ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ9633
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.A.J. Zijlstra
- E.J.J.M. Weyers
- J.M.H. Rijken-Lie
- Rechtspraak.nl
Sluiting horeca-inrichting wegens handel in softdrugs en toepassing Horeca Stappenplan
De burgemeester van Eindhoven sloot op 3 februari 2012 het theehuis van eiser voor acht weken wegens handel in softdrugs, gebaseerd op artikel 13b van de Opiumwet. Na schorsing van het besluit en een bezwaarprocedure werd het besluit gehandhaafd, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de politie op 14 oktober 2011 voldoende bewijs had verzameld dat in het theehuis hasj werd verkocht, onder meer door verklaringen van een aangehouden persoon en aangetroffen 144 gram hasj. De rechtbank achtte het niet geloofwaardig dat de drugs voor eigen gebruik waren.
Verweerder handelde volgens de rechtbank conform het in het Horeca Stappenplan 2010 neergelegde beleid, waarbij bij ernstige incidenten zonder waarschuwing direct tot sluiting kan worden overgegaan. De rechtbank stelde dat het begrip 'ernstig incident' in hoofdstuk 14 van het stappenplan niet beperkt is tot geweldsincidenten en dat de burgemeester beoordelingsvrijheid heeft bij de kwalificatie.
De ligging van het theehuis nabij scholen en de hoeveelheid drugs rechtvaardigden een harde aanpak. De rechtbank vond geen sprake van willekeur of misbruik van bevoegdheid en wees het beroep af. De sluiting van acht weken was proportioneel en de economische belangen van eiser vormden geen reden tot matiging.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de sluiting van het theehuis voor acht weken wegens handel in softdrugs.