ECLI:NL:RBNNE:2026:99
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op vergoeding mijnbouwschade wegens eerdere behandeling en onbevoegdheid Instituut
Eiser heeft schade aan zijn woning gemeld die verband houdt met mijnbouwactiviteiten en verzocht om vergoeding. Het Instituut Mijnbouwschade Groningen wees een deel van de aanvragen af wegens onbevoegdheid, omdat het ging om schades die eerder door het Centrum Veilig Wonen waren behandeld.
Eiser voerde aan dat het Instituut de hardheidsclausule uit de Tijdelijke wet Groningen (TwG) had moeten toepassen en dat het niet opnieuw beoordelen van de schades onbillijk en in strijd met het evenredigheidsbeginsel was. De rechtbank oordeelde dat het Instituut terecht onbevoegd was en dat de hardheidsclausule niet van toepassing was, omdat er geen onbillijkheden van overwegende aard waren en de schades niet ernstig waren.
De rechtbank benadrukte dat het wettelijk bewijsvermoeden niet met terugwerkende kracht geldt en dat het beroep op het evenredigheidsbeginsel niet kan leiden tot het buiten toepassing stellen van de wettelijke onbevoegdheid. De beroepen van eiser zijn daarom ongegrond verklaard, en hij krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
De uitspraak is gedaan door rechter D.M. Schuiling en griffier A. Huizenga-Bergsma op 20 januari 2026. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: De beroepen van eiser tegen de afwijzing van schadevergoedingen wegens eerder behandelde mijnbouwschades zijn ongegrond verklaard.