ECLI:NL:RBNNE:2026:389
Rechtbank Noord-Nederland
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet-betaling griffierecht afgewezen
Opposant stelde verzet in tegen de uitspraak van 15 oktober 2025, waarin zijn beroep kennelijk niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet betalen van griffierecht. Hij voerde aan dat hij zijn dossier niet had ontvangen, dat de rechter zich had moeten verschonen wegens vermeende partijdigheid, dat hem wel een beroep op betalingsonmacht toekwam en dat hij niet wilde meewerken aan het girale geldsysteem.
De rechtbank oordeelde dat alle stukken volgens de wettelijke regels aan opposant waren verzonden en dat er geen recht op aanvullende inzage bestond. De vermeende partijdigheid van de rechter werd niet aannemelijk gemaakt, aangezien eerdere incidenten geen objectieve grond voor wraking vormden. Het beroep op betalingsonmacht werd afgewezen omdat het gezamenlijke inkomen van opposant en zijn partner hoger was dan 95% van de bijstandsnorm, en het standpunt dat het inkomen van de partner niet mocht worden meegeteld was onjuist.
Ook het argument dat het betalen van griffierecht deelname aan het girale geldsysteem zou afdwingen, faalde omdat contante betaling mogelijk was en opposant hiervoor niet had gekozen. De rechtbank verklaarde het verzet ongegrond en handhaafde de uitspraak van 15 oktober 2025. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens niet-betaling van griffierecht is ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.