Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken
d.d. 10 maart 2026 in de zaak van het Openbaar Ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partij
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
een gevangenisstraf voor de duur van 531 (vijfhonderd en eenendertig) dagen.
een gedeelte, groot 360 (driehonderdenzestig) dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende
de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op
3 (drie) jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
Meldplicht
Ambulante begeleiding
Drugs- en alcoholverbod
een taakstraf voor de duur van 180 uren.
Benadeelde partij [slachtoffer 4]
- het bedrag van 2.520,- (zegge: tweeduizend en vijfhonderdentwintig euro);
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 mei 2025 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.