Eiseres, een jongvolwassene met een ernstige verstandelijke beperking en autisme, woont thuis en ontvangt een persoonsgebonden budget (pgb) met meerzorg. Haar ouders hebben namens haar een verhoging van de meerzorg aangevraagd om haar zorg in een eigen huis mogelijk te maken. Het zorgkantoor kende minder uren toe dan gevraagd en verlaagde het uurtarief voor informele zorgverleners, wat tot bezwaar en beroep leidde.
De rechtbank oordeelt dat het zorgkantoor geen toetsbare vergelijking heeft gemaakt tussen de vastgestelde zorgbehoefte van eiseres en de zorg die ten grondslag ligt aan het geïndiceerde zorgprofiel VG7. De zorgbehoefte is vastgesteld op 80 uur per week, maar het zorgkantoor kon niet aantonen welke zorguren het zorgprofiel omvat. Hierdoor kan het besluit niet in stand blijven.
Daarnaast mocht het zorgkantoor het uurtarief voor de moeder en zus van eiseres niet verlagen, omdat eiseres onder het overgangsrecht valt en het zorgkantoor geen wettelijke grondslag had voor deze verlaging. Ook is het uitgangspunt dat zorg thuis niet duurder mag zijn dan in een instelling niet toepasbaar, omdat geen passende plek beschikbaar is.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt het zorgkantoor op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het zorgkantoor veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.