ECLI:NL:RBNNE:2026:3073

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
22 juli 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
LEE 25/1773
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 151d GemeentewetArt. 2:79 Apv gemeente AssenArt. 125 GemeentewetArt. 5:32-5:39 AwbArt. 6:19 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling bevoegdheid en evenredigheid gedragsaanwijzing tegen geluidsoverlast schuurmachine

Eiseres gebruikt hobbymatig een schuurmachine in haar achtertuin, wat sinds 2019 tot meer dan 50 meldingen van geluidsoverlast door omwonenden heeft geleid. De burgemeester heeft na waarschuwingen en bemiddelingspogingen een gedragsaanwijzing opgelegd die het gebruik van de schuurmachine beperkt tot twee vaste tijdvakken per week, met een dwangsom bij overtreding.

Eiseres betwist de bevoegdheid van de burgemeester en de evenredigheid van de maatregel. De rechtbank stelt vast dat de geluidsoverlast ernstig en herhaaldelijk is en niet op een andere geschikte wijze kon worden tegengegaan. De burgemeester heeft de belangen van eiseres en de buurtbewoners zorgvuldig afgewogen en de maatregel aangepast op verzoek van eiseres.

De rechtbank concludeert dat de gedragsaanwijzing een geschikt, noodzakelijk en evenwichtig middel is om de overlast te beperken. Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard, waardoor de gedragsaanwijzing in stand blijft en eiseres geen proceskostenvergoeding ontvangt.

Uitkomst: De gedragsaanwijzing tegen het gebruik van de schuurmachine wordt gehandhaafd omdat deze bevoegd en evenredig is.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 25/1773

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juli 2026 in de zaak tussen

[naam] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. K.N. Altunzade),
en

de burgemeester van de gemeente Assen

(gemachtigde: mr. H.C. Krul).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over een gedragsaanwijzing die de burgemeester aan eiseres heeft opgelegd: op straffe van verbeurte van een dwangsom mag zij per week twee keer twee uur schuren met haar schuurmachine. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de burgemeester in redelijkheid de gedragsaanwijzing heeft kunnen opleggen
.Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop en totstandkoming van het bestreden besluit

2.1.
Vanaf 16 juni 2019 heeft de burgemeester meldingen van omwonenden gekregen over het gebruik door eiseres van een schuurmachine in haar achtertuin. In het dossier dat de burgemeester heeft overgelegd, staan ruim 50 meldingen in de periode van juni 2019 tot en met 2 september 2024.
2.2.
Op zaterdag 5 augustus 2023 en zondag 6 augustus 2023 heeft een toezichthouder van de gemeente Assen geconstateerd dat het geluid van schuren in de straat hoorbaar was.
2.3.
Bij brief van 5 juni 2024 heeft de burgemeester eiseres een waarschuwing gegeven. De burgemeester heeft eiseres gevraagd de overlast die zij zou veroorzaken met de schuurmachine te stoppen. De burgemeester heeft eiseres erop gewezen dat hij bevoegd is een gedragsaanwijzing op te leggen.
2.4.
Op 18 juni 2024 heeft de politie een proces-verbaal van bevindingen opgesteld over de situatie in de achtertuin van eiseres en over de inbeslagname van de schuurmachine van eiseres.
2.5.
Bij brief van 19 juli 2026 heeft de burgemeester aan eiseres het voornemen bekend gemaakt een last onder dwangsom op te leggen. Hierop heeft eiseres op 30 juli 2024 gereageerd.
2.6.
Bij primair besluit van 11 september 2024 heeft verweerder aan eiseres een gedragsaanwijzing in de vorm van een last onder dwangsom opgelegd. Hiertegen heeft eiseres bezwaar gemaakt. Bij advies van 17 februari 2025 heeft de Algemene Commissie Bezwaarschriften van de gemeente Assen (commissie) geadviseerd het bezwaar gegrond te verklaren omdat er onvoldoende bewijs zou zijn om de gedragsaanwijzing op te leggen.
2.7.
Bij besluit op bezwaar heeft de burgemeester het bezwaar gegrond verklaard, maar de last, in afwijking van het advies van de commissie, gehandhaafd. Wel heeft de burgemeester de last, met als ingangsdatum 11 september 2024, als volgt nader gespecificeerd:
“Vanwege de overtreding van artikel 2:79 van Pro de APV en om herhaling van deze overtreding in de toekomst te voorkomen, leg ik u een last onder dwangsom op (op grond van artikel 2:79 van Pro de APV in combinatie met artikel 125 van Pro de Gemeentewet en de artikelen 5:32- 5:39 van de Algemene wet bestuursrecht). De last onder dwangsom houdt in dat u gedurende een periode van 2 jaar geen woonoverlast door geluidhinder, veroorzaakt door een schuurmachine, wordt veroorzaakt vanuit uw woning en/of het erf of in de directe nabijheid van uw woning, buiten de tijdvakken waarin aangegeven is dat u wel mag schuren.
Wanneer mag u wel schuren?
Omdat ik u niet volledig in uw recht wil beperken en u daarin dus tegemoet wil komen, geef ik u twee tijdvakken waarin u wel gebruik mag maken van uw schuurmachine. Hiervoor heb ik contact gezocht met uw buurtbewoners, om af te stemmen wat voor hen een acceptabele oplossing zou zijn. U mag wel gebruik maken van uw schuurmachine op dinsdag en donderdag tussen 10.00 uur en 12.00 uur. In dit tijdvak is het geoorloofd om op een normale manier gebruik te maken van uw schuurmachine zoals u dat eerder ook al hebt gedaan. U dient er hierbij rekening mee te houden dat u de schuurmachine alleen aanzet wanneer u deze ook daadwerkelijk gebruikt en dan ook niet onbeheerd aan laat staan.
Mocht u zich niet kunnen verenigen met deze twee tijdvakken? Dan kunt u bij mij een gemotiveerd
verzoek indienen om deze twee tijdvakken te verplaatsen. Ik zal vervolgens beoordelen of dit verzoek
gehonoreerd kan worden.
(…)
Voor iedere keer dat er wordt geconstateerd dat u de last overtreedt door woonoverlast te veroorzaken door te schuren buiten de genoemde tijdvakken zal u dwangsom verbeuren van € 1.000,-. Hierbij geldt een maximum van € 3.000,-. Als het maximumbedrag is bereikt zal ik overwegen om een nieuwe maatregel op te leggen.”
2.8.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het (bestreden) besluit op bezwaar.
2.9.
Op 10 juli 2025 heeft de gemachtigde van eiseres verzocht om een aanpassing van de tijden waarop zij gebruik kan maken van de schuurmachine. Bij e-mailbericht van 15 juli 2025 heeft de gemachtigde van de burgemeester bericht dat de burgemeester akkoord gaat met het voorstel van eiseres. Dat betekent dat eiseres op dinsdagen tussen 10.00 uur en 12.00 uur en op vrijdagen tussen 14.00 uur en 16.00 uur van de schuurmachine gebruik mag maken.
2.10.
De burgemeester heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.11.
De rechtbank heeft het beroep op 14 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van eiseres.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader en omvang van het geschil
3.1.
De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak. Deze zijn van belang voor de bevoegdheid van de burgemeester.
3.2.
De rechtbank zal hierna eerst beoordelen of de burgemeester bevoegd was tot het opleggen van de last onder dwangsom en het geven van een gedragsaanwijzing. Aan de hand van de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over evenredigheid [1] , zal de rechtbank vervolgens beoordelen of de maatregel evenredig is.
3.3.
Zoals ter zitting is besproken, merkt de rechtbank het e-mailbericht van 15 juli 2025 van de gemachtigde van de burgemeester (2.9) aan als een besluit tot wijziging van het bestreden besluit. Op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep ook hiertegen gericht.
Is de burgemeester bevoegd om de gedragsaanwijzing op te leggen?
4.1.
De wettelijke grondslag van de bevoegdheid om een gedragsaanwijzing in de vorm van een last onder dwangsom op te leggen, wordt gevormd door artikel 151d van de Gemeentewet en artikel 2:79 van Pro de Algemene plaatselijke verordening gemeente Assen 2024 (Apv). Vereist is dat sprake is van ernstige en herhaaldelijke hinder die redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan. Geluidshinder is één van de vormen van hinder die genoemd artikel van de Apv vermeldt.
4.2.
Ter zitting heeft eiseres verteld dat zij hobbymatig houten beelden maakt en meubels stoffeert en repareert. Hierbij maakt zij, voor zover nodig, gebruik van een schuurmachine. Zij schat in dat zij door de jaren heen vijf of zes keer per maand schuurt, per keer ongeveer 60 minuten.
4.3.
De rechtbank stelt vast, ook op basis van haar eigen verklaringen, dat eiseres al een aantal jaren meer en vaker schuurt dan een gemiddeld huishouden. Zij schuurt niet alleen voor incidenteel regulier onderhoud, maar ook hobbymatig. Dat doet zij graag buiten en uit verklaringen in het dossier blijkt dat zij dat wil doen wanneer het haar uitkomt en wanneer zij dat wil. Door de jaren heen is daarover een groot aantal meldingen gedaan bij de politie en bij de burgemeester (zie 2.1.) van geluidsoverlast doordat eiseres in de achtertuin aan het schuren was. Van belang is dat deze meldingen door bewoners van verschillende adressen in de buurt zijn gedaan. De meldingen zijn dus niet het gevolg van één verstoorde relatie. De overlast wordt op verschillende plekken ervaren. Dat toezichthouders en politie niet bij elk bezoek het gebruik van de schuurmachine hebben vastgesteld, betekent niet dat al deze meldingen ten onrechte zijn gedaan of dat de burgemeester daaraan geen betekenis kon toekennen.
4.4.
De rechtbank overweegt dat het van algemene bekendheid is dat het geluid van een schuurmachine scherp en doordringend is. Over het algemeen vindt men het niet prettig om in het geluid van andermans schuurmachine te zitten. Regelmatig en meer dan gemiddeld gebruik (buiten) van een schuurmachine zal door een gemiddelde buurtbewoner dus snel als overlast worden ervaren. Gezien de aard van het geluid acht de rechtbank het, anders dan de commissie, niet noodzakelijk dat de overlast nader met geluidsmetingen wordt aangetoond. Dergelijke overlast moet een buur accepteren als het om incidenteel onderhoud gaat, maar niet als het gaat om regelmatige hobbymatige activiteiten.
4.5.
De rechtbank concludeert daarom dat in de jaren 2019 tot en met 2024 sprake is geweest van ernstige en herhaaldelijke hinder in de vorm van geluidshinder.
4.6.
Verder blijkt uit het dossier dat zowel buitengewone opsporingsambtenaren als politieagenten met eiseres in gesprek zijn gegaan over de ervaren overlast. Er zijn meerdere bemiddelingspogingen geweest en de burgemeester heeft met eiseres en verschillende omwonenden gesproken. Veel professionele partijen zijn inmiddels betrokken (geweest) bij het geschil tussen eiseres en haar buurtgenoten, waarin het gebruik van de schuurmachine een belangrijke rol speelt. Dit alles heeft echter niet tot een oplossing geleid. Dit betekent dat er op het moment van het nemen van het primaire besluit geen andere geschikte wijze, als bedoeld in artikel 151d, tweede lid, van de Gemeentewet, was om de overlast tegen te gaan.
4.7.
De rechtbank oordeelt daarom dat de burgemeester bevoegd was om de gedragsaanwijzing op te leggen.
Evenredigheid: is de gedragsaanwijzing een geschikt en noodzakelijk middel?
5.1.
Naar het oordeel van de rechtbank is de gedragsaanwijzing, in de vorm van een last onder dwangsom, een geschikt middel om de overlast te beperken.
5.2.
De rechtbank overweegt dat de burgemeester geconfronteerd werd met een situatie waarin meerdere buurtbewoners al jaren ernstige overlast ervaarden waarbij het maar niet lukte om in minnelijk overleg tot een oplossing te komen. De rechtbank verwijst naar de overwegingen onder 4. Mede gezien de beginselplicht tot handhaven was de burgemeester dus gehouden om tot actie over te gaan. Het gebruik van de bevoegdheid om een gedragsaanwijzing op te leggen, is daarom noodzakelijk.
Evenredigheid: is de gedragsaanwijzing een evenwichtig middel?
6.1.
Eiseres stelt dat haar autonomie is weggenomen om zelf te bepalen wat zij wanneer doet in haar eigen achtertuin. De burgemeester heeft in het primaire besluit erkend dat het een ingrijpende maatregel is, die inbreuk maakt op het recht van respect voor de woning en het privéleven van eiseres.
6.2.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de burgemeester de betrokken belangen goed tegen elkaar afgewogen. Door het opleggen van de maatregel heeft de burgemeester oog gehad voor de belangen van de buurtbewoners om niet te veel overlast te ondervinden. Tegelijkertijd heeft de burgemeester met het belang van eiseres rekening gehouden door twee wekelijkse tijdvakken van twee uur te bepalen waarbinnen eiseres wel mag schuren. Zij kan dan niet zelf bepalen wanneer het haar het beste uitkomt, maar zoals ter zitting is besproken, is een wekelijks totaal van vier uur wel voldoende voor haar activiteiten. Daarnaast heeft de burgemeester op verzoek van eiseres één van de tijdvakken verschoven naar vrijdagmiddag (2.9.), ondanks de verwachting dat er dan meer buurtbewoners thuis zijn dan op de eerder toegestane donderdagochtend. De rechtbank oordeelt daarom dat de getroffen maatregel evenwichtig is.
7. Gezien de geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid, komt de rechtbank tot het oordeel dat de opgelegde maatregel evenredig is. De burgemeester heeft deze in redelijkheid aan eiseres kunnen opleggen.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de gedragsaanwijzing in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.R. van der Velde, rechter, in aanwezigheid van mr. H.A. Hulst, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Algemene wet bestuursrecht
Artikel 5:21
Onder last onder bestuursdwang wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende:
a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en
b. de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.
Artikel 5:31d
Onder last onder dwangsom wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende:
a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en
b. de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.
Artikel 5:32
1. Een bestuursorgaan dat bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen, kan in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen.
Artikel 6:19
1. Het bezwaar of beroep heeft van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben.
Gemeentewet
Artikel 151d
1. De raad kan bij verordening bepalen dat degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, er zorg voor draagt dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
2. De in artikel 125, eerste lid, bedoelde bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het in het eerste lid bedoelde voorschrift wordt uitgeoefend door de burgemeester. De burgemeester oefent de bevoegdheid uit met inachtneming van hetgeen daaromtrent door de raad in de verordening is bepaald en slechts indien de ernstige en herhaaldelijke hinder redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan.
3. (…)
Algemene plaatselijke verordening gemeente Assen 2024
Artikel 2:79 Woonoverlast Pro als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
2. De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke:
a. geluid- of geurhinder;
b. hinder van dieren;
c. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn;
d. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf;
e. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.
Beleidsregel Wet Aanpak Woonoverlast Gemeente Assen
3.7
Maatregelen
Als de overlast niet ophoudt na waarschuwingen en een eventueel begeleidingstraject, nemen we maatregelen. Voor de veroorzaker zijn deze vaak ingrijpend. De maatregelen zijn situationeel afhankelijk. Is er sprake van geluidsoverlast, gevaar voor de gezondheid, intimidatie of criminaliteit? Het onderscheid tussen een huurwoning en een koopwoning kan ook van invloed zijn op onze keuze voor een bepaalde aanpak. We hebben met de politie en woningcorporatie afgesproken om samen te bepalen welke maatregel of mix van maatregelen nodig zijn om een einde te maken aan de overlast.
3.7.3
Bestuursrechtelijk
De burgemeester en het college van burgemeester en wethouders hebben ook mogelijkheden om overlast aan te pakken. Denk bijvoorbeeld aan een dwangsom. Per overtreding wordt dan een geldbedrag verbeurd verklaart. De burgemeester heeft in de wet ook aanwijzingsbevoegdheden en heeft de mogelijkheid om bijvoorbeeld in geval van drugsoverlast, panden of woningen te sluiten.
Wet aanpak woonoverlast – specifieke gedragsaanwijzing
Als de overlast nog niet voorbij is, gaan we over tot het opleggen van de specifieke gedragsaanwijzing. Bij de toepassing van deze bestuursrechtelijke herstelsanctie stellen we de betrokken bewoner als belanghebbende op grond van artikel 4:8 van Pro de Awb in de gelegenheid zijn zienswijze rondom het opleggen van de gedragsaanwijzing naar voren te brengen. Hierbij houden we een termijn van twee weken aan, tenzij dit gezien de aard en/of ernst van de overtreding te lang is. Rekening houdend met die zienswijze zal de burgemeester besluiten de gedragsaanwijzing al dan niet (of in gewijzigde vorm) op te leggen. Daarin wordt precies omschreven wat we van de overlastgever verwachten, welke begunstigingstermijn daarvoor geldt en wat de gevolgen zijn wanneer hij niet, niet op tijd of niet volledig voldoet aan de opgelegde last. De last stemmen we af op de aard van de overtreding en op de individuele omstandigheden, waarbij belangrijk is dat het mogelijk moet zijn voor de betrokkene om tijdig aan de last te kunnen voldoen.
Wanneer we kiezen voor een gedragsaanwijzing, zal deze in beginsel de juridische vorm van een last onder bestuursdwang aannemen. We kunnen dan bijvoorbeeld overgaan tot het verwijderen van geluidsapparatuur, sluiting van de woning of het in beslag nemen van huisdieren. Het kan voorkomen dat we ervoor kiezen om een last onder dwangsom op te leggen. De specifieke gedragsaanwijzing is een ultimum remedium (laatste redmiddel), het wordt pas ingezet als overlast niet op een andere wijze kan worden tegengegaan. Het tijdelijk huisverbod (artikel 151, derde lid, Gemeentewet), waarbij een bewoner tijdelijk de toegang tot de woning wordt ontzegd, geldt als meest extreme vorm.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de evenredigheidsuitspraak van 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285.