Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 11 juni 2013 in de zaak tussen
[eiseres], te [woonplaats], eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2013.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
Eiseres was voor 36 uur per week werkzaam en verloor vanaf 1 augustus 2011 16 uur werk, waarop zij een WW-uitkering ontving. Vanaf die datum verrichtte zij ook werkzaamheden als zelfstandig bewindvoerder, aanvankelijk 20 uur per week, later uitgebreid naar een volledige werkweek.
Verweerder heeft de WW-uitkering herzien en de onverschuldigd betaalde bedragen teruggevorderd, omdat eiseres door haar zelfstandige werkzaamheden geen recht meer had op de uitkering. Tevens werd een boete opgelegd, die later verviel.
De rechtbank oordeelt dat het voor eiseres redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat haar zelfstandige werkzaamheden invloed hadden op haar recht op WW. Op grond van de WW is herziening en terugvordering verplicht, tenzij dringende redenen tot afzien bestaan. De door eiseres aangevoerde omstandigheden, waaronder het trage handelen van verweerder en het vertrouwensbeginsel, bieden geen grond voor dergelijke dringende redenen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst zij de vordering af. Er is geen aanleiding voor een kostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de herziening en terugvordering van de WW-uitkering wordt ongegrond verklaard.