Uitspraak
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van het Noordelijk Belastingkantoor, de heffingsambtenaar.
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.M.A. Veenstra, griffier.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
Eiser is eigenaar en gebruiker van een pand dat wordt gebruikt voor opslag van privé-eigendommen en is aangeslagen voor zuiveringsheffing 2024 op basis van één vervuilingseenheid. De heffingsambtenaar handhaafde de aanslag na bezwaar. De rechtbank beoordeelt of het belastbare feit is voldaan, of het evenredigheidsbeginsel is geschonden, en of het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel zijn nageleefd.
De rechtbank oordeelt dat het pand kwalificeert als bedrijfsruimte volgens de Verordening zuiveringsheffing Wetterskip Fryslân 2024, ongeacht het al dan niet uitoefenen van een bedrijf. Het feit dat het pand is aangesloten op het riool en voorzien is van toilet en wasbak leidt tot het vermoeden dat stoffen zijn afgevoerd, wat eiser onvoldoende heeft weerlegd. Daarmee is het belastbare feit voldaan.
Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalt omdat de forfaitaire heffing van één vervuilingseenheid wettelijk is voorgeschreven en geen bijzondere omstandigheden zijn aangevoerd die dit onredelijk maken. Wel is het motiveringsbeginsel geschonden omdat de heffingsambtenaar in de uitspraak op bezwaar niet op alle bezwaargronden is ingegaan, maar dit gebrek wordt gepasseerd omdat de motivering alsnog in beroep is gegeven en eiser daarop heeft kunnen reageren.
De uitspraak op bezwaar en aanslag blijven in stand. De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten wegens het instellen van beroep om een deugdelijke motivering te verkrijgen. Tevens wordt een reiskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag zuiveringsheffing 2024 wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.