ECLI:NL:RBOBR:2013:2983
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep werkgever tegen terugvordering WW-uitkeringen wegens onwerkbaar weer
De werkgever heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV tot terugvordering van onverschuldigd betaalde WW-uitkeringen aan werknemers wegens onwerkbaar weer in de jaren 2009 tot en met 2011. Uit onderzoek bleek dat sommige werknemers op de dagen waarvoor zij een uitkering ontvingen, feitelijk gewerkt hadden, verlof hadden of een cursus volgden. Dit leidde tot herzieningsbesluiten van de WW-uitkeringen.
De rechtbank oordeelt dat de werkgever geen belanghebbende is bij de herzieningsbesluiten, maar wel het recht heeft om inhoudelijk te ageren tegen de vaststelling dat zonder rechtsgrond is betaald. De aangevoerde bezwaren tegen de hoogte van de terugvordering, zoals vermeende fouten in daglonen, berekeningen en perioden, worden door de rechtbank niet gevolgd. De vastgestelde bedragen zijn gebaseerd op onherroepelijke toekenningsbesluiten en correcte berekeningen.
De rechtbank verwijst naar een gelijktijdige uitspraak over de beroepen van de werknemers zelf tegen de herzieningsbesluiten, die de rechtmatigheid van de herzieningen bevestigt. Ook de correcties en berekeningen van werkgeverslasten en premies zijn door de rechtbank als juist beoordeeld. Het beroep wordt dan ook ongegrond verklaard en het terugvorderingsbedrag blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever tegen het terugvorderingsbesluit wordt ongegrond verklaard en het terugvorderingsbedrag blijft gehandhaafd.