ECLI:NL:RBOBR:2013:5208
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bedreiging gericht aan derden en werkgever
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht via e-mails aan zijn werkgever, personeel en winkelend publiek. Verdachte zou plannen hebben aangekondigd om met een gestolen truck geweld te plegen in een winkelgebied.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 10 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden zoals reclasseringsbegeleiding en psychiatrische behandeling. De rechtbank oordeelde echter dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte daadwerkelijk bedreigingen heeft geuit die een vergelijkbare inbreuk op de persoonlijke vrijheid van het vreesobject opleverden.
De rechtbank benadrukte dat er een nauwe relatie moet zijn tussen het vreesobject en het schadeobject om van bedreiging te kunnen spreken, wat in deze zaak ontbrak. Ook bleek uit het dossier dat het winkelend publiek en personeel niet op de hoogte waren van de bedreigingen. De algemene bewoordingen in de e-mails en de aarzeling van verdachte maakten het bewijs onvoldoende.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlasteleggingen betreffende bedreiging van de werkgever, personeel, winkelend publiek en overige onbekende personen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van bedreiging van werkgever, personeel en winkelend publiek.