Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 11 juni 2013 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2013.
Rechtbank Oost-Brabant
Eiser was vanaf augustus 2011 in dienst bij MisterVoip, dat in februari 2012 failliet werd verklaard. Na een kort dienstverband bij Oreijs Capital & Management B.V. ontving eiser een WW-uitkering. Hij verzocht verweerder de loonvordering over januari en februari 2012 op MisterVoip over te nemen.
Verweerder weigerde dit omdat de loonvordering aan gerede twijfel onderhevig zou zijn. Eiser voerde aan dat hij wel degelijk in die maanden voor MisterVoip had gewerkt en overlegde verklaringen en e-mailcorrespondentie ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen voldoende bewijs heeft geleverd dat hij in januari en februari 2012 werkzaamheden voor MisterVoip heeft verricht. De verklaringen van derden en e-mailcorrespondentie zijn onvoldoende concreet en stroken niet met de door eiser ingevulde WW-aanvraag en zijn eigen verklaringen aan verweerder.
Daarom is de loonvordering terecht niet overgenomen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering tot overname van de loonvordering over januari en februari 2012.