruikte keukenapparatuur. Verzoekster kon haar stelling niet met aanvullende verklaringen onderbouwen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster onvoldoende bewijs heeft geleverd om het besluit te weerleggen en dat het bestreden besluit naar verwachting in rechte stand zal houden. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoekster onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij op het opgegeven inschrijfadres woont.