ECLI:NL:RBOBR:2013:CA0905
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonsanctie en re-integratie-inspanningen werkgeefster bij ziekte werknemer
Eiser, werkzaam als greenkeeper, meldde zich ziek wegens rugklachten en verzocht het UWV om verlenging van de loondoorbetalingsplicht van zijn werkgeefster. Het UWV weigerde dit, waarna eiser bezwaar maakte en beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank stelde vast dat hoewel geen schriftelijk stuk met de naam “plan van aanpak” was ingediend, de overgelegde documenten als zodanig konden worden beschouwd. Het zou excessief formalisme zijn om een loonsanctie op te leggen vanwege het ontbreken van een specifiek formulier. De werkgeefster had zich tijdig op het standpunt gesteld dat terugkeer in de eigen functie niet haalbaar was en had het tweede spoor ingezet.
De rechtbank vond geen bewijs dat de werkgeefster onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht. Eiser had zelf het werk bij een biologische kruidenteeltboerderij gevonden, en de werkgeefster had een re-integratiebureau ingeschakeld dat diverse activiteiten had ondernomen. De beëindiging van het werk bij de kruidenteeltboerderij werd door eiser zelf veroorzaakt, niet door de werkgever.
De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht geen loonsanctie oplegde en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van loonsanctie wordt bekrachtigd.