Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beoordeling van de schriftuur van de benadeelde partij
5.Beslissing
18 oktober 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een ex-partner die zijn ex en haar dochter op straat achtervolgde terwijl hij haar met zijn telefoon filmde en de beelden live uitzond op Facebook. De aangeefster probeerde aan de verdachte te ontkomen en riep meerdere malen dat hij moest stoppen, tevens vroeg zij voorbijgangers de politie te bellen vanwege het contactverbod dat op de verdachte rustte.
Het hof stelde vast dat verdachte gedurende ongeveer zeven minuten achter de aangeefster aanliep en haar filmde, waarbij hij herhaaldelijk riep dat zij zijn kind had ontvoerd. Het hof oordeelde dat dit gedrag valt onder het wederrechtelijk dwingen iets te dulden zoals bedoeld in artikel 284 Sr Pro.
De verdachte stelde in cassatie dat er geen sprake was van wederrechtelijk dwingen door feitelijkheid, maar de Hoge Raad verwierp dit verweer. Tevens wees de Hoge Raad de schriftuur van de benadeelde partij af vanwege het ontbreken van een machtiging van de advocaat.
De Hoge Raad bevestigt hiermee het oordeel van het hof en verwerpt het cassatieberoep, waarmee de veroordeling van verdachte blijft staan.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling wegens wederrechtelijk dwingen door achtervolging en live filmen op Facebook.