ECLI:NL:HR:2022:1281
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onpartijdigheid rechter bij behandeling herzieningsverzoek belastingzaak
Na het overlijden van de belastingplichtige dienden de erfgenamen twee aangiften inkomstenbelasting in voor 2017, waarvan één met een nihil belastbaar inkomen. De aanslag werd opgelegd conform de eerste aangifte, waarna bezwaar en beroep volgden. De rechtbank wees het beroep ongegrond en wees een verzoek tot herziening af, waarbij dezelfde rechter die de oorspronkelijke uitspraak deed het verzoek behandelde zonder zitting.
Belanghebbenden maakten bezwaar tegen deze procedure en stelden dat de rechter niet onpartijdig kon zijn omdat hij zijn eigen uitspraak beoordeelde. De rechtbank verklaarde het verzet ongegrond en oordeelde dat het verzoek terecht zonder zitting kon worden afgewezen. De Hoge Raad bevestigde dat het beginsel van onpartijdige rechtspraak niet vereist dat een ander rechter het herzieningsverzoek behandelt.
De Hoge Raad overwoog dat het ontbreken van een zitting niet onrechtmatig is en dat belanghebbenden via verzet alsnog hun bezwaren konden uiten. De enkele omstandigheid dat dezelfde rechter het verzoek behandelde, wekt niet de schijn van partijdigheid. Ook de verwijzing naar het rapport 'Ongekend Onrecht' bood geen grond voor herziening. Het beroep in cassatie werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het verzoek om herziening blijft afgewezen.