Op 12 oktober 2025 ontstond in een woning te Leeuwarden een conflict tussen verdachte en twee andere mannen over de afwas. Verdachte pakte een mes en stak beide slachtoffers meerdere malen in het bovenlichaam. Eén slachtoffer overleed aan een steekwond in het hart en de long, het andere slachtoffer liep ernstige verwondingen op.
Verdachte ontkende opzet en stelde dat de slachtoffers zelf in het mes waren gevallen, en dat hij handelde uit noodweer. De rechtbank verwierp dit scenario als ongeloofwaardig en oordeelde dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans op de dood van de slachtoffers heeft aanvaard.
De rechtbank achtte doodslag op het overleden slachtoffer en poging tot doodslag op het andere slachtoffer wettig en overtuigend bewezen. Verdachte werd veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 13 jaar. Daarnaast werd aan de ouders van het overleden slachtoffer schadevergoeding toegekend voor materiële en immateriële schade.
De rechtbank nam mee dat verdachte een strafblad heeft met eerdere veroordelingen voor geweld en wapens, en dat hij geen psychische problematiek vertoont. Verdachte toonde geen berouw en legde de verantwoordelijkheid buiten zichzelf. De straf is mede gebaseerd op de ernst van het delict en de maatschappelijke impact.
De vorderingen van de benadeelden werden toegewezen, met wettelijke rente en mogelijkheid tot gijzeling bij niet-betaling. Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland op 10 juni 2026.