ECLI:NL:RBNNE:2026:742

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
11 maart 2026
Zaaknummer
18-197016-25
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 22c SrArt. 22d SrArt. 36f SrArt. 57 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak medeplegen beroving en veroordeling pinnen met gestolen pinpassen

De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte vrijgesproken van de beschuldiging van medeplegen of medeplichtigheid aan een beroving bij een pinautomaat te Makkum op 28 juni 2025. Uit het dossier bleek onvoldoende bewijs dat verdachte vooraf op de hoogte was van het plan van zijn medeverdachten en dat hij opzet had op het medeplegen van de beroving. Verdachte erkende wel de rol van chauffeur te hebben vervuld, maar ontkende betrokkenheid bij de beroving zelf.

Wel werd verdachte veroordeeld voor het medeplegen van het pinnen met gestolen pinpassen in de periode van 8 tot en met 9 oktober 2024 te Leeuwarden. Dit feit werd wettig en overtuigend bewezen verklaard, mede door de duidelijke bekentenis van verdachte en bankafschriften die de transacties onderbouwden. De rechtbank legde een taakstraf van 100 uren op, met aftrek van voorarrest, en geen voorwaardelijke gevangenisstraf vanwege het lage recidiverisico.

De rechtbank wees de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij bij de beroving af wegens niet bewezenverklaring, maar kende een schadevergoeding toe aan de benadeelde partij bij het pinnen met gestolen passen ter hoogte van €206,11 plus wettelijke rente. Verdachte werd hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor deze schade, met een betalingsverplichting aan de Staat en een mogelijkheid tot gijzeling bij niet-nakoming.

De persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn kwetsbaarheid en begeleiding, werden meegewogen in de strafmaat. De rechtbank achtte het strafbare feit van pinnen met gestolen passen ernstig vanwege de vermogensschade en hinder voor de rekeninghouders, maar vond een taakstraf passend gezien de omstandigheden.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen beroving en veroordeeld tot een taakstraf van 100 uren voor medeplegen pinnen met gestolen pinpassen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Locatie Leeuwarden
Parketnummer: 18-197016-25
ter terechtzitting gevoegd parketnummer: 18-409991-24
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 10 maart 2026 in de zaak van het Openbaar Ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] , wonende te [adres ] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 24 februari 2026.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. G.A. Pots, advocaat te Leeuwarden.
Het Openbaar Ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. M. Kappeyne van de Coppello.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
parketnummer 18-197016-25:
hij op of omstreeks 28 juni 2025 te Makkum, althans in Nederland, op de openbare weg, te weten bij een pinautomaat op een parkeerplaats aan [adres ] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geldbedrag van 1.000 euro, dat geheel aan [slachtoffer 1] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, door (met zijn mededaders)
  • naar de (omgeving van) genoemde pinautomaat te rijden, en/of
  • in/met donkere en/of onopvallende en/of gezichtsbedekkende kleding naar die [slachtoffer 1] toe te gaan, en/of
  • een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer 1] te tonen en/of in de zij van die [slachtoffer 1] te duwen en/of op het hoofd en/of de keel van die [slachtoffer 1] te richten, en/of
  • (daarbij) dreigend de woorden “pinnen” te zeggen en/of te vragen, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
medeverdachte(n) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 28 juni 2025 te Makkum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, op de openbare weg, te weten bij een pinautomaat op een parkeerplaats aan [adres ] , een geldbedrag van 1.000 euro dat geheel aan [slachtoffer 1] toebehoorde, heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren door
  • naar de (omgeving van) genoemde pinautomaat te rijden, en/of
  • in/met donkere en/of onopvallende en/of gezichtsbedekkende kleding naar die [slachtoffer 1] toe te gaan, en/of
  • een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer 1] te tonen en/of in de zij van die [slachtoffer 1] te duwen en/of op het hoofd en/of de keel van die [slachtoffer 1] te richten, en/of
  • (daarbij) dreigend de woorden “pinnen” te zeggen en/of te vragen, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 28 juni
2025 te Makkum, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door
  • (als chauffeur) samen met medeverdachte(n) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] naar de (omgeving van) genoemde pinautomaat te rijden, en/of
  • gedurende de overval in de nabijheid in de auto te blijven wachten, en/of
  • na de overval samen met medeverdachte(n) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] in de auto weg te rijden, en/of
  • mee te delen in de buit;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 28 juni 2025 te Makkum, althans in Nederland, op de openbare weg, te weten bij een pinautomaat op een parkeerplaats aan [adres ] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 1.000 euro, dat geheel aan die [slachtoffer 1] toebehoorde, door (met zijn mededaders)
  • naar de (omgeving van) genoemde pinautomaat te rijden, en/of
  • in/met donkere en/of onopvallende en/of gezichtsbedekkende kleding naar die [slachtoffer 1] toe te gaan, en/of
  • een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer 1] te tonen en/of in de zij van die [slachtoffer 1] te duwen en/of op het hoofd en/of de keel van die [slachtoffer 1] te richten, en/of
  • (daarbij) dreigend de woorden “pinnen” te zeggen en/of te vragen, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
meest subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
medeverdachte(n) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 28 juni 2025 te Makkum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, op de openbare weg, te weten bij een pinautomaat op een parkeerplaats aan [adres ] , met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 1.000 euro, dat geheel aan die [slachtoffer 1] toebehoorde, door
  • naar de (omgeving van) genoemde pinautomaat te rijden, en/of
  • in/met donkere en/of onopvallende en/of gezichtsbedekkende kleding naar die [slachtoffer 1] toe te gaan, en/of
  • een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer 1] te tonen en/of in de zij van die [slachtoffer 1] te duwen en/of op het hoofd en/of de keel van die [slachtoffer 1] te richten, en/of
  • (daarbij) dreigend de woorden “pinnen” te zeggen en/of te vragen, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 28 juni 2025 te Makkum, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door
  • (als chauffeur) samen met medeverdachte(n) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] naar de (omgeving van) genoemde pinautomaat te rijden, en/of
  • gedurende de overval in de nabijheid in de auto te blijven wachten, en/of
  • na de overval samen met medeverdachte(n) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] in de auto weg
te rijden, en/of
- mee te delen in de buit;
parketnummer 18-409991-24
hij in of omstreeks de periode omvattende de dagen 8 oktober 2024 en 9 oktober 2024 te Leeuwarden, in elk geval in de gemeente Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (meermalen via pintransacties bij een tankstation [tankstation 1] en/of [tankstation 2] en/of bij winkelbedrijf [winkel] ) (telkens) een hoeveelheid geld, te weten,
  • 32.50 euro van rekeningnummer [rekeningnummer 1] en/of
  • 40.01 euro van rekeningnummer [rekeningnummer 2] en/of
  • 43.60 euro van rekeningnummer [rekeningnummer 1] en/of
  • 50.00 euro van rekeningnummer [rekeningnummer 3] en/0f
  • 20.00 euro van rekeningnummer [rekeningnummer 3] en/of
  • 20.00 euro van rekeningnummer [rekeningnummer 4] ,
in elk geval (telkens) enig goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] en/of haar echtgenoot ( [slachtoffer 3] ), in elk geval (telkens) aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen voornoemde goederen en/of dat (gepinde) geld onder zijn bereik heeft gebracht, door middel van een valse sleutel, te weten (een) eerder door verdachte en/of verdachtes mededader(s) weggenomen, althans een gestolen, bankpas/pinpas(sen);

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie
parketnummer 18-197016-25
De officier van justitie heeft tot vrijspraak gerekwireerd van het primair ten laste gelegde, omdat de rol van verdachte beperkt is gebleven tot het vervoeren van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Hij heeft veroordeling gevorderd voor het subsidiair ten laste gelegde.
parketnummer 18-409991-24
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het ten laste gelegde.
Het standpunt van de verdediging
parketnummer 18-197016-25
De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Verdachte wist niet wat medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] van plan waren. Er waren evenmin omstandigheden waaruit verdachte een dergelijk plan kon afleiden. Bij verdachte ontbrak dus het opzet op zowel de deelnemingsvormen als het gronddelict.
parketnummer 18-409991-24
De raadsman heeft zich met betrekking tot dit feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank
parketnummer 18-197016-25
De rechtbank stelt aan de hand van het dossier het volgende vast. Aangever [slachtoffer 1] is op 28 juni 2025 bij een geldautomaat in Makkum beroofd. Hij heeft onder dreiging van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp 1.000,- moeten pinnen waarna dit geld uit de geldautomaat werd weggenomen. Naast degene die de pistool op hem richtte en het geld wegnam, heeft aangever een tweede persoon gezien die op de uitkijk leek te staan. Uit politieonderzoek is verder gebleken dat verdachte mogelijk als derde persoon bij de beroving betrokken is geweest als bestuurder van de vluchtauto.
Verdachte heeft op 29 juni 2025 ten overstaan van de politie en op de zitting voor zover relevant als volgt verklaard. Verdachte erkent de bestuurder van de auto te zijn geweest, maar ontkent betrokken te zijn geweest bij de beroving. Hij heeft de medeverdachten op hun verzoek opgehaald en in Makkum bij een supermarkt van de [supermarkt] afgezet. Hij is vervolgens met de auto verderop in de straat gaan staan. Verdachte zag op een gegeven moment medeverdachten rennend terugkomen naar de auto.
Medeverdachten zeiden nadat zij in de auto waren gestapt vrij gehaast dat verdachte moest gaan rijden. Verdachte is daarna met medeverdachten weggereden. Verdachte wist van tevoren niet wat medeverdachten van plan waren. Hij kwam dit pas na afloop te weten waarna hij geld heeft gekregen van medeverdachte [medeverdachte 1] . Als hij wist wat medeverdachten van plan waren, dan had hij dit nooit gedaan.
Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij als medepleger of medeplichtige betrokken is geweest bij voornoemde beroving. Voor het bewijs van medeplegen of medeplichtigheid is vereist dat uit de bewijsstukken volgt dat verdachte opzet heeft gehad op zowel de ten laste gelegde deelnemingsvorm als het gronddelict. De rechtbank kan dit aan de hand van het dossier echter niet vaststellen. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte voorafgaand aan het gepleegde delict kennis had van het voornemen van zijn medeverdachten en er zijn geen omstandigheden waaruit verdachte een dergelijk voornemen kon afleiden. De enkele omstandigheid dat verdachte zijn mededaders heeft vervoerd en achteraf een deel van het geld heeft gekregen, is op zichzelf onvoldoende voor het aannemen van opzet in vorenbedoelde zin, omdat daarmee niet zonder meer vaststaat dat verdachte opzet (ook niet in voorwaardelijke zin) op het gepleegde feit en het deelnemen daaraan had. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat niet bewezen is dat verdachte als medepleger of medeplichtige betrokken is geweest bij de ten laste gelegde beroving. Zij spreekt verdachte hiervan integraal vrij.
parketnummer 18-409991-24
De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze opgave luidt als volgt:
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 24 februari 2026;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 9 oktober 2024, opgenomen op pagina 396 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2024276320 d.d. 4 december 2024, inhoudend de verklaring van
[slachtoffer 2] ;
3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 oktober 2024, opgenomen op pagina 412 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring [slachtoffer 3] .

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde onder parketnummer 18-409991-24 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
hij in de periode 8 oktober tot en met 9 oktober 2024 te Leeuwarden tezamen en in vereniging met anderen, meermalen via pintransacties bij een tankstation [tankstation 1] en [tankstation 2] en bij [winkel] telkens geld, te weten,
  • 32,50 euro van rekeningnummer [rekeningnummer 1] en
  • 40,01 euro van rekeningnummer [rekeningnummer 2] en
  • 43,60 euro van rekeningnummer [rekeningnummer 1] en
  • 50,00 euro van rekeningnummer [rekeningnummer 3] en
  • 20,00 euro van rekeningnummer [rekeningnummer 3] en
  • 20,00 euro van rekeningnummer [rekeningnummer 4] ,
dat aan [slachtoffer 2] en/of haar echtgenoot [slachtoffer 3] toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders dat geld onder hun bereik hebben gebracht, door middel van een valse sleutel, te weten door te pinnen met eerder door verdachtes mededader gestolen bankpassen.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:
parketnummer 18-409991-24
- diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie komt voor het subsidiair ten laste gelegde onder parketnummer
18-197016-25 en het ten laste gelegde onder parketnummer 18-409991-24 tot de volgende strafeis:
  • een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren;
  • een taakstraf voor de duur van 240 uren met aftrek van het voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gelet op de bepleitte vrijspraak van het ten laste gelegde onder parketnummer 18-197016-25 de rechtbank verzocht enkel een taakstraf voor de duur van 100 uren op te leggen. Een voorwaardelijke gevangenisstraf heeft geen toegevoegde waarde, omdat er een laag risico is op recidive.
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en het reclasseringsadvies van 3 november 2025, het uittreksel uit de justitiële documentatie van 29 januari 2026, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De ernst van het feit
Verdachte heeft samen met anderen met gestolen bankpassen gepind. Het pinnen met gestolen bankpassen leidt tot hinder en vermogensschade bij de rekeninghouders, omdat dit vaak betekent dat zij tijdelijk hun bankrekening niet kunnen gebruiken. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij ter bevoordeling van zichzelf en zijn mededaders de vermogenspositie van anderen heeft benadeeld.
De persoon en de persoonlijke omstandigheden
Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie blijkt dat verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor vermogensdelicten.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het reclasseringsadvies. De reclassering heeft geconstateerd dat verdachte een kwetsbare en beïnvloedbare man is waar misbruik van wordt gemaakt. Verdachte wordt begeleid door J.P. van der Bent. Het recidiverisico wordt ingeschat als laag. De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden gelet op het lage recidiverisico en de goede inbedding in de zorg.
Verdachte heeft ter zitting naar voren gebracht dat hij is gestopt met het gebruik van drugs. Hij werkt bij een kringloopwinkel en hij heeft het contact met zijn criminele vrienden verbroken. Verdachte wil gaan verhuizen als daar zich mogelijkheden voor aandienen.
De strafmaat
De rechtbank spreekt verdachte vrij van het deelnemen aan de beroving bij de pinautomaat en verklaart dus minder bewezen dan de officier van justitie heeft gevorderd. Omdat verdachte alleen wordt veroordeeld voor het pinnen met gestolen pinpassen, is de rechtbank van oordeel dat kan worden volstaan met de oplegging van een taakstraf zoals de raadsman heeft voorgesteld. Vanwege de kleine kans op
herhaling vindt de rechtbank het niet nodig om daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte op te leggen. De rechtbank zal daarom volstaan met oplegging van een taakstraf van 100 uren met aftrek van het voorarrest.
Benadeelde partijen
De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
parketnummer 18-197016-25
[slachtoffer 1] , tot een bedrag van 1.000,- ter zake van materiële schade;
parketnummer 18-409991-24
[slachtoffer 2] tot een bedrag van 2.413,65 ter vergoeding van materiële schade en 500,- euro ter vergoeding van de proceskosten.
Het standpunt van de officier van justitie
parketnummer 18-197016-25
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toewijsbaar is.
parketnummer 18-409991-24
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] alleen toewijsbaar is voor de schadeposten die betrekking hebben op de gepinde geldbedragen die bij elkaar opgeteld 206,11 bedragen. De vordering dient voor het overige niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Het standpunt van de verdediging
parketnummer 18-197016-25
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard gelet op de bepleitte vrijspraak.
parketnummer 18-409991-24
De raadsman sluit zich ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 2] aan bij het standpunt van de officier van justitie dat alleen de gepinde geldbedragen voor toewijzing vatbaar zijn.
Het oordeel van de rechtbank
parketnummer 18-197016-25
De rechtbank acht het ten laste gelegde niet bewezen. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering.
parketnummer 18-409991-24
De rechtbank stelt vast dat verdachte samen met anderen de gestolen bankpassen heeft gebruikt om daarvan geldbedragen van in totaal 206,11 van de bankrekening van de benadeelde partij te pinnen. Dit bedrag is met bankafschriften onderbouwd. De rechtbank zal de vordering voor dit bedrag toewijzen
vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 oktober 2024 tot de dag van de algehele voldoening. De rechtbank zal de vordering voor het overige niet-ontvankelijk verklaren, omdat er geen rechtstreeks verband bestaat tussen deze schadeposten en het bewezen verklaarde feit. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte de goederen onder deze schadeposten heeft gestolen.
Het verzoek tot vergoeding van een bedrag van 500,- aan proceskosten voor zo begrijpt de rechtbank tijdverzuim voor het regelen en aanvragen van passen en documenten, is niet toewijsbaar. Dit zijn namelijk geen kosten die op basis van de civielrechtelijke proceskostenregeling voor vergoeding in aanmerking komen. Deze kosten kunnen ook niet worden aangemerkt als rechtstreekse schade, omdat niet vaststaat dat het gaat om een feitelijk en aantoonbaar bedrag aan gederfd inkomen of gederfde omzet.
De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachten deze al hebben betaald of andersom.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f, 57, 63, 311 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder parketnummer 18-197016-25 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder parketnummer 18-409991-24ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar
zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:

een taakstraf voor de duur van 100 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 50 dagen zal worden toegepast.
Beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag inverzekeringstelling.
Ten aanzien van parketnummer 18-197016-25
Verklaart de benadeelde partij
[slachtoffer 1]niet-ontvankelijk in zijn vordering tot schadevergoeding.
Ten aanzien van parketnummer 18-409991-24
Wijst de vordering van de benadeelde partij
[slachtoffer 2]toe en veroordeelt verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, om aan [slachtoffer 2] te betalen:
  • het bedrag van 206,11 (zegge: tweehonderdenzes euro en elf eurocent);
  • de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 oktober 2024 tot de dag van algehele voldoening;
  • de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Verklaart de vordering voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Legt aan verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat te betalen een bedrag van 206,11 (zegge: tweehonderdenzes euro en elf eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 oktober
2024 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 2 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte of een mededader voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Spooren, voorzitter, mr. L.E.A. Jonkers-Vellinga en mr. M.E. Joha, rechters, bijgestaan door mr. J.K. Qiu, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 maart 2026.
Mr. M.M. Spooren en mr. M.E. Joha zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.