ECLI:NL:RBNNE:2026:508
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking bijstandsuitkering wegens niet-verblijf op inschrijfadres
Verzoekster ontvangt sinds februari 2025 bijstand en heeft een kamer als inschrijfadres opgegeven. Het college trok de uitkering primair per 1 mei 2025 in omdat verzoekster niet meer op het inschrijfadres zou verblijven, en subsidiair per 19 november 2025 wegens het niet volledig aanleveren van bewijsstukken.
Het college baseerde het besluit op verklaringen van de verhuurder en medebewoners, bankafschriften met transacties buiten Leeuwarden, en bevindingen bij een huisbezoek. Verzoekster voerde aan dat zij door bedreigende omstandigheden en gezondheidsproblemen haar kamer nauwelijks verlaat en dat haar ouders haar financiën beheren, waardoor transacties elders plaatsvinden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het college voldoende bewijs heeft geleverd dat verzoekster niet meer op het inschrijfadres verblijft. De verklaring van verzoekster wordt onvoldoende aannemelijk geacht. Ook is het onrechtmatig dat verzoekster bankafschriften onleesbaar maakte; het college mocht volledige inzage verlangen.
Gezien deze feiten acht de voorzieningenrechter het bestreden besluit naar verwachting in stand te houden en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt afgewezen.