ECLI:NL:RBNNE:2026:82
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.W.C.M. van Emmerik
- C.S. Schür
- G. Knuttel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omgevingsvergunning voor regionale opvanglocatie COA in Leeuwarden
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 15 januari 2026 uitspraak gedaan over beroepen tegen de omgevingsvergunning voor het realiseren van een regionale opvanglocatie (ROL) met 45 woningen voor maximaal 450 asielzoekers en statushouders in Leeuwarden. Eisers onder 1 en 3 werden niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen belanghebbenden zijn, gelet op de afstand en het ontbreken van hinder van betekenis. Het beroep van eiser onder 2, die wel belanghebbende is vanwege directe nabijheid en zicht op het plangebied, werd ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelde dat het college bevoegd was de vergunning te verlenen, ook al wijkt deze af van de verklaring van geen bedenkingen (vvgb). Procedurele gebreken in de kennisgeving en ter inzage legging werden met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro gepasseerd omdat eisers niet in hun belangen waren geschaad. De ruimtelijke onderbouwing en financiële uitvoerbaarheid van het plan werden als voldoende beoordeeld. Ook werd geoordeeld dat het plan ruimtelijk goed is ingepast en in overeenstemming is met het gemeentelijk woonbeleid.
De rechtbank wees de door eisers onder 2 aangevoerde bezwaren over geluid, geur, stof en uitvoerbaarheid af vanwege het relativiteitsvereiste en het ontbreken van een eigen belang bij de ingeroepen normen. Tot slot werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser onder 2.
Uitkomst: De beroepen van eisers onder 1 en 3 zijn niet-ontvankelijk en het beroep van eiser onder 2 wordt ongegrond verklaard; het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.