ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ3755
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning voor permanente huisvesting arbeidsmigranten in buitengebied
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder om een omgevingsvergunning te verlenen voor de huisvesting van 60 arbeidsmigranten in twee bedrijfsgebouwen in het buitengebied. Zij stelden dat dit besluit in strijd is met artikel 11.1 van de provinciale Verordening Ruimte 2012 (VR2012), die zelfstandige bewoning van bedrijfsgebouwen in het buitengebied moet voorkomen, met een specifieke aanvulling voor arbeidsmigranten in de toelichting.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekers als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt vanwege hun zicht op de gebouwen en de afstand tot deze locatie. De vergunninghoudster exploiteert feitelijk één bedrijf op drie locaties, waarbij huisvesting van arbeidsmigranten op de locatie in kwestie plaatsvindt. Verweerder had onvoldoende gemotiveerd dat de huisvesting niet in strijd is met artikel 11.1 VR2012.
De toelichting op artikel 11.1 VR2012 verbiedt permanente opvang van wisselende groepen arbeidsmigranten in het buitengebied, hetgeen hier wel het geval is. Tijdelijke opvang is slechts toegestaan voor piekperiodes, maar de productie is continu. Verweerder heeft zich ten onrechte beroepen op een eerdere uitspraak die niet van toepassing is op deze situatie.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van drie verzoekers gegrond, vernietigde het besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen. Het beroep van een vierde verzoeker werd niet-ontvankelijk verklaard. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot verlening van de omgevingsvergunning voor permanente huisvesting van arbeidsmigranten wordt vernietigd.