Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:2386

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
17 juni 2026
Zaaknummer
18.009584.25
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 SrArt. 33a SrArt. 36f SrArt. 47 SrArt. 57 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen bankhelpdeskfraude en diefstal met valse sleutels

De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte, die als chauffeur optrad bij 40 gevallen van bankhelpdeskfraude en 32 diefstallen met valse sleutels, veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaren. Verdachte werkte samen met mededaders die slachtoffers telefonisch benaderden en zich voordeden als bankmedewerkers om bankpassen, pincodes, contant geld en waardevolle goederen te verkrijgen.

De rechtbank achtte medeplegen bewezen vanwege de planmatige aanpak en intensieve samenwerking, waarbij verdachte de ophalers naar slachtoffers bracht en daarna naar pinautomaten of winkels. De slachtoffers waren veelal kwetsbare ouderen die thuis werden benaderd, wat de ernst van de feiten vergrootte.

De rechtbank wees diverse schadevergoedingen toe aan benadeelden, waaronder banken en particulieren, en legde een schadevergoedingsmaatregel op. Immateriële schadevorderingen werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Verdachte werd ook veroordeeld tot verbeurdverklaring van twee in beslag genomen Apple iPhones.

De straf is lager dan de eis van 6 jaren vanwege de jonge leeftijd van verdachte en eerdere jurisprudentie. Verdachte wordt hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de schade samen met mededaders, met mogelijkheid tot gijzeling bij niet-betaling.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 4 jaar gevangenisstraf voor medeplegen bankhelpdeskfraude en diefstal met valse sleutels, met toewijzing van schadevergoedingen aan benadeelden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer 18.009584.25
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 16 juni 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] ,
thans gedetineerd te [instelling] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 20 april 2026.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. B. Hartman, advocaat te Amsterdam-Duivendrecht. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door
mr. I. Kluiter.
Na de onderbreking van het onderzoek ter terechtzitting op 20 april 2026 is het onderzoek gesloten ter terechtzitting van 2 juni 2026. Verdachte en zijn raadsman zijn toen niet verschenen. Het openbaar ministerie is toen ter terechtzitting vertegenwoordigd door
mr. H. Mous.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 januari 2024 tot en met 12 mei 2025 te Groningen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of een ander, wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meerdere perso(o)n(en)/aangever(s), te weten
  • [slachtoffer 1] (bankpas met bijhorende pincode en sieraden)
  • [slachtoffer 2] (bankpas met bijhorende pincode en 550 aan contanten)
  • [slachtoffer 3] (bankpas met bijhorende pincode)
  • [slachtoffer 4] (bankpas met bijhorende pincode en 3.400 aan contanten)
  • [slachtoffer 5] (bankpas met bijhorende pincode, telefoon met bijhorende code en inloggegevens van de ING-app)
  • [slachtoffer 6] (bankpas met bijhorende pincode, telefoon, sieraden en 220 aan contanten)
  • [slachtoffer 7] (bankpas met bijhorende pincode, tablet en telefoon)
  • [slachtoffer 8] (bankpas met bijhorende pincode)
  • [slachtoffer 9] (bankpas met bijhorende pincode, Ipad en sieraden)
  • [slachtoffer 10] (bankpas met bijhorende pincode, Iphone, creditcard en inlogcodes)
  • [slachtoffer 11] (bankpas met bijhorende pincode)
  • [slachtoffer 12] (bankpas met bijhorende pincode, sieraden, Ipad en 285 aan contanten)
  • [slachtoffer 13] (pincode)
  • [slachtoffer 14] (bankpas met bijhorende pincode, sieraden en 185 aan contanten)
  • [slachtoffer 15] (bankpas met bijbehorende pincode en sieraden)
  • [slachtoffer 16] (bankpas met bijbehorende pincode en 500 aan contanten)
  • [slachtoffer 17] (bankpas met bijbehorende pincode)
  • [slachtoffer 18] (bankpas met bijbehorende pincode)
  • [slachtoffer 19] (bankpas met bijbehorende pincode en sieraden)
  • [slachtoffer 20] (bankpas met bijbehorende pincode en sieraden en 650 aan contanten)
  • [slachtoffer 21] (bankpas met bijbehorende pincode en sieraden en 350 aan contanten)
  • [slachtoffer 22] (bankpas met bijbehorende pincode)
  • [slachtoffer 23] (Iphone en laptop en sieraden)
  • [slachtoffer 24] ((bankpas met bijbehorende pincode en iPad)
  • [slachtoffer 25] ((bankpas met bijbehorende pincode)
  • [slachtoffer 26] ((bankpas met bijbehorende pincode)
  • [slachtoffer 27] ((bankpas met bijbehorende pincode en mobiele telefoon)
  • [slachtoffer 28] ((bankpas met bijbehorende pincode)
  • [slachtoffer 29] (bankpas met bijbehorende pincode)
  • [slachtoffer 30] ((bankpas met bijbehorende pincode)
  • [slachtoffer 31] (bankpas met bijbehorende pincode)
  • [slachtoffer 32] (bankpas met bijbehorende pincode
  • [slachtoffer 33] (bankpas met bijbehorende pincode
  • [slachtoffer 34] (bankpas met bijbehorende pincode en mobiele telefoon)
  • [slachtoffer 35] (bankpas met bijbehorende pincode)
  • [slachtoffer 36] (bankpas met bijbehorende pincode)
  • [slachtoffer 37] (bankpas met bijbehorende pincode)
  • [slachtoffer 38] (bankpas met bijbehorende pincode)
  • [slachtoffer 39] (bankpas met bijbehorende pincode en mobiele telefoon en tablet)
  • [slachtoffer 40] (bankpas met bijhorende pincode en sieraden)
  • [slachtoffer 41] (bankpas met bijhorende pincode en sieraden)
  • [slachtoffer 42] (bankpas met bijhorende pincode en sieraden)
  • [slachtoffer 43] ((bankpas met bijhorende pincode en sieraden en 150,- aan contanten)
heeft bewogen tot
  • de afgifte van voornoemd(e) geldbedrag(en), althans enig(e) geldbedrag(en), in elk geval enig goed,
  • de afgifte van zijn/haar bankpassen en/of creditcards, in elk geval enig goed,
  • de afgifte van zijn/haar sierraden,
  • de afgifte van zijn/haar telefoon en/of tablet/Ipad en/of laptop,
  • het ter beschikking stellen van pincodes voor betaalpassen en/of creditcards,
door
valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zakelijk weergegeven
- contact op te (laten) nemen met voornoemde personen, daarbij gebruikmakend van verdachtes en/of medeverdachtes valse hoedanigheid van medewerker (van de fraudedesk) van een of meer bank(en) en/of Specsavers en in deze gesprekken de aangever(s) voor te houden dat geld was afgeschreven en/of gepoogd werd af te schrijven van haar/zijn rekening en/of dat oplichters actief waren en uit voorzorg de bankpas/contanten
veiliggesteld moesten worden en/of op een andere wijze de aangever(s) voorgehouden dat er een probleem was met de bankrekening of telefoon/computer en/of aangever een openstaande schuld had en dat hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(s), haar/hem zou helpen het probleem te verhelpen, en/of
  • aan te bellen bij de woning van voornoemde personen, daarbij gebruikmakende van de valse hoedanigheid van bankmedewerker en/of de Specsavers
  • aangever(s) te instrueren bankpas(sen) en/of creditcard(s) en/of (pin)codes en/of waardevolle goederen en/of contanten geldbedragen hiervoor ter veiligstelling af te geven aan de (zogenaamde) fraudehelpdeskmedewerker(s) waardoor die perso(o)n(en)/aangever(s) werd/werden bewogen tot voornoemde afgifte en/of voornoemde terbeschikkingstellen;
2
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 januari 2024 tot en met 12 mei 2025 te Groningen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, de na te noemen geldbedrag(en), althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een of meer ander(en) toebehoorde(n), te weten aan
  • [slachtoffer 1] ( 934,75)
  • [slachtoffer 2] ( 1.000)
  • [slachtoffer 3] ( 125)
  • [slachtoffer 4] ( 950)
  • [slachtoffer 5] ( 1.094)
- [ slachtoffer 6] ( 6.265,32)
  • [slachtoffer 7] ( 1.149)
  • [slachtoffer 8] ( 5,70)
  • [slachtoffer 9] ( 453,90)
  • [slachtoffer 10] ( 950)
  • [slachtoffer 11] ( 1.499)
- [ slachtoffer 14] ( 1.174,42)
  • [slachtoffer 15] ( 700)
  • [slachtoffer 16] ( 450)
  • [slachtoffer 18] ( 4.000)
- [ slachtoffer 19] ( 526,64)
  • [slachtoffer 20] ( 750)
  • [slachtoffer 21] ( 200)
  • [slachtoffer 22] ( 700)
- [ slachtoffer 25] ( 1.805,69)
  • [slachtoffer 26] ( 98)
  • [slachtoffer 27] ( 3.998)
  • [slachtoffer 28] ( 698)
  • [slachtoffer 29] ( 4.016)
  • [slachtoffer 34] ( 1.100)
  • [slachtoffer 36] ( 900)
  • [slachtoffer 37] ( 12,93)
  • [slachtoffer 39] 1.518)
  • [slachtoffer 40] ( 460,-)
  • [slachtoffer 41] ( 450,-)
  • [slachtoffer 42] ( 600,-)
- [ slachtoffer 43] ( 1.000,-)
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl
verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel,
te weten via onrechtmatig verkregen en/of onrechtmatig gebruikte bankpassen en pincodes voor bankpassen/bankrekeningen.
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor de feiten 1 en 2. Ten aanzien van feit 1 moet er met betrekking tot aangevers [slachtoffer 30] , [slachtoffer 32] en [slachtoffer 35] vrijspraak volgen, nu het in deze zaken bij een poging is gebleven.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van de feiten 1 en 2. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte enkel als chauffeur bij de oplichtingen betrokken is geweest. Verdachte heeft daarmee een te geringe rol in de uitvoering gehad om medeplegen te kunnen bewijzen. De verklaringen van de medeverdachten in het dossier moeten met enige terughoudendheid worden beoordeeld, nu het er op lijkt dat deze medeverdachten hun eigen rol kleiner proberen te maken.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank past ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten, zoals hieronder zakelijk weergegeven.
De aangiftes
Uit het aanvullend proces-verbaal JM2061, behorend bij strafdossier Delcuevon, blijkt dat de volgende aangevers zijn opgelicht en zijn bewogen tot het afgeven van hun bankpas met bijbehorende pincode en/of sieraden en/of contant geld en/of mobiele apparaten. Daarnaast is er vervolgens met de pinpas en pincode van een groot deel van de aangevers geld gepind of zijn er goederen mee aangeschaft.
[slachtoffer 1] (bankpas met bijhorende pincode en sieraden, vervolgens is er 934,75 gepind)2
  • [slachtoffer 2] (bankpas met bijhorende pincode en 550 aan contanten, vervolgens is er 1000 gepind)3
  • [slachtoffer 3] (bankpas met bijhorende pincode, vervolgens is er 125 gepind)4
  • [slachtoffer 4] (bankpas met bijhorende pincode en 3.400 aan contanten, vervolgens is er 950 gepind)5
  • [slachtoffer 5] (bankpas met bijhorende pincode, telefoon met bijhorende code en inloggegevens van de ING-app, vervolgens is er 1094 gepind)6
  • [slachtoffer 6] (bankpas met bijhorende pincode, telefoon, sieraden en 220 aan contanten, vervolgens is er 6265,32 gepind)7
  • [slachtoffer 7] (bankpas met bijhorende pincode, tablet en telefoon, vervolgens is er 1149 gepind)8
  • [slachtoffer 8] (bankpas met bijhorende pincode, vervolgens is er 5,70 gepind)9
  • [slachtoffer 9] (bankpas met bijhorende pincode, IPad en sieraden, vervolgens is er 453,90 gepind)10
  • [slachtoffer 10] (bankpas met bijhorende pincode, IPhone, creditcard en inlogcodes, vervolgens is er 950 gepind)11
  • [slachtoffer 11] (bankpas met bijhorende pincode, vervolgens is er 1499 gepind)12
  • [slachtoffer 12] (bankpas met bijhorende pincode, sieraden, IPad en 285 aan contanten)13
  • [slachtoffer 13] (pincode)14
  • [slachtoffer 14] (bankpas met bijhorende pincode, sieraden en 185 aan contanten, vervolgens is er 1174,42 gepind)15
  • [slachtoffer 15] (bankpas met bijbehorende pincode en sieraden, vervolgens is er 700 gepind)16
  • [slachtoffer 16] (bankpas met bijbehorende pincode en 500 aan contanten, vervolgens is er 450 gepind)17
  • [slachtoffer 17] (bankpas)18
  • [slachtoffer 18] (bankpas met bijbehorende pincode, vervolgens is er 4000 gepind)19
  • [slachtoffer 19] (bankpas met bijbehorende pincode en sieraden, vervolgens is er 526,64 gepind)20
  • [slachtoffer 20] (bankpas met bijbehorende pincode en sieraden en 650 aan contanten, vervolgens is er 750 gepind)21
  • [slachtoffer 21] (bankpas met bijbehorende pincode en sieraden en 350 aan contanten, vervolgens is er 200 gepind)22
  • [slachtoffer 22] (bankpas met bijbehorende pincode, vervolgens is er 700 gepind)23
  • [slachtoffer 23] (IPhone en laptop en sieraden)24
  • [slachtoffer 24] (bankpas met bijbehorende pincode en iPad)25
  • [slachtoffer 25] (bankpas met bijbehorende pincode, vervolgens is er 1805,69 gepind)26
  • [slachtoffer 26] (bankpas met bijbehorende pincode, vervolgens is er 98 gepind)27
  • [slachtoffer 27] (bankpas met bijbehorende pincode en mobiele telefoon, vervolgens is er 3998 gepind)28
  • [slachtoffer 28] (bankpas met bijbehorende pincode, vervolgens is er 698 gepind)29
  • [slachtoffer 29] (bankpas met bijbehorende pincode, vervolgens is er 4016 gepind)30
  • [slachtoffer 31] (bankpas met bijbehorende pincode)31
  • [slachtoffer 33] (bankpas met bijbehorende pincode32
  • [slachtoffer 34] (bankpas met bijbehorende pincode en mobiele telefoon, vervolgens is er 1100 gepind)33
  • [slachtoffer 36] (bankpas met bijbehorende pincode, vervolgens is er 900 gepind)34
  • [slachtoffer 37] (bankpas met bijbehorende pincode, vervolgens is er 12,93 gepind)35
  • [slachtoffer 38] (bankpas met bijbehorende pincode)36
  • [slachtoffer 39] (bankpas met bijbehorende pincode en mobiele telefoon en tablet, vervolgens is er 1518 gepind)37
  • [slachtoffer 40] (bankpas met bijhorende pincode en sieraden, vervolgens is er 460 gepind)38
  • [slachtoffer 41] (bankpas met bijhorende pincode en sieraden, vervolgens is er 450 gepind)39
  • [slachtoffer 42] (bankpas met bijhorende pincode en sieraden, vervolgens is er 600 gepind)40
  • [slachtoffer 43] (bankpas met bijhorende pincode en sieraden en 150,- aan contanten, vervolgens is er 1000 gepind).41
Uit deze aangiftes volgt dat alle aangevers dan wel slachtoffers namens wie aangifte is gedaan in de periode van 12 januari 2024 tot en met 12 mei 2025 telefonisch benaderd zijn door een zogenaamde medewerker van een bank. De slachtoffers kwamen uit Groningen, Drenthe of Friesland. De bankmedewerker vertelde de slachtoffers dat er problemen waren met hun bankrekening of dat er criminelen actief waren en dat uit voorzorg bankpassen met pincode, contant geld en/of de sieraden van de slachtoffers veiliggesteld moesten worden. In twee gevallen ging het niet om een bankmedewerker, maar om een medewerker van Specsavers en om een verzekeringsagent. De bellende bankmedewerker verzocht de slachtoffers om hun pinpas met pincode in een enveloppe te stoppen zodat deze veiliggesteld konden worden. In de meeste gevallen verzocht de beller de slachtoffers om ook contante geldbedragen, mobiele apparaten en/of sieraden in een enveloppe te doen. Vervolgens kwam er een persoon bij de slachtoffers aan de deur die zich voordeed als een collega van de bellende bankmedewerker en die collega
nam de spullen in de enveloppen van de slachtoffers mee. In de meeste gevallen werd kort daarna met de buitgemaakte pinpas en pincode gepind bij een geldautomaat of werden er (dure) goederen gekocht, bijvoorbeeld bij de Media Markt.
Verklaring van verdachte ter terechtzitting
Verdachte heeft ter zitting verklaard42 dat hij bij alle oplichtingen die onder 1 op de tenlastelegging staan de chauffeur is geweest. Verdachte bracht met zijn auto de zogenaamde ophalers naar de woningen van de slachtoffers. Voor deze ritjes kreeg hij geld. Verdachte wist ook dat het ging om oplichtingen, omdat één van de medeverdachten, [medeverdachte] , vanuit de auto belde met de slachtoffers en zich daarbij voordeed als bankmedewerker. Deze [medeverdachte] was een vriend van verdachte. Verdachte heeft adressen van meerdere slachtoffers opgezocht op zijn telefoon. Nadat de spullen bij de slachtoffers thuis waren opgehaald, reed verdachte zijn medeverdachten vervolgens naar pinautomaten of bijvoorbeeld de Media Markt om daar spullen te kopen met de gestolen passen en pincodes.
Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het ten aanzien van de aangevers [slachtoffer 30] , [slachtoffer 32] en [slachtoffer 35] onder feit 1 bij een poging is gebleven. Ten aanzien van deze drie aangiftes zal de rechtbank verdachte dan ook vrijspreken, nu enkel het medeplegen van het voltooide delict is te laste gelegd.
Gelet op de gebruikte bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, behoeft het naar het oordeel van de rechtbank geen betoog dat de aangevers door een combinatie van in de wet genoemde oplichtingsmiddelen zijn bewogen tot de afgifte van geld en/of goederen en het beschikbaar stellen van bankpassen en de bijbehorende pincodes, die vervolgens zijn gebruikt om toegang te krijgen tot geldbedragen van hun bankrekeningen. Dat verdachte de feiten heeft gepleegd met het oogmerk om zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, volgt reeds uit het lucratieve karakter van de feiten. Daarbij komt dat de slachtoffers grote bedragen aan contant geld en waardevolle goederen afhandig zijn gemaakt en dat met de verkregen bankpassen ook daadwerkelijk geld is afgeschreven.
Dat bovendien bij de feiten 1 en 2 sprake is van medeplegen blijkt ook uit de gebezigde bewijsmiddelen. Uit de verklaringen van de aangevers en getuigen en de verklaring van verdachte zelf blijkt dat er sprake is van meerdere daders. Voor het slagen van bankhelpdeskfraude is er nauw contact nodig tussen de persoon die het slachtoffer belt, de persoon die het geld en/of de goederen en/of de bankpassen ophaalt en vervolgens het geld pint, en de chauffeur. Hetzelfde geldt voor de onder 2 ten laste gelegde diefstal van geld door middel van de door oplichting verkregen bankpassen en pincodes.
Op grond van de verklaring van verdachte ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat hij telkens de rol van chauffeur heeft gehad.
Naar het oordeel van de rechtbank is de rol van chauffeur van voldoende gewicht voor bewezenverklaring van het ten laste gelegde medeplegen, omdat de wijze waarop de feiten hebben plaatsgevonden een planmatige aanpak, intensieve samenwerking en afstemming tussen de betrokken personen vereist.
Daarbij betrekt de rechtbank dat verdachte veertig keer als chauffeur is opgetreden bij een oplichting. Aan elk van die veertig oplichtingen lag telkens een nieuw wilsbesluit van verdachte ten grondslag om geld en/of goederen van de aangevers weg te nemen. Daarmee is de bijdrage van verdachte aan het onder 1
en 2 ten laste gelegde naar het oordeel van de rechtbank van voldoende gewicht voor medeplegen.
De rechtbank komt, gelet op al het voorgaande en gelet op de gebruikte bewijsmiddelen in onderling verband en in samenhang bezien, tot de conclusie dat het ten laste gelegde onder 1 en 2 wettig en overtuigend is bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht feiten 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1
hij op tijdstippen in de periode van 12 januari 2024 tot en met 12 mei 2025 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen met het oogmerk om zich en/of een ander, wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, meerdere personen, te weten
  • [slachtoffer 1] (bankpas met bijhorende pincode en sieraden)
  • [slachtoffer 2] (bankpas met bijhorende pincode en 550 aan contanten)
  • [slachtoffer 3] (bankpas met bijhorende pincode)
  • [slachtoffer 4] (bankpas met bijhorende pincode en 3.400 aan contanten)
  • [slachtoffer 5] (bankpas met bijhorende pincode, telefoon met bijhorende code en inloggegevens van de ING-app)
  • [slachtoffer 6] (bankpas met bijhorende pincode, telefoon, sieraden en 220 aan contanten)
  • [slachtoffer 7] (bankpas met bijhorende pincode, tablet en telefoon)
  • [slachtoffer 8] (bankpas met bijhorende pincode)
  • [slachtoffer 9] (bankpas met bijhorende pincode, Ipad en sieraden)
  • [slachtoffer 10] (bankpas met bijhorende pincode, Iphone, creditcard en inlogcodes)
  • [slachtoffer 11] (bankpas met bijhorende pincode)
  • [slachtoffer 12] (bankpas met bijhorende pincode, sieraden, Ipad en 285 aan contanten)
  • [slachtoffer 13] (pincode)
  • [slachtoffer 14] (bankpas met bijhorende pincode, sieraden en 185 aan contanten)
  • [slachtoffer 15] (bankpas met bijbehorende pincode en sieraden)
  • [slachtoffer 16] (bankpas met bijbehorende pincode en 500 aan contanten)
  • [slachtoffer 17] (bankpas)
  • [slachtoffer 18] (bankpas met bijbehorende pincode)
  • [slachtoffer 19] (bankpas met bijbehorende pincode en sieraden)
  • [slachtoffer 20] (bankpas met bijbehorende pincode en sieraden en 650 aan contanten)
  • [slachtoffer 21] (bankpas met bijbehorende pincode en sieraden en 350 aan contanten)
  • [slachtoffer 22] (bankpas met bijbehorende pincode)
  • [slachtoffer 23] (Iphone en laptop en sieraden)
  • [slachtoffer 24] ((bankpas met bijbehorende pincode en iPad)
  • [slachtoffer 25] ((bankpas met bijbehorende pincode)
  • [slachtoffer 26] ((bankpas met bijbehorende pincode)
  • [slachtoffer 27] ((bankpas met bijbehorende pincode en mobiele telefoon)
  • [slachtoffer 28] ((bankpas met bijbehorende pincode)
  • [slachtoffer 29] (bankpas met bijbehorende pincode)
  • [slachtoffer 31] (bankpas met bijbehorende pincode)
  • [slachtoffer 33] (bankpas met bijbehorende pincode
  • [slachtoffer 34] (bankpas met bijbehorende pincode en mobiele telefoon)
  • [slachtoffer 36] (bankpas met bijbehorende pincode)
  • [slachtoffer 37] (bankpas met bijbehorende pincode)
  • [slachtoffer 38] (bankpas met bijbehorende pincode)
  • [slachtoffer 39] (bankpas met bijbehorende pincode en mobiele telefoon en tablet)
  • [slachtoffer 40] (bankpas met bijhorende pincode en sieraden)
  • [slachtoffer 41] (bankpas met bijhorende pincode en sieraden)
  • [slachtoffer 42] (bankpas met bijhorende pincode en sieraden)
  • [slachtoffer 43] ((bankpas met bijhorende pincode en sieraden en 150,- aan contanten)
heeft bewogen tot
  • de afgifte van voornoemd(e) geldbedrag(en) en/of
  • de afgifte van zijn/haar bankpassen en/of creditcards en/of
  • de afgifte van zijn/haar sierraden en/of
  • de afgifte van zijn/haar telefoon en/of tablet/Ipad en/of laptop en/of
  • het ter beschikking stellen van pincodes voor betaalpassen en/of creditcards,
door
valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zakelijk weergegeven
- contact op te nemen met voornoemde personen, daarbij gebruikmakend van verdachtes en/of medeverdachtes valse hoedanigheid van medewerker (van de fraudedesk) van een of meer bank(en) of Specsavers en in deze gesprekken de aangevers voor te houden dat geld was afgeschreven en/of gepoogd werd af te schrijven van haar/zijn rekening en/of dat oplichters actief waren en uit voorzorg de bankpas/contanten
veiliggesteld moesten worden en/of op een andere wijze de aangever(s) voorgehouden dat er een probleem was met de bankrekening of telefoon/computer en/of aangever een openstaande schuld had en dat hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(s), haar/hem zou helpen het probleem te verhelpen, en
  • aan te bellen bij de woning van voornoemde personen, daarbij gebruikmakende van de valse hoedanigheid van bankmedewerker of de Specsavers
  • aangevers te instrueren bankpas(sen) en/of creditcard(s) en/of (pin)codes en/of waardevolle goederen en/of contante geldbedragen hiervoor ter veiligstelling af te geven aan de (zogenaamde) fraudehelpdeskmedewerker(s) waardoor die personen werden bewogen tot voornoemde afgifte en/of voornoemde terbeschikkingstellen;
2
hij op tijdstippen in de periode van 12 januari 2024 tot en met 12 mei 2025 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen de na te noemen geldbedragen, die aan anderen toebehoorden, te weten aan
  • [slachtoffer 1] ( 934,75)
  • [slachtoffer 2] ( 1.000)
  • [slachtoffer 3] ( 125)
  • [slachtoffer 4] ( 950)
  • [slachtoffer 5] ( 1.094)
- [ slachtoffer 6] ( 6.265,32)
  • [slachtoffer 7] ( 1.149)
  • [slachtoffer 8] ( 5,70)
  • [slachtoffer 9] ( 453,90)
  • [slachtoffer 10] ( 950)
  • [slachtoffer 11] ( 1.499)
- [ slachtoffer 14] ( 1.174,42)
  • [slachtoffer 15] ( 700)
  • [slachtoffer 16] ( 450)
  • [slachtoffer 18] ( 4.000)
- [ slachtoffer 19] ( 526,64)
  • [slachtoffer 20] ( 750)
  • [slachtoffer 21] ( 200)
  • [slachtoffer 22] ( 700)
- [ slachtoffer 25] ( 1.805,69)
  • [slachtoffer 26] ( 98)
  • [slachtoffer 27] ( 3.998)
  • [slachtoffer 28] ( 698)
  • [slachtoffer 29] ( 4.016)
  • [slachtoffer 34] ( 1.100)
  • [slachtoffer 36] ( 900)
  • [slachtoffer 37] ( 12,93)
  • [slachtoffer 39] 1.518)
  • [slachtoffer 40] ( 460,-)
  • [slachtoffer 41] ( 450,-)
  • [slachtoffer 42] ( 600,-)
- [ slachtoffer 43] ( 1.000,-)
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl
verdachte die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten via onrechtmatig verkregen en onrechtmatig gebruikte bankpassen en pincodes voor bankpassen/bankrekeningen.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van feiten 1 en 2 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren met aftrek.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de rechtbank verzocht om de eis van de officier van justitie aanzienlijk te matigen. De raadsman heeft daarbij onder andere gewezen op de jonge leeftijd van verdachte, artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht, de ondergeschikte rol van verdachte bij de oplichtingen en op het feit dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Tot slot heeft de raadsman gewezen op gevangenisstraffen die de Noordelijke Fraudekamer in vergelijkbare zaken heeft opgelegd.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportages van de reclassering, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan in totaal veertig gevallen van oplichting door middel van bankhelpdeskfraude. Naast (grote) contante geldbedragen, hebben verdachte en zijn medeverdachten de slachtoffers ook meermalen sieraden of andere kostbare voorwerpen afhandig gemaakt. Daarnaast is er in
veel gevallen geld opgenomen met de uit oplichting verkregen bankpassen met bijbehorende codes, waarmee verdachte zich ook schuldig heeft gemaakt aan tweeëndertig gekwalificeerde diefstallen. Al deze feiten zijn in vereniging gepleegd.
Bankhelpdeskfraude is een ernstige vorm van criminaliteit die, naast financiële schade, veel overlast en gevoelens van onmacht en onveiligheid bij de slachtoffers teweegbrengt.
Verdachte en zijn mededaders hebben zich uitgegeven als medewerkers van een bank en hebben op zeer geraffineerde wijze misbruik gemaakt van het vertrouwen dat zij in die hoedanigheid van de slachtoffers wisten te winnen. De slachtoffers waren op een enkele uitzondering na op hoge leeftijd en lijken bewust vanwege hun kwetsbaarheid te zijn benaderd. Extra kwalijk is dat de oplichting telkens bij de slachtoffers thuis heeft plaatsgevonden. Het gevoel van veiligheid dat iedereen in en rond zijn eigen huis zou moeten hebben, is hierdoor ernstig geschaad. Verdachte en zijn mededaders hebben de slachtoffers grote sommen geld en waardevolle goederen afhandig gemaakt. Verdachte had een belangrijke en onmisbare rol in het proces door als chauffeur de ophalers van de waardevolle goederen in de buurt van de woning van de slachtoffers af te zetten en weer op te halen. Daarna bracht verdachte de ophalers veelal naar een pinautomaat of winkel, om daar geld te pinnen of spullen te kopen met de uit oplichting verkregen bankpassen en pincodes.
De omstandigheden dat de oplichting in vereniging en bij kwetsbare slachtoffers thuis heeft plaatsgevonden, de hoeveelheid slachtoffers en de hoge buit weegt de rechtbank in het nadeel van verdachte mee.
De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij enkel uit financieel gewin heeft gehandeld en op geen enkele wijze oog heeft gehad voor de kwetsbaarheid en de belangen van de slachtoffers.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 1 april 2026. De rechtbank houdt er rekening mee dat verdachte eerder voor strafbare feiten is veroordeeld, maar niet voor soortgelijke strafbare feiten.
Gelet op de ernst en de hoeveelheid van de feiten is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Gelet echter op de jonge leeftijd van verdachte en op straffen die de Noordelijke Fraudekamer in min of meer vergelijkbare zaken oplegt, is de rechtbank van oordeel dat een lagere straf moet worden opgelegd dan de officier van justitie heeft geëist. Alles afwegende acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met aftrek passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

Inbeslaggenomen goederen

De raadsman heeft de rechtbank verzocht om de twee inbeslaggenomen mobiele telefoons terug te geven aan verdachte.
De rechtbank acht met de officier van justitie de twee in beslag genomen Apple Iphones vatbaar voor verbeurdverklaring, nu feit 1 met behulp van deze goederen is begaan en deze toebehoren aan verdachte.

Benadeelde partijen

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
1. ABN AMRO, tot een bedrag van 12.172,32 ter zake van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
2. [ [slachtoffer 15] , tot een bedrag van 1.372,50 ter zake van materiële schade en 750,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
2. [ [slachtoffer 23] , tot een bedrag van 36.274,00 ter vergoeding van materiële schade en 750,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
2. [ [slachtoffer 13] , tot een bedrag van 750,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
2. [ [slachtoffer 6] , tot een bedrag van 5.004,20 ter vergoeding van materiële schade en 750,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
2. [ ING Bank, tot een bedrag van 4.024,76 ter vergoeding van materiële schade en 1.340,- aan proceskosten, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
2. [ Rabobank, tot een bedrag van 13.092,04 ter zake van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
2. [ [slachtoffer 9] , tot een bedrag van 4.903,95 ter vergoeding van materiële schade en 900,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
2. [ [slachtoffer 4] , tot een bedrag van 3.400,- ter vergoeding van materiële schade en 750,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
2. [ [slachtoffer 10] , tot een bedrag van 154,10 ter zake van materiële schade en 750,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
2. [ [slachtoffer 11] , tot een bedrag van 1.499,- ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
2. [ [slachtoffer 43] , tot een bedrag van 1.000,- ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
2. [ [slachtoffer 35] , tot een bedrag van 9.125,- ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht om, daar waar het gaat om weggenomen sieraden, telkens gebruik te maken van haar schattingsbevoegdheid.
Een vergoeding van immateriële schade is in deze zaken op zijn plaats, zoals ook steeds vaker is te zien in de lagere rechtspraak. Het gaat in deze zaak om oudere mensen en het is een feit van algemene
bekendheid dat slachtoffers in dit soort zaken langere tijd kampen met gevoelens van onveiligheid, schaamte en angst.
Ten aanzien van de banken geldt dat zij onderzoekskosten hebben gemaakt. In de rechtspraak word een uurtarief van 120,- ten aanzien van onderzoekskosten redelijk bevonden.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 15] , [slachtoffer 23] , [slachtoffer 13] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 9] ,
[slachtoffer 4] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 43] , ABN AMRO, ING Bank, en de Rabobank geheel moeten worden toegewezen.
Alle vorderingen die geheel of gedeeltelijk worden toegewezen moeten worden vermeerderd met de wettelijke rente. Telkens moet daarbij de schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd en hoofdelijkheid worden toegepast, ook ten aanzien van de banken.
De benadeelde partij [slachtoffer 35] moet niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vorderingen, gelet op de bepleite integrale vrijspraak, niet-ontvankelijk moeten worden verklaard.
Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat voor toewijzing van de schade vereist is dat er een voldoende nauw verband bestaat tussen de feitelijke handeling en de schade. Daarvan is geen sprake, gelet op de beperkte rol van verdachte bij de oplichtingen. Ten aanzien van de immateriële schade geldt dat de benadeelde partijen telkens niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun vordering.
Ten aanzien van de banken geldt dat een bedrag van 120,- aan onderzoekskosten per aangifte gangbaar is.
Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 6] heeft de raadsman nog aangevoerd dat het opschonen van de telefoon geen rechtstreekse schade is.
Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 9] geldt dat de videodeurbel en het opstellen van een taxatierapport geen rechtstreekse schade betreffen. In deze posten moet de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.
De benadeelde partij [slachtoffer 43] vordert 1000,- voor weggenomen sieraden, maar deze vordering is onvoldoende onderbouwd. Deze post moet dan ook worden afgewezen of de rechtbank moet de schade lager inschatten.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal eerst enkele algemene overwegingen opnemen die zien op de vorderingen van de benadeelde partijen. Daarna zal de rechtbank bespreken wat één en ander betekent voor de individuele vorderingen.
Verband tussen het handelen van verdachte en de toegebrachte schade
De raadsman heeft aangevoerd dat er sprake is van een onvoldoende nauw verband tussen de feitelijke handelingen van verdachte en de toegebrachte schade, gelet op zijn beperkte rol bij het bewezen verklaarde. Nu de rechtbank ten aanzien van verdachte het medeplegen van oplichting en diefstal met valse sleutel bewezen heeft verklaard, verwerpt de rechtbank dit verweer van de raadsman.
Immateriële schade
Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank als volgt. In artikel 6:95, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) is bepaald dat immateriële schade alleen voor vergoeding in aanmerking komt in de limitatief in de wet opgesomde gevallen. In artikel 6:106 BW Pro worden de gevallen genoemd waarin vergoeding van immateriële schade kan worden toegekend. Voor zover hier van belang, kan dat op grond van sub b van dat artikel aan de orde zijn indien een benadeelde partij op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Volgens de Hoge Raad kan immateriële schade op deze grond alleen voor toewijzing in aanmerking komen in gevallen aantasting in zijn persoon op andere wijze met concrete gegevens wordt onderbouwd, tenzij de aard en ernst van de normschending en de nadelige gevolgen voor de benadeelde partij zozeer voor de hand liggen dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen.43 De rechtbank is van oordeel dat, hoewel invoelbaar is dat het bewezenverklaarde gevoelens van angst, onveiligheid en wantrouwen bij de benadeelde partijen teweeg heeft gebracht, de benadeelde partijen onvoldoende hebben onderbouwd dat de aard en de ernst van de normschending door verdachte en zijn mededaders dermate psychisch nadelige gevolgen bij de benadeelde partijen hebben veroorzaakt dat vast is komen te staan dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze als bedoeld in artikel 6:106 sub b BW Pro. Ook liggen de aard en ernst van de normschending en de nadelige gevolgen voor de benadeelde partijen naar het oordeel van de rechtbank niet zozeer voor de hand dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. De vorderingen zullen dan ook telkens voor wat betreft de gevorderde immateriële schade niet-ontvankelijk worden verklaard.
Onderzoekskosten banken
De rechtbank is van oordeel dat de onderzoekskosten telkens voor vergoeding in aanmerking komen, nu dit kosten betreffen die zijn gemaakt ter vaststelling van de schade. De rechtbank acht ten aanzien van de gevorderde onderzoekskosten een tijdsbesteding van één uur per klant redelijk, evenals een uurtarief van 120,-.
Geen schadevergoedingsmaatregel ten aanzien van de banken
De rechtbank zal geen schadevergoedingsmaatregel opleggen. Deze maatregel is er namelijk om natuurlijke personen te ontlasten bij de inning van schadevergoeding. Een rechtspersoon mag in beginsel geacht worden zelf de wegen te kennen om een vordering te incasseren, in tegenstelling tot een natuurlijk persoon.
Benadeelde partij [slachtoffer 15]
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden tot een bedrag van 1.372,50 en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezen verklaarde. Dit deel van de vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen.
De rechtbank zal - gelet op het voorgaande - de vordering gedeeltelijk toewijzen tot een bedrag van 1.372,50 bestaande uit materiële schade.
Wettelijke rente
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 24 oktober 2024, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Proceskostenveroordeling
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Hoofdelijkheid
De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachten deze al hebben betaald, en andersom.
Schadevergoedingsmaatregel
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk.
Benadeelde partij [slachtoffer 23]
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden tot een bedrag van 36.274,- en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezen verklaarde. Dit deel van de vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen.
De rechtbank zal - gelet op het voorgaande - de vordering gedeeltelijk toewijzen tot een bedrag van 36.274,- bestaande uit materiële schade.
Wettelijke rente
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 17 december 2024, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Proceskostenveroordeling
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Hoofdelijkheid
De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachten deze al hebben betaald, en andersom.
Schadevergoedingsmaatregel
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk.
Benadeelde partij [slachtoffer 13]
De benadeelde partij heeft vergoeding van immateriële schade gevorderd. Zoals hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende is onderbouwd dat sprake is van schade als bedoeld in artikel 6:106 sub Pro 2 BW. De rechtbank verklaart de benadeelde partij dan ook niet ontvankelijk in haar vordering.
Benadeelde partij [slachtoffer 6]
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden tot een bedrag van 5.004,20 en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde. Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat het opschonen van de telefoon rechtstreekse schade van het bewezenverklaarde betreft, nu uit de stukken in het dossier blijkt dat aangeefster haar telefoon heeft meegegeven aan de oplichters.
De rechtbank zal - gelet op het voorgaande - de vordering gedeeltelijk toewijzen tot een bedrag van 5.004,20 bestaande uit materiële schade.
Wettelijke rente
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 14 oktober 2024, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Proceskostenveroordeling
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Hoofdelijkheid
De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachten deze al hebben betaald, en andersom.
Schadevergoedingsmaatregel
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk.
Benadeelde partij [slachtoffer 9]
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden tot een bedrag van 4.804,- en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezen verklaarde. Naar het oordeel van de rechtbank is het opstellen van een taxatierapport ten aanzien van de weggenomen sieraden rechtstreekse schade van het bewezen verklaarde. Ten aanzien van de post videodeurbel is de rechtbank van oordeel dat die post geen rechtstreekse schade van het bewezen verklaarde betreft.
De rechtbank zal - gelet op het voorgaande - de vordering gedeeltelijk toewijzen tot een bedrag van 4.804,- bestaande uit materiële schade.
Wettelijke rente
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 18 oktober 2024, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Proceskostenveroordeling
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Hoofdelijkheid
De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachten deze al hebben betaald, en andersom.
Schadevergoedingsmaatregel
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk.
Benadeelde partij [slachtoffer 4]
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden tot een bedrag van 3.400,- en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezen verklaarde.
De rechtbank zal - gelet op het voorgaande - de vordering gedeeltelijk toewijzen tot een bedrag van 3.400,- bestaande uit materiële schade.
Wettelijke rente
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 12 oktober 2024, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Proceskostenveroordeling
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Hoofdelijkheid
De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachten deze al hebben betaald, en andersom.
Schadevergoedingsmaatregel
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk.
Benadeelde partij [slachtoffer 10]
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden tot een bedrag van 154,10 en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezen verklaarde.
De rechtbank zal - gelet op het voorgaande - de vordering gedeeltelijk toewijzen tot een bedrag van 154,10, bestaande uit materiële schade.
Wettelijke rente
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 18 oktober 2024, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Proceskostenveroordeling
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Hoofdelijkheid
De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachten deze al hebben betaald, en andersom.
Schadevergoedingsmaatregel
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk.
Benadeelde partij [slachtoffer 11]
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade van 1.499,- heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde.
De rechtbank zal - gelet op het voorgaande - de vordering toewijzen, bestaande uit 1.499,- materiële schade.
Wettelijke rente
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 19 oktober 2024, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Proceskostenveroordeling
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Hoofdelijkheid
De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachten deze al hebben betaald, en andersom.
Schadevergoedingsmaatregel
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
Benadeelde partij [slachtoffer 43]
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezen verklaarde.
Gebruikmakend van haar schattingsbevoegdheid ex artikel 6:97 van Pro het Burgerlijk Wetboek schat de rechtbank de hoogte van de schade op 500,-. De rechtbank zal de vordering tot dit bedrag toewijzen en voor het overige deel afwijzen.
De rechtbank zal - gelet op het voorgaande - de vordering tot dit bedrag toewijzen, bestaande uit 500,-materiële schade.
Wettelijke rente
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 12 mei 2025, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Proceskostenveroordeling
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Hoofdelijkheid
De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachten deze al hebben betaald, en andersom.
Schadevergoedingsmaatregel
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank wijst het overige deel van de vordering af.
Benadeelde partij [slachtoffer 35]
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend die ziet op een aangifte van 3 mei 2025. Deze aangifte is niet meegenomen in dit onderzoek. De rechtbank verklaart de benadeelde partij dan ook niet ontvankelijk in haar vordering.
Benadeelde partij ABN AMRO
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade van 12.172,32 heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde.
De rechtbank zal - gelet op het voorgaande - de vordering toewijzen, bestaande uit 12.172,32 materiële schade.
Wettelijke rente
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 12 mei 2025, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Proceskostenveroordeling
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Hoofdelijkheid
De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachten deze al hebben betaald, en andersom.
Benadeelde partij ING Bank
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade van 5.364,76 heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde. De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde proceskosten vallen onder materiële schade.
De rechtbank zal - gelet op het voorgaande - de vordering toewijzen, bestaande uit 5.364,76 materiële schade.
Wettelijke rente
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 12 mei 2025, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Proceskostenveroordeling
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Hoofdelijkheid
De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachten deze al hebben betaald, en andersom.
Benadeelde partij Rabobank
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde. De rechtbank merkt op dat volgens de onderbouwing van de vordering de Rabobank 6,42 zou hebben vergoed aan benadeelde partij [slachtoffer 33] . Uit de tenlastelegging blijkt niet dat [slachtoffer 33] schade heeft geleden en de rechtbank heeft dat ook niet bewezen. De rechtbank zal dit bedrag dan ook niet meenemen bij het vaststellen van de materiële schade. Datzelfde geldt ten aanzien van de uitgekeerde schade van een bedrag van 842,26 aan de benadeelde partij [slachtoffer 23] . Ook ten aanzien van deze benadeelde blijkt niet uit de tenlastelegging dat zij schade heeft geleden en de rechtbank heeft dat ook niet bewezen. Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 34] geldt dat uit de tenlastelegging blijkt dat deze benadeelde 1.100,- schade heeft geleden en dat heeft de rechtbank bewezen. De Rabobank heeft evenwel 1200,- schade aan de benadeelde partij vergoed. In totaal zal de rechtbank dan ook een bedrag van 948,68 in mindering brengen op de vordering.
De rechtbank zal - gelet op het voorgaande - de vordering toewijzen, bestaande uit 12.144,36 ( 13.092,04 - 842,26 - 100,00 - 6,42) materiële schade.
Wettelijke rente
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 12 mei 2025, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Proceskostenveroordeling
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Hoofdelijkheid
De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachten deze al hebben betaald, en andersom.
De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 36f, 47, 57, 60a, 63, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Verklaart verbeurd de 2 in beslag genomen Apple IPhones
De vorderingen van de benadeelde partijen
Verklaart de vordering van [slachtoffer 35] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Verklaart de vordering van [slachtoffer 13] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Wijst de vordering tot schadevergoeding van de volgende benadeelde partijen toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om te betalen:
ten aanzien van feit 1 en 2
een bedrag van 1.499,- aan [slachtoffer 11] , bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 19 oktober 2024 tot de dag waarop deze vordering is betaald;
ten aanzien van feit 1 en 2
een bedrag van 12.172,32 aan ABN AMRO, bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 12 mei 2025 tot de dag waarop deze vordering is betaald;
ten aanzien van feit 1 en 2
een bedrag van 5.364,76 aan ING Bank, bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 12 mei 2025 tot de dag waarop deze vordering is betaald;
Wijst de vordering tot schadevergoeding van de volgende benadeelde partijen gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om te betalen:
ten aanzien van feit 1
een bedrag van 1.372,50 aan [slachtoffer 15] , bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 24 oktober 2024 tot de dag waarop deze vordering is betaald;
ten aanzien van feit 1
een bedrag van 36.274,- aan [slachtoffer 23] , bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 17 december 2024 tot de dag waarop deze vordering is betaald;
ten aanzien van feit 1 en 2
een bedrag van 5.004,20 aan [slachtoffer 6] , bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 14 oktober 2024 tot de dag waarop deze vordering is betaald;
ten aanzien van feit 1
een bedrag van 4.903,95 aan [slachtoffer 9] , bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 18 oktober 2024 tot de dag waarop deze vordering is betaald;
ten aanzien van feit 1
een bedrag van 3.400,- aan [slachtoffer 4] , bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 12 oktober 2024 tot de dag waarop deze vordering is betaald;
ten aanzien van feit 1
een bedrag van 154,10 aan [slachtoffer 10] , bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 18 oktober 2024 tot de dag waarop deze vordering is betaald;
ten aanzien van feit 1
een bedrag van 500,- aan [slachtoffer 43] , bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 12 mei 2025 tot de dag waarop deze vordering is betaald;
ten aanzien van feit 1 en 2
een bedrag van 12.144,36 aan de Rabobank, bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 12 mei 2025, tot de dag waarop deze vordering is betaald.
bepaalt telkens dat als een van de mededaders de toegewezen schadevergoeding deels of geheel aan de benadeelde partij heeft betaald de verdachte niet meer verplicht is om dat deel te betalen of te voldoen;
bepaalt dat de benadeelde partijen [slachtoffer 15] , [slachtoffer 23] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 9] ,
[slachtoffer 4] , [slachtoffer 10] en de Rabobank voor het overige niet-ontvankelijk zijn in de vorderingen tot schadevergoeding;
wijst het overige deel van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 43] af;
veroordeelt de verdachte tevens hoofdelijk in de proceskosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden ten aanzien van de benadeelde partijen [slachtoffer 11] , [slachtoffer 43] , ABN AMRO, ING Bank, [slachtoffer 15] , [slachtoffer 23] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 9] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 10] en de Rabobank begroot op nihil en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
De schadevergoedingsmaatregel
Legt aan de verdachte hoofdelijk op de verplichting om aan de Staat te betalen:
een bedrag van 1.499,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 19 oktober 2024 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [slachtoffer 11] ;
bepaalt dat als het verschuldigde bedrag van 1.499,-, ten behoeve van [slachtoffer 11] niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 14 dagen. De toepassing van gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
een bedrag van 500,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 12 mei 2025 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [slachtoffer 43] ;
bepaalt dat als het verschuldigde bedrag van 500,- ten behoeve van [slachtoffer 43] niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 5 dagen. De toepassing van gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
een bedrag van 1.372,50, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 24 oktober 2024 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [slachtoffer 15] ;
bepaalt dat als het verschuldigde bedrag van 1.372,50 ten behoeve van [slachtoffer 15] niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 13 dagen. De toepassing van gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
een bedrag van 36.274,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 17 december 2024 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [slachtoffer 23] ;
bepaalt dat als het verschuldigde bedrag van 36.274,- ten behoeve van [slachtoffer 23] niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 179 dagen. De toepassing van gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
een bedrag van 5.004,20, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 14 oktober 2024 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [slachtoffer 6] ;
bepaalt dat als het verschuldigde bedrag van 5.004,20 ten behoeve van [slachtoffer 6] niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 50 dagen. De toepassing van gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
een bedrag van 4.903,95, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 18 oktober 2024 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [slachtoffer 9] ;
bepaalt dat als het verschuldigde bedrag van 4.903,95 ten behoeve van [slachtoffer 9] niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 49 dagen. De toepassing van gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
een bedrag van 3.400,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 12 oktober 2024 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [slachtoffer 4] ;
bepaalt dat als het verschuldigde bedrag van 3.400,- ten behoeve van [slachtoffer 4] niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 34 dagen. De toepassing van gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
een bedrag van 154,10, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 18 oktober 2024 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [slachtoffer 10] ;
bepaalt dat als het verschuldigde bedrag van 154,10 ten behoeve van [slachtoffer 10] niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
bepaalt telkens dat als een van de mededader(s) de toegewezen schadevergoedingen deels of geheel aan de benadeelde partijen heeft betaald en/of de betalingsverplichting aan de Staat deels of geheel heeft voldaan, de verdachte niet meer verplicht is om dat deel te betalen of te voldoen;
bepaalt telkens dat gehele of gedeeltelijke betaling van de verschuldigde bedragen aan de benadeelde partijen de betalingsverplichtingen aan de Staat in zoverre doet vervallen, en dat gehele of gedeeltelijke betaling van het verschuldigde bedrag aan de Staat de betalingsverplichtingen aan de benadeelde partijen in zoverre doet vervallen.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.M.L. Wolters, voorzitter, mr. H.H. Kielman en
mr. L.W. Janssen, rechters, bijgestaan door mr. K.E. van Rhijn, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 juni 2026.
1. Onder het kopje aangiftes verwijst de rechtbank naar doorgenummerde dossierpaginas van het
ambtsedige aanvullende proces-verbaal JM206, welk proces-verbaal als bijlage is opgenomen bij het dossier Delcuevon/NN2R024197 van de Politie Noord-Nederland.
2 pagina 64 e.v. en pagina 68 e.v.
3 pagina 71 e.v.
4 pagina 75 e.v.
5 pagina 78 e.v.
6 pagina 82 e.v.
7 pagina 86 e.v.
8 pagina 91 e.v.
9 pagina 95 e.v.
10 pagina 102 e.v.
11 pagina 98 e.v.
12 pagina 106 e.v.
13 pagina 108 e.v.
14 pagina 111 e.v.
15 pagina 114 e.v.
16 pagina 117 e.v.
17 pagina 120 e.v.
18 pagina 124 e.v.
19 pagina 128 e.v.
20 pagina 133 e.v.
21 pagina 137 e.v.
22 pagina 141 e.v.
23 pagina 149 e.v.
24 pagina 152 e.v. en pagina 156 e.v.
25 pagina 3 e.v.
26 pagina 7 e.v.
27 pagina 12 e.v.
28 pagina 17 e.v.
29 pagina 20 e.v.
30 pagina 24 e.v.
31 pagina 32 e.v.
32 pagina 38 e.v.
33 pagina 42 e.v.
34 pagina 48 e.v.
35 pagina 51 e.v.
36 pagina 54 e.v.
37 pagina 58 e.v.
38 pagina 159 e.v.
39 pagina 162 e.v.
40 pagina 164 e.v.
41 pagina 168 e.v.
42 de verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 20 april 2026
43 Vgl. HR 8 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1118.