ECLI:NL:RBNNE:2026:339

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
9 februari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
18-220107-25
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 33 SrArt. 33a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor belaging, dwang en bedreiging ex-partner met voorwaardelijke gevangenisstraf

Verdachte heeft zich gedurende meerdere maanden schuldig gemaakt aan belaging en dwang van zijn ex-partner door haar herhaaldelijk (dreigende) berichten te sturen, te bellen, contact te zoeken met haar familie, haar op te zoeken bij haar woning en elders, en haar achterna te reizen naar Mallorca. Tevens bedreigde hij de vader van aangeefster met geweld. Verdachte gebruikte ook spoofing om contact te zoeken.

De rechtbank acht de feiten wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van het bezit van foto’s en filmpjes van aangeefster en het dreigen met het verspreiden daarvan, waarvoor verdachte wordt vrijgesproken. De gedragingen van verdachte leidden tot een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster en dwang om contact te onderhouden.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot 6 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest. Daarnaast legt zij een maatregel op op grond van artikel 38v Sr voor 5 jaar, met een contactverbod en locatieverbod, en bijzondere voorwaarden waaronder elektronische monitoring en begeleiding door de reclassering. Verdachte moet schadevergoedingen betalen aan aangeefster en haar vader, deels toegewezen en deels niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank beveelt teruggave van een in beslag genomen telefoon aan de zus van verdachte en verklaart een andere telefoon verbeurd. De straf en voorwaarden zijn mede gebaseerd op rapporten van de reclassering en het psychosociaal functioneren van verdachte.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden en schadevergoedingen voor belaging, dwang en bedreiging.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
Parketnummer 18-220107-25
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken van 9 februari 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 26 januari 2026.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R.G. Knegt, advocaat te Leeuwarden.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr P. van der Vliet.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 1 december 2024 tot en met 27 juli 2025, althans in of omstreeks de periode van 1 april 2025 tot en met 27 juli 2025, te [plaats] en/of [plaats] , althans in de gemeente De Wolden en/of in de gemeente Hoogeveen,
althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , door
  • veelvuldig, althans een of meermalen (dreigende) tekstberichten te sturen aan die [slachtoffer 1] en/of
  • veelvuldig, althans een of meermalen (dreigende) e-mails te sturen aan die [slachtoffer 1] en/of
  • veelvuldig, althans een of meermalen te bellen naar die [slachtoffer 1] en/of
  • veelvuldig, althans een of meermalen in contact te treden met familieleden van die [slachtoffer 1] en/of
  • zich (meermalen) op te houden in de (directe) nabijheid van die [slachtoffer 1] en/of
  • die [slachtoffer 1] (telkens) op te zoeken en/of langs de verblijfplaats van die [slachtoffer 1] te rijden en/of zich op te houden voor/achter de verblijfplaats van die [slachtoffer 1] en/of
  • achter die [slachtoffer 1] aan te reizen naar Mallorca
met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
2.
hij op of omstreeks 11 juli 2025 te [plaats] en/of te [plaats] , althans in de gemeente De Wolden en/of de gemeente Hoogeveen, [slachtoffer 2] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door een bericht te sturen naar zijn dochter, [slachtoffer 1] , met daarin de woorden: 'Je pa hoeft me ook nooit meer aan te spreken, want wollah de volgende keer als die me aanspreekt, neuk ik hem zo hard dat die dede in de sloot gaat liggen', althans woorden van gelijke en/of dreigende aard;
3.
hij in of omstreeks de periode van 1 december 2024 tot en met 27 juli 2025, althans in of omstreeks de periode van 1 april 2025 tot en met 27 juli 2025, te [plaats] en/of te [plaats] , althans in de gemeente De Wolden en/of de gemeente Hoogeveen, een ander, te weten [slachtoffer 1] , door geweld of enige andere
feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 1] , wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten die [slachtoffer 1]
  • haar telefoon op te laten nemen als verdachte contact zocht,
  • op berichten van verdachte te laten reageren,
door te dreigen met het plegen van zelfmoord en/of te dreigen informatie door te spelen naar de familie van die [slachtoffer 1] en/of te dreigen foto's en/of filmpjes van die [slachtoffer 1] , die thans in het bezit van verdachte waren, te verspreiden;
4.
hij op of omstreeks 22 juni 2025 te [plaats] en/of te [plaats] , althans in de gemeente De Wolden en/of in de de gemeente Hoogeveen, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk, gegevens, die door middel van een geautomatiseerd werk en/of door middel van telecommunicatie waren opgeslagen, werden verwerkt en/of werden overgedragen, te weten zijn (verdachtes) telefoonnummer, heeft veranderd, door middel van een (betaalde) app zijn (verdachtes) telefoonnummer eenmalig te veranderen in het telefoonnummer van de zus van [slachtoffer 1] en/of daarmee te bellen naar die [slachtoffer 1] .

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor de ten laste gelegde feiten. De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat verdachte zich in de periode van 1 april 2025 tot en met 27 juli 2025 schuldig heeft gemaakt aan belaging. Uit de aangifte van [slachtoffer 1] (hierna ook: [slachtoffer 1] ), de screenshots van de berichten, de getuigenverklaring van [slachtoffer 1] en de verklaring die verdachte bij de politie heeft afgelegd volgt dat verdachte vanaf april 2025 veelvuldig contact heeft gezocht met [slachtoffer 1] , terwijl zij had aangegeven dit niet te willen. Daarnaast kwam verdachte naar de woning van [slachtoffer 1] , probeerde hij door middel van spoofing contact met haar te krijgen en is hij haar achterna gereisd naar Mallorca. Verdachte heeft gedreigd met het plegen van zelfmoord en het verspreiden van fotos en filmpjes van [slachtoffer 1] op het moment dat zij geen contact meer met hem wilde hebben. Verdachte heeft met zijn gedragingen een wederrechtelijke stelselmatige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] en heeft haar gedwongen contact te onderhouden met hem. Op basis van de aangifte van [slachtoffer 2] en de aangifte van [slachtoffer 1] kan ook bewezen worden verklaard dat verdachte [slachtoffer 2] heeft bedreigd. Verdachte bekent dit ook.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat niet bewezen kan worden dat verdachte zich gedurende de ten laste gelegde periode schuldig heeft gemaakt aan belaging. Verdachte en aangeefster hebben tot ten minste 6 juli 2025 contact met elkaar gehad. Er kan dan ook niet bewezen worden dat verdachte zich voor die datum schuldig heeft gemaakt aan belaging. Ook na 6 juli 2025 is er geen sprake geweest van een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster. Verdachte heeft in de periode na 6 juli 2025 enkel drie e-mailberichten naar aangeefster gestuurd en daarnaast zijn er op twee momenten berichten gestuurd via WhatsApp. Op 16 juli 2025 heeft een stopgesprek plaatsgevonden. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte na dit gesprek contact heeft gezocht met aangeefster. Verdachte is weliswaar naar Mallorca gereisd terwijl aangeefster daar ook was maar vast staat dat verdachte geen gedragsaanwijzing had gekregen die hem de reis naar Mallorca verbood. Daarnaast heeft de politie hem wisselend geadviseerd over het wel of niet naar Mallorca mogen reizen en is verdachte pas een week na aangeefster terug naar Nederland gevlogen. Uit niets blijkt dus dat in de periode van 20 tot en met 27 juli 2025 stalkingshandelingen zijn verricht of dat dwang is uitgeoefend door verdachte. Ook kan niet worden
vastgesteld dat verdachte fotos of filmpjes in zijn bezit had van [slachtoffer 1] , zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. De raadsman heeft verder naar voren gebracht dat er sprake is van samenloop tussen feit 1 en 3. De raadsman heeft geen bewijsverweren gevoerd ten aanzien van feit 2 en 4.
Oordeel van de rechtbank
Feit 1
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1 en 3 ten laste gelegde. De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is ook in onderdelen slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 23 juli 2025, met als bijlagen e-mailberichten en chatgesprekken, opgenomen op pagina 12 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2025197644 van 30 augustus 2025, inhoudende als verklaring van [slachtoffer
1] :
Ik had een relatie met [verdachte]
(de rechtbank begrijpt: verdachte). [verdachte] woont in [plaats] . Ik heb het uitgemaakt in december 2024. Daarna heb ik nog wel met hem afgesproken en contact met hem gehad. In april 2025 heeft hij naar familieleden en een vriendin van mij berichten gestuurd. Diezelfde dag is hij bij mijn woning in [plaats] geweest. Hij zei dat als ik de ketting die ik cadeau had gekregen van hem niet kon vinden, de boel zou escaleren bij mijn huis en dat niemand hem dan kon tegenhouden. Ik werd bang. Hij schreeuwde over straat dat wij een kankerfamilie waren en dat mijn vader een kankermongool was. Daarna wilde ik hem niet meer zien en spreken. Ik heb dat tegen hem gezegd. Hij begon te dreigen met het sturen van blootfotos en filmpjes naar familie of vrienden. Hij stuurde mij berichten dat ik de telefoon moest opnemen en als ik dat niet deed of niet op hem reageerde, dreigde hij met het openbaar maken van die fotos en filmpjes van mij. Ik heb nog wel weer met hem afgesproken ondanks dat ik dat niet wilde. Ik heb dit gedaan omdat ik niet wilde dat die fotos en filmpjes verstuurd zouden worden. Ik heb voornamelijk met hem afgesproken, omdat hij beloofde dat hij mij dan met rust zou laten. Midden mei 2025 stuurde hij mij heel veel e-mailberichten. Ik heb zijn e-mail geblokkeerd maar hij maakte een e-mailadres aan en stuurde mij weer berichten. Het is voorgekomen dat hij mij 50 tot 100 e-mailberichten per dag stuurde. Hij belde mij ook wel 100 keer per dag. Het is voorgekomen dat hij mij wel 200 keer per dag belde. Ik werd daar heel bang van. Ik werd ook bedreigd in de mailberichten. Hij schreef bijvoorbeeld dat hij naar mij toe zou rijden en dat het hem geen kanker zou schelen wat er dan zou gaan gebeuren. Hij schreef ook dat ik nooit van hem af zou komen en dat als ik zijn leven een hel zou maken, hij het tien keer meer zou doen. Op 22 juni stuurde hij mij een foto met daarop mijn huisadres (
de rechtbank begrijpt: huis).Op die dag berichtte hij mij via de mail: “Vieze kanker kech je wordt nu al door een ander geneukt he ben niet achterlijk komt goed schatje dropbox alles (). Met dropbox bedoelt hij dat hij daar fotos van mij heeft opgeslagen die kwetsbaar voor mij zijn. Ook heeft hij mij die dag constant gebeld met het nummer van mijn zus [zus van slachtoffer] . Op 28 juni belde en mailde hij mij de hele tijd. Hij had bericht dat hij naar mijn huis zou komen. Ik heb gezegd dat hij dat niet moest doen. Midden in de nacht werd ik wakker door steentjes tegen mijn raam. Ik heb de achterdeur geopend en zag [verdachte] . Ik zei dat hij weg moest gaan maar hij ging maar niet weg. Die nacht heeft hij fotos gemaakt in mijn achtertuin van het stukje waar ik slaap en naar mij gemaild. In juli 2025 was het Stadsfestival in Hoogeveen. Ik merkte dat [verdachte] vaak op de plek was waar ik ook was en hij bleef mij maar mailen. Ik liep naar de auto en hij kwam achter mij lopen. Hij mailde mij ook op dat moment. Daarna kreeg ik berichten dat hij in Hoogeveen was en mij had gezien. Ik heb hem weer gezegd dat hij moest stoppen. Ik heb echt duidelijk gezegd dat ik geen contact wil met hem. Ik ben bang en laat het dan liever gebeuren dan dat ik er aan onderdoor ga en dat ik niet kan inschatten wat hij mij aan zal gaan doen. Ik ben heel bang dat hij doordraait. Ik heb besloten dat ik [verdachte] volledig zou negeren. Twee dagen na het negeren heeft hij een zelfmoordpoging gedaan. Hij schreef mij dat hij in het ziekenhuis ligt en hoopt dat hij dood gaat. Op 9 juli
2025 ben ik naar Mallorca gevlogen om daar te gaan werken. Hij is erachter gekomen dat ik op Mallorca ben. Hij heeft mij direct berichten gestuurd met hele nare teksten en aangegeven af te reizen naar Mallorca. Dit maakte mij zeer angstig. Op 10 juli 2025 mailde hij mij met de volgende tekst: “Ik zweer je het zal slecht aflopen zo want ik ga zo andere dingen doen. Ik kom gewoon naar je kankerhuis en bel aan of je belt me godverdomme nu? En ik ben er klaar mee. Ik zweer je ik ga anders rijden. Wolla je kent me." Vanaf toen is hij overgegaan naar andere telefoonnummers. Met acht andere telefoonnummers heeft hij mij meerdere dreigende, beledigende en angstaanjagende WhatsAppberichten gestuurd. Op 20 juli 2025 ben ik naar de Spaanse politie gegaan. Ik wist dat [verdachte] 20 juli zou vliegen naar Mallorca.
Vervolgens hebben wij besloten dat ik per direct terugga naar Nederland. Ik ben 21 juli 2025 teruggevlogen naar Nederland.
Bijlage met verstuurd WhatsAppbericht aan aangeefster:
11 juli 2025, 02:03:14: [verdachte] : Dankjewel voor alles he. Ik weet dat je echt al een tijdje over me heen bent en dat het je geen ene kanker heeft geboeid dat ik in het ziekenhuis heb gelegen door jou. Maar het maak niet uit, ik weet dat je al met een ander gaat () als een slet () Het mooie is dat ik ook lekker naar Mallorca ga en ook al heb geboekt alles dus misschien zie ik je daar eh lieffie. Heb ook weer Tinder dus miss zie ik je daar ook eh lieffie. Geloof me ik ga elke dag bidden en hopen dat jouw leven naar de kanker gaat en je hele kanker familie sterft aan de ergste ziekte die er maar mag bestaan. Ik hoop dat ik je zie met je vriendje of een guy dan kan ik hem ook de kanker in slaan en spugen op je kanker lelijke gezicht. Ik heb een haat gekregen naar jou, ik spuug en kots op jou ().
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aanvullend verhoor aangeefster van 24 juli 2025, met als bijlagen e-mailberichten en chatgesprekken, opgenomen op pagina 31 e.v. van voornoemd, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1] :
Toen ik hoorde dat [verdachte] in Mallorca zou komen werken werd ik heel erg bang omdat hij een paar dagen daarvoor erachter was gekomen dat ik daar al werkte. Ik werd angstig en verdrietig. [verdachte] is niet eerder ticketseller geweest en ook niet eerder op Mallorca geweest. Toen hij erachter kwam dat ik daar was, heeft hij ook pas gesolliciteerd bij iemand die ik ken. De kans was heel groot dat ik hem was tegengekomen op Mallorca als ik daar niet weg was gegaan. Hij heeft gesolliciteerd bij de club die op 20 meter afstand is van de club waar ik voor werk. s Avonds op de strip staan we allemaal op een bepaalde plek en staan we ook vaak op dezelfde plek als onze concurrenten. Overdag komen we ze ook allemaal tegen op het strand. Als we er beide zouden zijn geweest en als zijn werk door was gegaan en ik zou zijn gebleven zouden we elkaar elke dag zien. Ik was heel erg bang om hem tegen te komen omdat hij heel onberekenbaar is. Ik zou mij alles behalve veilig voelen en continu op mijn hoede zijn. Hij heeft ook gedreigd om zijn zin te krijgen. Bijvoorbeeld als ik niet opnam dat hij zelfmoord zou plegen en ik tegen zijn familie moest zeggen dat hij van ze hield. Als ik ook niet zou reageren op hem heeft hij ook benoemd dat het te laat kon zijn en ik mijn karma nog zou krijgen. Ook vaak dat als ik niet zou reageren hij mijn familie weer zou berichten en dit keer geen genade zou hebben.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van 28 juli 2025, opgenomen op pagina 140 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:
A: [slachtoffer 1] is mijn ex. Zij heeft de relatie drie en een halve maand geleden verbroken. Op 16 juli 2025 is er een stopgesprek met mij gevoerd door de politie. Ik mocht geen contact met haar zoeken. Dat was duidelijk voor mij. In april 2025 heb ik een excuusbrief geschreven omdat ik een periode daarvoor ruzie had met [slachtoffer 1] en toen heb ik de ouders en andere familieleden van [slachtoffer 1] domme berichten gestuurd op social media.
O: Op 9 april, om 20:40 uur is er een bericht verstuur naar [slachtoffer 1] met de tekst: “Ga nu terugbellen of ik ga echt al je kk familieberichten. Geef je 2 min. Kies maar”.
V: Heb jij dat gestuurd?
A: Ja dat heb ik gestuurd.
A: Ik heb zoveel gestuurd.
V: Is deze manier van reageren niet behoorlijk dwingend?
A: Dat is natuurlijk heel dwingend. Ik maakte me steeds gefrustreerder. Ik beken gewoon dat ik dat heb gestuurd.
A: Ik raakte mijn controle kwijt. Ik stuurde dan berichten waar je later spijt van krijgt. O: Foto 3 van de bijlage laat ik je zien en lees ik voor.
V: Wat heb je daarop te zeggen? A: Heb ik gestuurd.
V: Wat voor filmpje uit die Snapchat in Amsterdam is dat dan?
A: Dat is een filmpje van haar in een parkeergarage met kleren aan. Dat was droogneuken. V: En waarom dwing jij haar steeds? Met "Bel mij nu".
A: Frustratie van mij. Omdat ze niet reageert.
O: Ik lees voor: "Ik zweer als het 21:30 is en je hebt nog niet gebeld dan ga je denken is derde wereldoorlog".
A: Ik wil dat ze ging reageren.
V: Je hebt ook bij haar aangegeven zelfmoord te willen gaan plegen. Waarom heb je dit aangegeven? A: Frustratie he. Ik raakte de controle kwijt.
A: Ik heb haar op 22 juni een bericht gestuurd voordat ik bij haar die nacht in de tuin stond. Ik heb centjes naar haar slaapkamerraam gegooid om haar aandacht te krijgen. Ze is naar beneden gekomen en zei tegen mij dat ik weg moest gaan.
V: In hoeverre heb jij [slachtoffer 1] mailberichten gestuurd? A: Ja dit heb ik gedaan.
A: Ze stelt dat ik haar op 16 april 2025 nare berichten had gestuurd. Dat klopt ook wel.
Fotoblad Foto 3
“Ik heb dat kk filmpje uit die snap chat ook opgeslagen in amsterdam dus ga niet dom doen nu want k stuur die gewoon is niks ergs. Ga je brengen of niet. Broer. Ben je dood. () Breng nu. () Bel mij nu”.
Feit 2
De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder feit 2 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.
Deze opgave luidt als volgt:
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 januari 2026;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 24 juli 2025, opgenomen op pagina 55 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2025197644 van 30 augustus 2025, inhoudend de verklaring van [slachtoffer 2] .
Feit 4
De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder feit 4 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.
Deze opgave luidt als volgt:
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 januari 2026;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 23 juli 2025, met als bijlagen e-mailberichten en chatgesprekken, opgenomen op pagina 12 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2025197644 van 30 augustus 2025, inhoudend de verklaring van [slachtoffer 1] .
Bewijsoverwegingen Feit 1
Op grond van voornoemde bewijsmiddelen kan naar het oordeel van de rechtbank bewezen worden dat verdachte zich in de periode van 1 april 2025 tot en met 20 juli 2025 schuldig heeft gemaakt aan belaging. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
Verdachte en aangeefster hebben enige tijd een relatie met elkaar gehad. In december 2024 is de relatie beëindigd. Verdachte en aangeefster hebben in de maanden daarna nog wel contact met elkaar gehad. In april 2025 heeft aangeefster aangegeven dat zij geen contact meer met verdachte wilde, nadat hij berichten had gestuurd naar haar familieleden en een vriendin en hij aangeefster bang had gemaakt door te zeggen dat de boel zou escaleren als zij een ketting niet terug zou geven en dat niemand hem dan kon tegenhouden. Vanaf dat moment heeft verdachte niettemin veelvuldig berichten en e-mails naar aangeefster gestuurd en heeft hij haar veelvuldig gebeld. Die berichten en e-mails waren veelal zeer dwingend en dreigend van aard. Verdachte dwong aangeefster door middel van die berichten contact met hem op te nemen. Daarnaast heeft verdachte aangeefster meerdere keren bij haar woning en op een festival opgezocht. Op 16 juli 2025 heeft er een stopgesprek plaatsgevonden waarbij de politie heeft aangegeven dat verdachte geen contact meer mocht zoeken met aangeefster. Desondanks is verdachte op 20 juli 2025 naar Mallorca gevlogen, terwijl hij wist dat aangeefster op Mallorca aan het werk was.
De rechtbank is van oordeel dat de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de hiervoor vastgestelde gedragingen van verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijke leven en de persoonlijke vrijheid van aangeefster naar objectieve maatstaven bezien zodanig zijn geweest dat van een stelselmatige inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer sprake is geweest.
Anders dan de raadsman heeft betoogd, doet hieraan niet af dat aangeefster op sommige momenten ook berichten heeft gestuurd naar verdachte of (fysiek) contact met hem heeft gehad. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat aangeefster en verdachte een affectieve relatie met elkaar hebben gehad en dat de berichten van verdachte dusdanig dwingend en dreigend van aard waren dat aangeefster zich gedwongen voelde om te reageren op verdachte of met hem af te spreken.
De rechtbank is daarnaast van oordeel dat ook het afreizen naar Mallorca als een belagingshandeling kan worden gekwalificeerd. Dit afreizen kan namelijk niet los worden gezien van de hieraan voorafgaande berichten en de dwingende en dreigende toonzetting die daarin door verdachte wordt gebruikt. Door tegen deze achtergrond niettemin af te reizen naar Mallorca en op nagenoeg dezelfde plek te willen gaan werken als aangeefster, is aangeefster vrees aangejaagd en voelde zij zich gedwongen om naar Nederland terug te keren, omdat zij anders niet aan contact met verdachte zou kunnen ontkomen. De inhoud van de voorafgaande berichtgeving richting aangeefster duidt erop dat verdachte hierop ook het oogmerk heeft gehad. Verdachte heeft zo een verdere inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster gemaakt.
Dat verdachte aangeefster vrees heeft aangejaagd wordt ook bevestigd door het feit dat zij dusdanig bang was dat zij contact heeft gezocht met de Spaanse politie en op 21 juli 2025 is teruggevlogen naar Nederland.
De rechtbank is van oordeel dat het inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster door verdachte is gestopt op het moment dat aangeefster terug naar Nederland is gevlogen. Dat was op 21 juli 2025. De rechtbank komt daarom tot een bewezenverklaring van belaging tot en met 20 juli 2025.
Feit 3
Op basis van de voornoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte zich ook schuldig heeft gemaakt aan dwang. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
Wanneer iemand een ander dwingt iets te doen, niet te doen of te dulden door geweld, een andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, is sprake van wederrechtelijke dwang in juridische zin. Het kan bij de genoemde dwangmiddelen in artikel 284 Sr Pro gaan om fysieke druk door geweld, maar ook om psychische druk door bedreiging met geweld. Bij (bedreiging met) andere feitelijkheden gaat het om handelingen die niet onder geweld of bedreiging vallen. Deze handelingen moeten van zodanige aard zijn dat zij in de gegeven omstandigheden leiden tot een druk waaraan het slachtoffer geen weerstand kan bieden. Verdachte moet door die feitelijkheid opzettelijk hebben veroorzaakt dat het slachtoffer tegen zijn of haar wil iets heeft gedaan, niet gedaan of geduld (vgl. HR 18-10-2022, ECLI:NL:HR:2022:1473).
De dwang die verdachte wordt verweten bestaat uit bedreiging met andere feitelijkheden, namelijk dreigen met het plegen van zelfmoord, dreigen informatie door te spelen naar de familie van aangeefster en dreigen fotos en filmpjes van aangeefster die verdachte in zijn bezit had te verspreiden.
Uit bovengenoemde bewijsmiddelen blijkt dat verdachte van aangeefster eist dat zij haar telefoon opneemt en op berichten reageert als verdachte contact met haar opneemt. Hieruit volgt ook dat verdachte dreigde met het plegen van zelfmoord en het verspreiden van fotos en filmpjes als aangeefster geen contact met hem opnam.
Uit het dossier is onvoldoende gebleken dat de fotos en filmpjes van aangeefster ook daadwerkelijk in het bezit van verdachte waren, zodat de rechtbank verdachte partieel zal vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging. Daarnaast blijkt uit het dossier onvoldoende dat verdachte heeft gedreigd met het doorspelen van informatie over aangeefster naar haar familie. De rechtbank zal verdachte ook van dat onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken.
Ten aanzien van de periode overweegt de rechtbank dat uit het dossier blijkt dat verdachte na 13 juli 2025 geen berichten meer heeft gestuurd naar aangeefster en haar ook niet meer heeft gebeld. De rechtbank komt daarom tot een bewezenverklaring van dwang in de periode van 1 april 2025 tot en met 12 juli 2025.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1.
hij in de periode van 1 april 2025 tot en met 20 juli 2025 te [plaats] en [plaats] , althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , door
  • veelvuldig (dreigende) tekstberichten te sturen aan die [slachtoffer 1] en
  • veelvuldig (dreigende) e-mails te sturen aan die [slachtoffer 1] en
  • veelvuldig te bellen naar die [slachtoffer 1] en
  • meermalen in contact te treden met familieleden van die [slachtoffer 1] en
  • zich meermalen op te houden in de (directe) nabijheid van die [slachtoffer 1] en
  • die [slachtoffer 1] op te zoeken en langs de verblijfplaats van die [slachtoffer 1] te rijden en zich op te houden voor/achter de verblijfplaats van die [slachtoffer 1] en
  • achter die [slachtoffer 1] aan te reizen naar Mallorca
met het oogmerk die [slachtoffer 1] te dwingen iets te dulden en vrees aan te jagen;
2.
hij op 11 juli 2025 te [plaats] , [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door een bericht te sturen naar zijn dochter, [slachtoffer 1] , met daarin de woorden: 'Je pa hoeft me ook nooit meer aan te spreken, want wollah de volgende keer als die me aanspreekt, neuk ik hem zo hard dat die dede in de sloot gaat liggen';
3.
hij in de periode van 1 april 2025 tot en met 12 juli 2025 te [plaats] en [plaats] , een ander, te weten [slachtoffer 1] , door bedreiging met enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 1] , wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, te weten die [slachtoffer 1]
  • haar telefoon op te laten nemen als verdachte contact zocht,
  • op berichten van verdachte te laten reageren,
door te dreigen met het plegen van zelfmoord en te dreigen foto's en filmpjes van die [slachtoffer 1] te verspreiden;
4.
hij op 22 juni 2025 in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk, gegevens, die door middel van een geautomatiseerd werk of door middel van telecommunicatie waren opgeslagen, te weten zijn, verdachtes, telefoonnummer, heeft veranderd, door middel van een (betaalde) app zijn telefoonnummer eenmalig te
veranderen in het telefoonnummer van de zus van [slachtoffer 1] en daarmee te bellen naar die [slachtoffer 1] .
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:
belaging;
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
een ander door bedreiging met een feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen;
opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk of door middel van telecommunicatie zijn opgeslagen, veranderen.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van feit 1 en 3 sprake is van eendaadse samenloop in de zin van artikel 55 van Pro het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 243 dagen, waarvan 150 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten. De officier van justitie heeft daarnaast gevorderd dat de proeftijd op 3 jaren wordt gesteld en dat de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden aan de voorwaardelijke gevangenisstraf worden verbonden, met uitzondering van de voorwaarde dat verdachte moet meewerken aan opname in een zorginstelling. Daarnaast dient verdachte ook mee te werken aan ambulante begeleiding en begeleid wonen. Controle op het contactverbod dient de eerste acht maanden van de proeftijd plaats te vinden door middel van elektronische monitoring in combinatie met het slachtofferdevice. Verdachte dient zich gedurende het eerste jaar van de proeftijd te houden aan het locatieverbod. Controle op dit locatieverbod
dient ook gedurende de eerste acht maanden van de proeftijd plaats te vinden door middel van elektronische monitoring in combinatie met het slachtofferdevice. De officier van justitie heeft gevorderd de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd de maatregel van artikel 38v Sr op de leggen voor de duur van 5 jaren, inhoudende dat verdachte geen contact mag hebben met aangeefster en haar familieleden, met daarbij de bepaling dat voor elke overtreding van de maatregel een hechtenis wordt bepaald van 1 week, met een maximum van 6 maanden.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat aan verdachte een straf gelijk aan de duur van het voorarrest moet worden opgelegd, met aftrek van de tijd die verdachte al in voorarrest heeft gezeten. Mocht de rechtbank een voorwaardelijke straf aan verdachte opleggen en bijzondere voorwaarden aan die straf koppelen, dan is het afdoende om een meldplicht, een locatieverbod, een contactverbod met aangeefster, het meewerken aan middelencontrole en begeleiding door de reclassering op te leggen als voorwaarden. Eventueel op te leggen elektronische monitoring dient beperkt te worden tot maximaal 12 maanden. Een op te leggen locatieverbod dient beperkt te worden tot de plaats [plaats] .
Oordeel van de rechtbank
Algemeen
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapporten van de reclassering van 15 oktober 2025 en 27 oktober 2025, het strafblad van verdachte, de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich gedurende een periode van een aantal maanden schuldig gemaakt aan belaging en dwang van aangeefster, zijn ex-partner, door haar veelvuldig (dreigende) berichten te sturen, te bellen, contact op te nemen met haar familie, haar bij haar woning en elders op te zoeken en naar Mallorca te reizen, terwijl aangeefster daar aan het werk was. Daarbij heeft verdachte ook gedreigd met het plegen van zelfmoord en het verspreiden van fotos en filmpjes van aangeefster als zij haar telefoon niet opnam en niet reageerde op berichten van verdachte. Aangeefster heeft veelvuldig te kennen gegeven dat zij geen contact meer wilde met verdachte. Dit heeft hem er echter niet van weerhouden om op indringende wijze contact met haar te blijven zoeken. Door zo te handelen heeft verdachte herhaaldelijk inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster. Feiten als de onderhavige worden door slachtoffers doorgaans als beangstigend en bedreigend ervaren en dat is in deze zaak ook gebleken uit de slachtofferverklaring die ter terechtzitting namens aangeefster is voorgelezen. Verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan spoofing en aan bedreiging van de vader van aangeefster.
Strafblad
Verdachte is niet eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten.
Persoon van verdachte
De reclassering heeft in het rapport van 15 oktober 2025 aangegeven dat het psychosociaal functioneren, het middelengebruik en de houding van verdachte worden gezien als risicoverhogende factoren. Ondanks dat verdachte aangeeft mee te willen werken aan toezicht vanuit de reclassering, valt het op dat verdachte
zijn eigen gedragingen bagatelliseert. Daarnaast is er onvoldoende zicht op het psychosociaal functioneren van verdachte. De reclassering is van mening dat er ingezet moet worden op een klinische behandeling om tot een blijvende gedragsverandering te kunnen komen. De reclassering schat de kans op herhaling en de kans op letsel in als hoog. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen aan verdachte met een aantal bijzondere voorwaarden. De reclassering adviseert daarnaast de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.
Ter zitting heeft een deskundige van de reclassering, in aanvulling op het rapport van 15 oktober 2025, naar voren gebracht dat de reclassering op dit moment geen noodzaak meer ziet voor een klinische behandeling. Verdachte werkt goed mee aan de voorwaarden die in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis aan hem zijn opgelegd. De reclassering heeft de indruk dat begeleiding en behandeling in een ambulant kader afdoende is, ook omdat verdachte geen drugs meer lijkt te gebruiken. Op dit moment is het van belang dat verdachte over een vaste woon- en verblijfplaats beschikt, aangezien hij niet bij zijn vader kan blijven. Verdachte is aangemeld bij [instelling ] in [plaats] . Ter overbrugging is er een plek gevonden voor verdachte in [plaats] . Verdachte is ook aangemeld voor ambulante behandeling, welke behandeling met name gericht zal zijn op vermindering van het recidiverisico. Die behandeling is echter nog niet opgestart, omdat er een wachtlijst is. Verdachte heeft wel wekelijks contact met een ambulant begeleider van Exodus. Aangezien de ambulante behandeling nog niet is gestart, schat de reclassering de kans op herhaling in als gemiddeld tot hoog. De reclassering acht het niet wenselijk dat verdachte opnieuw naar de gevangenisstraf moet, aangezien er op dit moment wordt ingezet op het vinden van een woonplek, het vinden van werk en het opstarten van de behandeling. De reclassering adviseert daarom een deels voorwaardelijke straf op te leggen met een proeftijd van 3 jaren en aan die straf de volgende voorwaarden te verbinden: een meldplicht bij de reclassering, meewerken aan ambulante behandeling en begeleiding, meewerken aan begeleid wonen, een contactverbod en locatieverbod met elektronische monitoring en slachtofferdevice, het hebben van dagbesteding, meewerken aan schuldhulpverlening en meewerken aan middelencontrole.
Straf
Gelet op het voorgaande, en met name gelet op de ernst van de feiten, is de rechtbank van oordeel dat het in deze zaak passend en geboden is om een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest aan verdachte op te leggen. Dit betekent dat verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. De rechtbank zal aan de voorwaardelijke gevangenisstraf de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden verbinden en de proeftijd vaststellen op 3 jaren. De rechtbank zal daarbij bepalen dat verdachte zich gedurende het eerste jaar van de proeftijd dient te houden aan een locatieverbod, dat inhoudt dat hij niet in de gemeente Hoogeveen mag komen. Gelet op de bewezenverklaring ziet de rechtbank geen aanleiding om, zoals door de raadsman is betoogd, het locatieverbod te beperken tot de plaats [plaats] . De rechtbank zal tevens bepalen dat controle op het contact- en locatieverbod plaatsvindt middels elektronische monitoring. De rechtbank zal de elektronische monitoring, gelet op het ingrijpende karakter daarvan, beperken tot de eerste 8 maanden van de proeftijd. Ten aanzien van het contactverbod overweegt de rechtbank nog dat zij alleen zal bepalen dat de verdachte op geen enkele wijze, direct of indirect, contact mag opnemen of zoeken met aangeefster. Door te bepalen dat verdachte ook niet op indirecte wijze contact mag opnemen of zoeken met aangeefster, brengt dit verbod op zichzelf al met zich dat verdachte ook geen contact mag opnemen of zoeken met de familieleden van aangeefster. De rechtbank zal een contactverbod met de familieleden van aangeefster daarom niet als aparte voorwaarde opleggen aan verdachte.
Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat is niet is voldaan aan de voorwaarden om de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren in de zin van artikel 14e Sr. Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting is niet gebleken dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt
voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een ander.
De rechtbank zal wel een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid zoals bepaald in artikel 38v Sr aan verdachte opleggen voor de duur van vijf jaren, ter voorkoming van strafbare feiten gericht tegen aangeefster, bestaande uit een contactverbod zoals vermeld in het dictum. Voor elke overtreding wordt één week vervangende hechtenis toegepast met een maximum van zes maanden. De rechtbank ziet daarbij aanleiding om ambtshalve te bevelen dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is, aangezien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte zich belastend zal gedragen jegens aangeefster. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat de reclassering de kans op herhaling nog steeds inschat op gemiddeld tot hoog en dat de behandeling van verdachte tot op heden nog niet is opgestart.

Benadeelde partij

[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 4.662,61 ter vergoeding van materiële schade en 15.000,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Het bedrag ter vergoeding van materiële schade bestaat uit de volgende posten:
  • Geleend geld: 3.573,-
  • Gederfd inkomen: 269,40
  • Vliegticket Mallorca naar Schiphol: 99,99
  • Vliegticket Eindhoven Airport naar Mallorca: 99,-
  • Boodschappen vliegveld: 70,-
  • Taxi Mallorca naar vliegveld vanaf verblijf: 23,90
  • Taxi Mallorca van vliegveld naar verblijf: 22,20
  • Zorgkosten 2026: 385,-
  • Reiskosten: 120,12
Ter terechtzitting is de vordering, namens de benadeelde partij, toegelicht door haar advocaat mr. M.R.M. Schaap. De advocaat heeft ter zitting verzocht de vordering ten aanzien van de post reiskosten niet-ontvankelijk te verklaren.
Ook [slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 729,11 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. Het bedrag ter vergoeding van materiële schade bestaat uit de volgende posten:
  • Cameraset en muurbeugel: 608,99
  • Reiskosten: 120,12
Ter terechtzitting is de vordering, namens de benadeelde partij, toegelicht door zijn advocaat mr. M.R.M. Schaap.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer 1] kan worden toegewezen tot een bedrag van 19.542,49 en dat de vordering van [slachtoffer 2] in het geheel kan worden toegewezen. De vorderingen moeten worden vermeerderd met de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel moet worden opgelegd.
Standpunt van de verdediging
Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1]
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het deel van de vordering dat ziet op geleend geld niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De grondslag voor terugvordering ontbreekt, omdat deze bedragen door aangeefster zijn geschonken aan verdachte. Daarnaast kan niet bewezen worden dat deze schade is geleden door enig aan verdachte verweten strafbare gedraging en er bestaat onvoldoende verband tussen het handelen van verdachte en de schade.
Ook de post gederfd inkomen dient niet-ontvankelijk te worden verklaard. Door de benadeelde partij is niet onderbouwd dat zij Mallorca moest verlaten. Eventuele schade die voortvloeit uit de keuze van aangeefster om Mallorca te verlaten dient voor haar eigen rekening te blijven. Daarnaast verwijst de raadsman naar een artikel uit het NJB waaruit volgt dat de schadepost gederfd inkomen zou moeten worden uitgesloten van behandeling in het strafproces. Ook om die reden moet dit deel van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. Meer subsidiair stelt de verdediging dat deze post door de benadeelde partij onvoldoende is onderbouwd nu er enkel een aantal screenshots van overboekingen zijn overgelegd en bijvoorbeeld geen loonstroken. Daarbij komt dat het werk dat aangeefster heeft gedaan vaak op commissiebasis betaald wordt zodat niet uitgegaan kan worden van een gemiddeld weekloon.
Ten aanzien van de post vliegtickets heeft de raadsman naar voren gebracht dat niet is gebleken dat aangeefster Mallorca moest verlaten en dat zij zich dus niet aan haar schadebeperkingsplicht heeft gehouden. Daarnaast is gebleken dat aangeefster terug is gevlogen naar Mallorca, nog voordat verdachte is aangehouden. Dat doet vermoeden dat aangeefster om een andere reden terug naar Nederland is gevlogen. Dit deel van de vordering dient niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Ook de schadepost boodschappen vliegveld dient niet-ontvankelijk te worden verklaard. Er is op geen enkele wijze onderbouwd dat het doen van boodschappen noodzakelijk was. Ook is er enkel een bankafschrift overgelegd. Uit de omschrijving volgt dat de betaling is overgemaakt naar Transavia. Bij Transavia kan je geen dagelijkse boodschappen kopen. Daarnaast is niet gebleken dat er enige causaliteit is tussen de verweten strafbare gedragingen en de schade.
De taxikosten en de reiskosten dienen niet-ontvankelijk te worden verklaard. De raadsman verwijst daarbij naar hetgeen hij ten aanzien van het gederfd inkomen naar voren heeft gebracht.
Ook de zorgkosten dienen volgens de raadsman niet-ontvankelijk te worden verklaard. Het is onduidelijk of aangeefster medische kosten moet maken en hoe hoog deze kosten dan zouden zijn.
Ten aanzien van de vordering tot immateriële schadevergoeding heeft de raadsman naar voren gebracht dat onvoldoende is gesteld of gebleken dat er sprake is van objectieve maatstaven die het bestaan van geestelijk letsel onderbouwen. De benadeelde partij dient dan ook niet-ontvankelijk te worden verklaard in dit deel van de vordering. Indien de rechtbank wel komt tot toewijzing van immateriële schade, verzoekt de raadsman dit bedrag (aanzienlijk) te matigen en de vordering voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren.
Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 2]
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Niet vastgesteld kan worden dat aangever door de bedreiging hevige gevoelens van angst en onveiligheid heeft ervaren waardoor hij zich niet meer veilig voelde in zijn eigen woning. Aangever is daarnaast ook niet bij zijn woning bedreigd en heeft geen advies van de politie ontvangen om een beveiligingssysteem aan te schaffen. Bovendien is er sprake van tijdsverloop waardoor de causaliteit niet is vast te stellen.
Ten aanzien van beide vorderingen
Tot slot heeft de raadsman ten aanzien van beide vorderingen naar voren gebracht dat een nadere onderbouwing van alle posten waartegen verweer is gevoerd, een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert en dat de posten zich niet lenen voor een schatting.
Oordeel van de rechtbank
Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1]Materiële schade
De rechtbank overweegt dat de vordering van de benadeelde partij ter terechtzitting is betwist. De rechtbank zal de verschillende posten, gelet op het verweer, stapsgewijs behandelen.
Geleend geld
De rechtbank is van oordeel dat de door aangeefster aan verdachte geleende geldbedragen die in de periode voorafgaand aan de start van de belaging binnen de relatie tussen aangeefster en verdachte aan verdachte zijn uitgeleend niet kunnen worden aangemerkt als rechtstreekse schade die door het bewezen verklaarde is ontstaan. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk verklaren in dit deel van de vordering.
Gederfd inkomen
De rechtbank is van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat de benadeelde partij de gestelde schade bestaand uit het gederfde inkomen heeft geleden en dat deze een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde. De bewezenverklaarde gedragingen hebben ertoe geleid dat de benadeelde partij is teruggegaan naar Nederland en hierdoor een week niet heeft kunnen werken. De benadeelde partij heeft deze post onderbouwd met een aantal screenshots van bankoverschrijvingen en heeft vervolgens een schatting gemaakt van het gederfde inkomen op basis van het gemiddelde van de weekbedragen die zij heeft ontvangen. De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij deze post voldoende heeft onderbouwd met de door haar overgelegde bankoverschrijvingen en dat de door haar gehanteerde rekenwijze, namelijk het berekenen van het gemiddelde weekloon, redelijk is. De rechtbank zal deze post dan ook toewijzen.
Vliegtickets naar Nederland en naar Mallorca
De rechtbank is van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat de benadeelde partij de gestelde schade bestaand uit de kosten voor de vliegtickets heeft geleden en dat deze aangemerkt kan worden als rechtstreekse schade. De bewezenverklaarde gedragingen hebben er immers toe geleid dat de benadeelde partij terug is gevlogen naar Nederland en enige tijd later ook weer terug is gevlogen naar Mallorca. Deze posten zijn ook voldoende onderbouwd. De rechtbank zal deze posten dan ook toewijzen.
Boodschappen vliegveld
De rechtbank is van oordeel dat deze schadepost onvoldoende is onderbouwd. Niet is gebleken wat voor boodschappen de benadeelde partij heeft gekocht. Schorsing van het onderzoek om de benadeelde partij in de gelegenheid te stellen deze schade alsnog te laten onderbouwen zal leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding en daartoe zal dan ook niet worden overgegaan. De rechtbank zal dit deel van de vordering daarom niet-ontvankelijk verklaren. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Taxikosten naar vliegveld Mallorca en naar verblijf Mallorca
De rechtbank is van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat de benadeelde partij de gestelde schade bestaand uit de taxikosten heeft geleden en dat deze aangemerkt kan worden als rechtstreekse schade. De bewezenverklaarde gedragingen hebben er immers toe geleid dat de benadeelde partij is teruggevlogen naar Nederland en enige tijd later ook weer is teruggevlogen naar Mallorca en taxikosten heeft moeten maken om naar het vliegveld en weer naar haar verblijf te komen. Deze posten zijn ook voldoende onderbouwd. De rechtbank zal deze posten dan ook toewijzen.
Zorgkosten
De rechtbank zal dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij heeft de zorgkosten nog niet gemaakt en op dit moment is onvoldoende onduidelijk of deze kosten in de toekomst daadwerkelijk gemaakt zullen worden. Schorsing van het onderzoek om de benadeelde partij in de gelegenheid te stellen dit alsnog te laten onderbouwen zal leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding en daartoe zal dan ook niet worden overgegaan. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Reiskosten
De rechtbank is van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat de benadeelde partij de gestelde schade bestaand uit de reiskosten heeft geleden en dat deze aangemerkt kan worden als rechtstreekse schade. Deze rechtstreekse schade dient aangemerkt te worden als verplaatste schade. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Verplaatste schade kan op grond van artikel 51f, tweede lid, Sv en artikel 6:107, eerste lid, onder a, BW worden toegewezen. Ter zitting is gebleken dat de vader van de benadeelde partij de reiskosten van en naar het vliegveld heeft gemaakt. Het ophalen van en brengen naar een vliegveld van een jongvolwassene draagt, zeker in een situatie als de onderhavige waarbij er zorgen bestonden omtrent de veiligheid en het welzijn van aangeefster door het gedrag van verdachte, bij aan het welzijn van die jongvolwassene. De afstand en kilometervergoeding zijn niet betwist en komen de rechtbank niet onredelijk voor. Deze post zal dan ook worden toegewezen.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft daarnaast vergoeding van immateriële schade gevorderd. Indien geen sprake is van lichamelijk letsel, zoals in dit geval, kan op grond van artikel 6:106 lid 1 BW Pro slechts een vergoeding voor immateriële schade worden toegekend indien de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Geestelijk letsel kan pas worden aangemerkt als aantasting van de persoon, indien de psychische gevolgen voldoende ernstig zijn. De benadeelde partij heeft haar vordering onderbouwd met een verklaring van een GZ-psycholoog waaruit volgt dat de benadeelde partij klachten ervaart die passen bij een posttraumatische stressstoornis (PTSS). De benadeelde partij heeft last van herbelevingen, intrusieve gedachten aan de traumatische ervaringen, verhoogde waakzaamheid, schrikreacties, emotionele instabiliteit en zij heeft moeite met emotieregulatie. Daarnaast heeft de benadeelde partij slaapproblemen en incidenteel nachtmerries. Ook is er sprake van
vermijdingsgedrag ten aanzien van herinneringen, gedachten en situaties die haar aan de relatie of de periode daarna doen denken. Er is gestart met traumabehandeling in de vorm van EMDR-therapie. De benadeelde partij heeft tevens een e-mail overgelegd van de GZ-psycholoog waaruit volgt dat de officiële diagnose PTSS is. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de benadeelde partij voldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van geestelijk letsel en dat er derhalve sprake is van aantasting van de persoon. Op dit moment is echter nog onduidelijk of de behandeling aanslaat en wat de gevolgen van de bewezenverklaarde gedragingen zijn voor de benadeelde partij op de langere termijn. De rechtbank zal de hoogte van de schadevergoeding daarom naar billijkheid vaststellen en bepalen op 5.000,-. De rechtbank heeft daarbij acht geslagen op vergoedingen die in soortgelijke zaken zijn toegekend. Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op de Rotterdamse schaal. De vordering zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om dit deel van de vordering alsnog nader te onderbouwen levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. Dit deel van de vordering kan daarom slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Schadevergoedingsmaatregel
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
Wettelijke rente en kosten
De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 juli 2025. De rechtbank zal verdachte daarnaast veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 2] Cameraset en muurbeugel
De rechtbank is van oordeel dat de door de benadeelde partij gevorderde schade toegewezen dient te worden en overweegt daartoe als volgt. Een benadeelde partij kan in het strafproces vergoeding vorderen van de schade die zij door een strafbaar feit heeft geleden indien voldoende verband bestaat tussen het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en de schade om te kunnen aannemen dat de benadeelde partij door dit handelen rechtstreeks schade heeft geleden. Voor de beantwoording van de vraag of zodanig verband bestaat, zijn de concrete omstandigheden van het geval bepalend.
De rechtbank is van oordeel dat de kosten voor het plaatsen van een camerasysteem bij de woning van de benadeelde partij kunnen worden aangemerkt als rechtstreekse schade. Uit de onderbouwing van de vordering blijkt dat de benadeelde partij het camerasysteem heeft aangeschaft, omdat zijn (thuiswonende) dochter enkele maanden is gestalkt door verdachte en verdachte zich meerdere keren ongewenst en onaangekondigd bevond op het terrein van de benadeelde partij. Daarnaast is de benadeelde partij ook bedreigd door verdachte. Dit alles heeft ingrijpende gevolgen gehad voor de veiligheidsbeleving van de benadeelde partij en zijn gezin en is aanleiding geweest voor de benadeelde partij om een camerasysteem aan te schaffen. Hoewel de benadeelde partij zelf alleen slachtoffer is geworden van bedreiging door verdachte, is de rechtbank van oordeel dat de bedreiging in onderhavige zaak niet los kan worden gezien van de belaging van zijn dochter door verdachte. De bedreiging is immers ook begaan in de periode dat de dochter van de benadeelde partij werd belaagd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat er sprake is van rechtstreekse schade. De schade is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij en daarmee voor toewijzing vatbaar.
Reiskosten
De rechtbank zal dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren aangezien de reiskosten niet kunnen worden aangemerkt als rechtstreekse schade die door de bewezenverklaarde bedreiging is veroorzaakt.
Bovendien heeft de rechtbank deze post aangemerkt als verplaatste schade ten aanzien van benadeelde partij [slachtoffer 1] .
Schadevergoedingsmaatregel
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
Wettelijke rente en kosten
De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 21 juli 2025. De rechtbank zal verdachte daarnaast veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Inbeslaggenomen goederen

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de inbeslaggenomen telefoons verbeurd moeten worden verklaard.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat de inbeslaggenomen iPhone 16 Pro moet worden teruggegeven aan verdachte. Uit de door de raadsman overgelegde stukken volgt dat de zus van verdachte de eigenaar is van de telefoon. Daarnaast is de telefoon aangeschaft op 17 juli 2025, een dag na het stopgesprek en is niet gebleken dat met deze telefoon strafbare gedragingen zouden zijn verricht. De raadsman heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van de andere inbeslaggenomen telefoon.

Oordeel van de rechtbank

Uit de door de raadsman overgelegde stukken blijkt volgens de rechtbank voldoende dat de zus van verdachte eigenaar is van de iPhone 16 Pro. De rechtbank zal de teruggave van deze telefoon gelasten, nu de rechtbank niet kan vaststellen dat de zus van verdachte deze telefoon aan hem ter beschikking heeft gesteld terwijl zij wist dat verdachte deze telefoon zou gebruiken voor het plegen van strafbare feiten. De rechtbank zal de andere telefoon, de iPhone 11, verbeurd verklaren, aangezien deze telefoon is gebruikt bij de bewezenverklaarde feiten.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36f, 38v, 38w, 55, 57, 60a, 284, 285, 285b en 350a van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder feit 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf
een gedeelte, te weten 3 maandenniet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op
3 jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
Stelt als bijzondere voorwaarden:
1. dat de veroordeelde zich meldt bij de reclassering van VNN op het adres [adres] . De veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
2. dat de veroordeelde zich laat behandelen door GGZ Drenthe of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering dat nodig vindt;
3. dat de veroordeelde meewerkt aan ambulante begeleiding door een door de reclassering te bepalen zorgverlener, zolang de reclassering dat nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de begeleiding;
4. dat de veroordeelde verblijft bij Limor in Emmen of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijft duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
5. dat de veroordeelde op geen enkele wijze direct of indirect contact heeft met aangeefster [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2004, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. De politie houdt toezicht op de naleving van dit verbod. De veroordeelde werkt gedurende de eerste 8 maanden van de proeftijd mee aan elektronische monitoring zodat de naleving van dit verbod gecontroleerd kan worden. Met de elektronische monitoring via de enkelband en het slachtofferdevice kan de reclassering voornoemd slachtoffer informeren als de veroordeelde dichtbij komt;
6. dat de veroordeelde zich gedurende het eerste jaar van de proeftijd niet bevindt in de gemeente Hoogeveen. De veroordeelde werkt gedurende de eerste 8 maanden van de proeftijd mee aan elektronische monitoring zodat de naleving van dit verbod gecontroleerd kan worden. De veroordeelde gaat niet zonder toestemming van de reclassering naar het buitenland, omdat het voor de elektronische monitoring nodig is dat de veroordeelde in Nederland verblijft. Met de elektronische monitoring via de enkelband en het slachtofferdevice kan de reclassering voornoemd slachtoffer informeren als de veroordeelde dichtbij komt;
7. dat de veroordeelde zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werd en/of vrijetijdsbesteding met een vast structuur;
8. dat de veroordeelde meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt dat hij moet meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen. De veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;
9. dat de veroordeelde meewerkt aan controle op het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd.
Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
  • ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
  • medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
Legt op de
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheidinhoudende dat de veroordeelde voor de duur van 5 jaren op geen enkele wijze direct of indirect contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2004.
Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van de vervangende hechtenis bedraagt 1 week voor iedere keer dat niet aan de
maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 maanden.
Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.
Beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1, 3 en 4)
Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte om aan [slachtoffer 1] te betalen:
  • het bedrag van 5.634,61 (zegge: vijfduizend zeshonderdvierendertig euro en eenenzestig eurocent);
  • de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 juli 2025 tot de dag van algehele voldoening;
  • de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Verklaart de vordering van [slachtoffer 1] voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat te betalen een bedrag van 5.634,61 (zegge: vijfduizend zeshonderdvierendertig euro en eenenzestig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 juli 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit 634,61 aan materiële schade en 5.000,- aan immateriële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 53 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Benadeelde partij [slachtoffer 2] (feit 2)
Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het hierna te benoemen bedrag en veroordeelt verdachte om aan [slachtoffer 2] te betalen:
  • het bedrag van 608,99 (zegge: zeshonderdacht euro en negenennegentig eurocent);
  • de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 21 juli 2025 tot de dag van algehele voldoening;
  • de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Verklaart de vordering van [slachtoffer 2] voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat te betalen een bedrag van 608,99 (zegge: zeshonderdacht euro en negenennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 juli 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 6 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

Gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen:

- iPhone 16 Pro.

Verklaart verbeurd de inbeslaggenomen:

- iPhone 11.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Dijkstra, voorzitter, mr. W.S. Sikkema en mr. H.P. Eckert, rechters, bijgestaan door mr. E.M. Boskma, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 februari 2026.