Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 29 april 2014 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 april 2014.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
Eiser, universitair docent sinds 1993, kreeg meerdere negatieve beoordelingen over zijn functioneren, met telkens het eindoordeel B/B (voldeed niet geheel aan de eisen). Na een beoordeling over de periode van 7 juli 2012 tot 19 april 2013, waarbij het functioneren opnieuw als onvoldoende werd beoordeeld, stelde eiser beroep in tegen deze beoordeling.
Eiser probeerde tijdens de zitting het beroep uit te breiden tot het ontslagbesluit van 25 september 2013, dat per 1 januari 2014 inging. De rechtbank oordeelde dat dit niet toelaatbaar was omdat het beroepschrift duidelijk alleen tegen de beoordeling was gericht en de uitbreiding na afloop van de beroepstermijn niet is toegestaan volgens vaste jurisprudentie.
De rechtbank overwoog dat bij de beoordeling van het functioneren niet de organieke functie, maar de feitelijke aan eiser opgedragen taken beslissend zijn. De UFO-criteria die eiser aanvoerde zijn slechts indelingscriteria en niet bepalend voor het takenpakket. Aangezien eiser de verbeterpunten uit eerdere beoordelingen niet had uitgevoerd, was de beoordeling voldoende concreet onderbouwd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het ontslagbesluit werd buiten beschouwing gelaten. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de beoordeling van het functioneren wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het ontslagbesluit wordt niet toelaatbaar geacht.