ECLI:NL:RBNNE:2026:766
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning vellen bomen en verwijderen houtopstand
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen verleende op 3 maart 2025 een omgevingsvergunning voor het vellen van twee bomen en het verwijderen van 1.025 m2 houtopstand aan de Noordzijde Eemskanaal ter hoogte van het Betonbos. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening om de vergunning te schorsen. De voorzieningenrechter kende op 1 augustus 2025 een schorsing toe, maar constateerde later dat boom 92 was gekapt en boom 93 op 3 februari 2026.
Verzoekers stelden dat een deel van de houtopstand nog aanwezig was, maar de voorzieningenrechter volgde het college dat de houtopstand volledig was verwijderd. Het aanwezige groen voldeed niet aan de definitie van houtopstand volgens de Algemene Plaatselijke Verordening Groningen. Ook de compensatiemaatregelen zoals herplantplicht en financiële compensatie konden in de bodemprocedure worden behandeld.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang bestond voor het treffen van een voorlopige voorziening en dat het bestreden besluit niet evident onrechtmatig was. Daarom werd het verzoek afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning vellen bomen en verwijderen houtopstand wordt afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang.